Geloven in je uppie

2001-07-20
  • Jaargang 45
  • nummer 15
Heb je de kerk nodig voor je geloof?
De EO ging op zoek naar mensen die ‘solo’ geloven, zonder een kerk. Het radioprogramma ‘De Ochtenden’ wijdde er op Pinkstermaandag een uitzending aan, en in het Centraal Weekblad van 15 juni vertelt één van de makers, Steven Emmens, erover. Hieronder geef ik een aantal dingen door uit dit artikel. Citaten van mensen die aan het programma meewerkten staan in het onderstaande tussen aanhalingstekens.
Naar mijn idee kan ik het best wel zonder de kerk stellen. Ik hoef niet te horen wat ik in bepaalde situaties moet doen. Dat weet ik zelf wel. Ik heb zelf ook een bijbel. Daar kan ik het uithalen. Ik ga niet naar een gebouw toe, maar ik behoor wel tot de groep mensen die in God gelooft.’ Adriaan (31) is christen, maar geen kerklid. Toen hij 18 was, besloot hij de Volle Evangelie gemeente waar hij lid van was, vaarwel te zeggen. Dat betekende niet dat hij ophield met geloven.
Adriaan is niet de enige in Nederland die gelooft zonder kerk. Uit de tientallen reacties op de enquête die de EO ontving, viel het grote aantal stevige geloofsuitspraken op. Vrijwel iedereen die meedeed gaf aan dat het christelijk geloof een belangrijke of zeer belangrijke plaats inneemt in zijn of haar leven.
‘Ik noem mezelf wel christen omdat ik me verbonden voel met christenen.
Maar ik voel me ook verbonden met niet-christenen. Dat wil ik althans heel graag. Er is een periode geweest dat ik vermeed me christen te noemen.
Doordat ik meer contact kreeg met christenen veranderde dat. Ik wilde me ook niet daartegenover plaatsen of zo. Ik ben een van hen. Maar het woord christelijk had een klank gekregen van het 'christelijke wereldje'. En ik wil niet bij het christelijke wereldje horen, maar bij Christus.’ () Vrijwel iedere deelnemer die meedeed aan de steekproef onder niet-kerkse christenen is van kerkelijke komaf. De solochristenen zijn vogels van diverse pluimage. Van gereformeerd tot katholiek, van evangelisch tot hervormd.
Veel mensen zijn stukgelopen op de mensen in hun kerk. Ruzies en conflicten vormen een belangrijke oorzaak van de breuk. Kortgeleden kwam dat ook al naar voren bij een onderzoek in de Hervormde Kerk. Daar namen de afgelopen tien jaar 2700 ambtsdragers afscheid van de kerk, vaak als gevolg van teleurstellende ervaringen in het kerkbestuur.
Enkele deelnemers aan de steekproef staan solo uit overtuiging: zij vinden geen enkele kerk passen in wat zij als de zuivere waarheid beschouwen. () Aan de Vrije Universiteit in Amsterdam is kort geleden een groot onderzoek gestart naar hoe het fenomeen geloven buiten de kerk zich heeft ontwikkeld.
Eén van de onderzoekers, Peter Versteeg, zegt: ‘Waar wij zicht op proberen te krijgen is de mate waarin het geloof nog een rol speelt bij de mensen, in een tijd waarin de kerken leeglopen. We willen hun overtuigingen op het spoor komen en kijken welke betekenis ze eraan hechten. En welke christelijke elementen daarin een rol spelen.’ Versteeg richt zich vooral op mensen die zich nog verbonden weten met het christendom. Over deze groep is nog weinig bekend. ‘Maar we kunnen voorzichtig aannemen dat het een groeiende trend aan het worden is. Het gaat om mensen die basiselementen van het christendom handhaven: geloof in God, in Jezus. En die op een of andere manier waarde hechten aan bijbellezen en bidden. Ik denk dat mensen in toenemende mate het idee krijgen dat ze zelf hun eigen levensovertuiging kunnen kiezen en er zelf inhoud aan kunnen geven. En dat ze daar dus niet per definitie de kerk voor nodig hebben.’ () De rol van de bijbel is opvallend bij solochristenen. Het boek vormt voor hen de voornaamste inspiratiebron, zo blijkt uit de antwoorden van mensen die aan de steekproef meededen.
Enkelen zeggen veel te hebben aan 'chatgroups’, waar ze in contact komen met medegelovigen. () Als niet-kerkse christenen ergens een hekel aan hebben, dan is het aan kerkelijke tradities. Kerktaal, christelijke feestdagen, leerstelligheid, dogma's, weg ermee, zeggen ze. Wat ze absoluut wel willen behouden is het geloof en het gebed.
Toch is het opvallend dat ruim de helft van de mensen die meededen de kerk zegt te missen. Ook diegenen die de stelling onderschrijven dat voor geloof geen kerk nodig is, zeggen vaak dat een gemeenschap om hen heen wel belangrijk kan zijn. Ze geloven dan wel in hun eentje, het verlangen naar wat warmte van soortgenoten is er blijkbaar niet minder om.
Wat moet je met zo’n verhaal?
Vroeger zou je er voor mijn gevoel gauw mee klaar zijn: die mensen moeten gewoon naar de kerk, punt uit. En ook vandaag zou dat wat mij betreft verreweg het beste zijn. Maar daarmee ben je er natuurlijk niet. Want het punt is nou juist dat ze niét naar een kerk gaan. En als je niet meer doet dan alleen daarover een oordeel uitspreken, bevestig je in feite alleen nog eens wat je diepweg al dacht, namelijk dat jij toch wel beter bent dan zij.
Daarom aan het eind nog een paar vragen: Hoe komt het dat mensen blijkbaar zo weinig hebben meegekregen van het goede van de gemeenschap der heiligen? Ligt dat alleen aan henzelf?
Of kan het ook liggen aan de kerk, aan wat zij uitstraalt - of juist niét uitstraalt?
En: hoe stel je je als gemeente op tegenover mensen die (vrijwel) niet in de kerk komen? Ooit zei iemand tegen me: ‘Áls ik dan eens een keer in de kerk kom, dan zitten ze me allemaal verwijtend aan te kijken: Zo, ben jij d’r ook weer es een keer?’ ‘Wij zijn bedelaars’, zei Luther, op z’n sterfbed. En dat is nog steeds waar!

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief