Kinderen en de televisie
2001-08-10
Volgens een onderzoek van ‘de Volkskrant’ (30 juni 2001) is slechts een derde deel van de ouders van 12-jarigen thuis de baas over de televisie. In de meeste gezinnen bepalen de kinderen wat er gekeken gaat worden.- Jaargang 45
- nummer 16
Een ander onderzoek (‘Metro’, 3 juli 2001) laat zien dat kinderen véél meer tijd besteden aan het kijken naar televisieprogramma’s dan aan buiten spelen, binnen spelletjes doen of lezen. Kennelijk heeft het medium televisie het gewonnen van het onderlinge sociale contact.
Ruzies
Over kinderen en de televisie is al veel nagedacht en geschreven. Onlangs verscheen er wéér een boekje over dit onderwerp. Het is geschreven door Henk van Dam, toerustingswerker bij de Stichting Radar. Tijdens het lezen bekroop me dan ook een déjà-vu gevoel.
Moeten we daar nu nóg een keer over nadenken? En: het lijkt zo kinderachtig, al dat gedoe rond de televisie. Met het hele gezin een rooster samenstellen, een televisiekijklijst.
Dat kan toch iedereen bedenken?
Jawel, en toch….. Huiselijke ruzies gaan bijna altijd over die hele gewone onderwerpen: de afwas, er is iets zoek, verkeerde boodschappen in huis, wie gaat er het eerst onder de douche?
De televisie past precies in dat rijtje.
Vader wil het Journaal kijken, moeder heeft voorkeur voor een programma over tuinen, de zoon wil voetballen kijken en de dochter haar favoriete soap….. En dan denk je wel eens: het leven zonder televisie –of hooguit met één net- was toch een stuk eenvoudiger...
Positief én negatief
Bijna ieder gezin komt met dilemma’s rond de televisie in aanraking. Welke programma’s mogen de kinderen kijken, wanneer staat de televisie aan, wie bepaalt welke programma’s bekeken worden? In het eerste hoofdstuk relativeert Henk van Dam de voor- en nadelen van de televisie. Vanwege het visuele element heeft de televisie veel invloed, maar dingen die kinderen in het ‘echte’ leven meemaken (vriendjes, het klimaat in het gezin) beïnvloeden kinderen veel meer. Bovendien is het effect van de TV niet alleen negatief: kinderen kunnen er ook hun positieve interessen mee uitbouwen (natuur, aardrijkskunde, geschiedenis). Wel is het van belang om goed de leeftijdsfase van het kind in de gaten te houden.
Peuters en kleuters kunnen bijvoorbeeld realiteit en fantasie moeilijk uit elkaar houden. Daarom roepen sommige programma’s bij hen grote angsten op. Uiteindelijk komt uit dit hoofdstuk vooral naar voren dat het selecteren van programma’s en het houden aan afspraken in sterke mate een kwestie van discipline is. Zet je de televisie aan zonder dat je weet wat er komt? Hou je je aan gemaakte afspraken?
Ben je er als ouders bij als je kind een programma kijkt dat vragen oproept?
Tijd en persoonlijke aandacht
Een apart thema dat helaas in het boekje onderbelicht is gebleven is het probleem van de tijd en van de persoonlijke aandacht. In veel gezinnen worden kinderen niet meer voorgelezen, maar met (bijvoorbeeld) Sesamstraat naar bed gebracht. Maar….. de televisie kan nooit de warmte van het voorlezen vervangen. Ook wordt maar al te vaak het gesprek, het spelletje, het lezen uit de Bijbel afgebroken, want er komt ‘iets’ op televisie. Mijn eigen gezin (en ikzelf) vormen daar helaas geen uitzondering op. Je moet je die inbreuk steeds weer realiseren...
En: welke indruk maakt het op de kinderen als pa iedere avond naar de televisie zit te kijken? Kennelijk vindt hij dat dan dus belangrijker dan de aandacht die een gemeentelid nodig heeft of het bijwonen van een bijbelkring…..
Geweld
Een bekend thema rond de televisie is de invloed van het geweld. Geweld valt niet uit te bannen uit onze maatschappij, stelt Van Dam, en de televisie maakt deel uit van die samenleving.
‘Als ze niet via de media geconfronteerd worden met geweld, dan gebeurt dat wel op school of in de omgang met vriendjes. Daarom is het veel belangrijker dat het kind leert omgaan met die realiteit.’ In het hoofdstuk wordt een aantal onderzoeken over de invloed van geweld op de televisie vermeld. Daarbij geldt in zijn algemeenheid dat hoe realistischer de beelden zijn, hoe gemakkelijker imitatie zal plaats vinden (een tekenfilm heeft minder invloed dan een realistische speelfilm). De auteur gaat niet expliciet in op de invloed die de televisie heeft op bepaalde groepen kinderen.
Zelf heb ik de neiging om ouders van angstige kinderen en van kinderen met hechtingsproblemen te adviseren om bij programma’s met geweld (dat geldt zelfs voor het jeugdjournaal!) een veilige marge in te bouwen. Bij twijfel zeker niet kijken!
Occultisme
Een vergelijkbare problematiek doet zich voor bij occulte programma’s (het laatste hoofdstuk uit het boek). De auteur suggereert dat er bij de occulte beelden vaak sprake is van geleide fantasie, waarbij kinderen ‘een stem in henzelf gaan ontdekken die als kabouter in hun hoofd hen binnenleidt in een andere wereld’. Ook hier geldt mijns inziens echter weer dat er een groot verschil is in gevoeligheid tussen kinderen. Juist angstige kinderen worden naar deze programma’s toe gezogen. Ze hebben zelf onvoldoende bodem en zijn steeds op zoek naar een grens. Van deze programma’s worden ze helaas alleen maar angstiger.
Die stem van binnen wordt in bepaalde christelijke kringen gezien als een vorm van bezetenheid. Dat is m.i. een te smalle verklaring, vaak is er sprake van problemen die vanuit de studie naar de kinderlijke ontwikkeling en vanuit de kinderpsychiatrie goed zijn te verklaren. Wat de televisie betreft: in zijn algemeenheid kan men zich afvragen waarom mensen deze programma’s aan zetten. De occulte wereld bestaat, de televisie vormt helaas óók soms een afspiegeling van dié wereld.
Maar waarom zouden we ons daarmee inlaten? Bij twijfel zéker niet kijken, dus. Dat advies geldt minstens evenzeer de volwassenen!
Soaps en reclame
Over de televisie valt nog véél meer te zeggen. Wat doe je als je dochter van 13 iedere avond de schijnwereld van Goede Tijden, Slechte Tijden wil zien?
En hoe gaan we om met de reclame als we merken dat onze zoon steevast de producten wil hebben die voor de STER aangeprezen worden?
Vraagstukken genoeg. In het boekje worden opvoeders ook zélf aan het werk gezet. Op bijna iedere bladzijde worden vragen gesteld of stellingen weergegeven. Misschien biedt ‘Uw kind en de televisie’ niet zoveel nieuwe informatie. Aan de andere kant: we hebben zo vaak goede bedoelingen, maar er komt zo weinig van terecht.
Het is dus helemaal niet zo onaardig om – ook als u al eerder een boekje over de invloed van de televisie hebt gelezen – ook dit boekje nog eens te bestuderen.
Het is handzaam uitgegeven en het stimuleert tot nadenken, ook binnen een gesprekskring. Een literatuurlijst maakt verdere bestudering mogelijk.
En: het gaat over uw kind en de tv, maar misschien zouden volwassenen hun eigen kijkgedrag ook nog eens onder de loep kunnen nemen...
Naar aanleiding van: Henk van Dam, Uw kind en de tv. Serie: Over opvoeding gesproken.
Boekencentrum Zoetermeer, 2000, 70 bladzijden, ƒ 17,50. Dit boekje is het eerste deel van een reeks publicaties over opvoeding onder redactie van Henk van Dam en Marja Bos-Meeuwsen.