Nieuwe rituelen

2001-08-31
  • Jaargang 45
  • nummer 17
Naar aanleiding van de artikelen van Pieter van Kampen over ‘Nieuwe rituelen’ wil ik pogen te reageren op de vragen die hij stelt in Opbouw nr 14.
Ik heb respect voor de wijze waarop hij schrijft over zijn eigen ervaringen en de openheid en eerlijkheid waarmee hij zoekt naar een weg hierin om vrede te vinden met God, met zichzelf en met het verleden.

Wat zijn vraag naar nieuwe rituelen betreft: zijn ze wel zo nieuw? Leert de Bijbel ons niet om met elkaar in het Licht te wandelen? Juist als er pijnlijke dingen gebeuren in ons leven worden we eenzaam en voelen we ons onbegrepen.
Waarmee zou dat te maken kunnen hebben? Is het niet zo (geworden) dat wij hebben geleerd om psychologisch te duiden en niet zo’n besef meer hebben van geestelijke realiteiten?
Waardoor we geen goed gebruik meer van elkaar weten te maken als leden van één Lichaam?
Een voorbeeld hierin vind ik de discussie rond Harry Potter. Als je geen besef hebt van de duivel ga je rationeel en theoretisch met Harry Potter om en vind je criteria zoals ik die gelezen heb in het Nederlands Dagblad en het Reformatorisch Dagblad, nl dat Harry Potter het kwade bestrijdt, voldoende. Je vraagt je niet meer af met welke wapens wordt gestreden; het feit dat je het goede beoogt is voldoende. Gesien Vrijlandt brengt dit m.i. heel helder onder woorden in Opbouw nr 15. Naar mijn mening gaat het over geloof of ongeloof in geestelijke realiteiten.

Vragen
Dit raakt, denk ik, ook aan de vragen die Van Kampen stelt.
a) eigentijdse rituelen zijn ‘eigendunkelijke’ godsdienst als ze alleen een psychologische behoefte zouden vervullen. Je hebt moeilijke dingen meegemaakt en hebt het nodig om vrede te vinden. Echte vrede vind je echter alleen met God in Christus, de verzoening door Zijn bloed over al jouw persoonlijke zonden en tekortkomingen. Ook over je pijn, over wat anderen jou hebben aangedaan en hoe je daarmee bent omgegaan. Als je klaar bent met dat hele proces – en daar kan lange tijd overheen gaan – kun je een ritueel zoeken om tot een afronding te komen. Als het uitgaat naar God en naar Zijn oordeel over jou persoonlijk kan het mijns inziens niet eigendunkelijk zijn.
b) Waarom zou het onder het beslag van een kerkenraad moeten plaatsvinden?
Als we problemen niet in staat zijn problemen op te lossen kunnen we bijvoorbeeld in therapie gaan. Daar hebben we een Stagg voor in het leven geroepen. In zekere zin gaat dat buiten de gemeente om en dat is maar goed ook: ze moeten toch ook weer niet teveel van je gaan weten. Je meldt het wel, denk ik, bij je predikant of ouderling, afhankelijk van het contact dat je met hen hebt.
c) Toch zal het goed zijn als de kerkelijke gemeente hiervoor oog gaat krijgen, als je bijvoorbeeld groepjes kunt vormen om met elkaar te bidden of elkaar te steunen. Maar dat vraagt veel! Voor zover ik ervaring heb in het bidden met anderen merk ik dat daar toch ook een grens aan is. Je moet elkaar niet overvragen.
Of eerst uitzoeken of je wel vanuit dezelfde uitgangspunten vertrekt.

Meegemaakt
Persoonlijk heb ik een en ander meegemaakt waarvoor ik door de jaren heen hulp heb gezocht. Therapie kan helpen om inzicht te krijgen in processen maar was voor mij uiteindelijk onvoldoende.
Ik was mijn vertrouwen in God kwijtgeraakt, ben een aantal jaren ook kerkverlater geweest, en toen een proces van heling op gang kwam ben ik hulp gaan zoeken bij gebedspastoraat.
Er is een charismatische stroming in de SOW-kerken en daar ben ik terecht gekomen. Ik heb een aantal individuele pastoraten gehad die een grote zegen in mijn leven hebben uitgewerkt. Ik ben ook met olie gezalfd voor innerlijke genezing en ben ‘vrijgesproken’. Ik heb dit niet ervaren als een psychologisch proces maar als een geestelijk proces, waarin de HERE door anderen heen naar mij toegekomen is. Je bent schuldig en je bent niet schuldig aan wat je meemaakt. Waar schuld is mag die beleden worden en waar anderen schuld hebben mag je vergeving uitspreken.
Daar ligt het hart van bevrijding. In therapie leer je inzicht krijgen, in geestelijk pastoraat word je dieper verbonden aan Christus.

Gewond
Ik heb het gemeld aan mijn predikant om doorzichtig te blijven. In die tijd zou ik het niet aangekund hebben om te moeten discussiëren of deze dingen wel of niet mogen; of de kerkenraad ervan moet weten. Ik was gewond en had hulp nodig en heb die hulp ook gekregen.
Als we binnen onze NGK-kerken willen discussiëren of dit soort pastoraat mogelijk moet zijn binnen onze kerken lijkt me een eerste vereiste dat je het eens wordt over de uitgangspunten en je visie op het kwaad. Het maakt dan mijns inziens niet zoveel uit of het gaat om echtscheiding, het zegenen van een huis, ervaring met occulte machten of het aangaan van verkeerde bindingen.
We zullen het eens moeten worden over wat wezenlijk pastoraat is. En daarin wil ik graag met Van Kampen meedenken.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief