Antheunis Janse, 1890-1960
2001-08-31
Op 5 juni 2001 verscheen het vijfde en voorlaatste deel van het Biografisch Lexikon voor de Geschiedenis van het Nederlandse Protestantisme (Kampen: Kok, 2001). Wie informatie zoekt over figuren uit de geschiedenis van het Nederlandse protestantisme kan in dit standaardwerk terecht. Het meest recent verschenen deel besteedt aandacht aan onder anderen drie personen, die een rol speelden in de (voor)geschiedenis van de Nederlands Gereformeerde Kerken: A. Janse (1890-1960), prof. C. Veenhof ( 1902-1983) en ds C. Vonk (1904-1993). De bijdragen over A. Janse en prof. C. Veenhof werden geschreven door dr W. Janse (Universiteit Leiden). Ds F. van Deursen (Barneveld) verzorgde het lemma over ds Vonk. Met toestemming van uitgever, redactie en auteurs neemt Opbouw de genoemde biografische artikelen in alfabetische en chronologische orde in dit en de komende nummers over.- Jaargang 45
- nummer 17
JANSE, ANTHEUNIS, * Oostkapelle 1 juli 1890, † Breda 18 maart 1960. Zoon van Jan Janse, landbouwer, en Catharina Wondergem.
Onderwijzer in Schoondijke van 1910-1917, in Biggekerke van 1917-1918, hoofdonderwijzer aldaar van 1918-1942.
Hij huwde 1. op 17 augustus 1917 te Oostkapelle met Debora Louwerse (1885-1926); 2. op 8 mei 1929 te Vlissingen met Francina Pieternella Fregeres (1895-1974).
Janse droeg bij aan de vernieuwingsbeweging binnen de Gereformeerde Kerken die voorafging aan de vrijmaking (1944). Tussen 1920 en 1940 deed hij zich kennen als publicist en spreker op de terreinen van pedagogiek, didactiek, psychologie, politiek, geschiedenis, theologie en wijsbegeerte; zijn schriftuitleg lag daaraan ten grondslag. Hij genoot geen academische vorming.
Vanaf zijn negende, toen zijn vader overleed, werkte hij op de boerderij en ging hij alleen ’s winters naar school.
Door toedoen van een oom kon hij in Middelburg voor onderwijzer leren (1908-1910; hoofdakte 1913). Op de gereformeerde knapenvereniging werden hem de ogen geopend voor wat het grondbeginsel van zijn denken werd: het praktische karakter van het bijbelwoord en zijn zeggenschap over alle terreinen van het leven.
In Janses werk als onderwijzer kwam dit beginsel tot uitdrukking in een hogere achting voor de concrete, door God geschapen en geregeerde werkelijkheid dan voor de abstracte, begripsmatige wetenschap van die werkelijkheid, alsook in de aandacht voor het object van het onderwijs in plaats van voor het lerende of docerende subject daarvan. Janses verwerping van het ideaal van een alzijdige zelfontplooiing als humanistische persoonlijkheidsverering leidde tot repliek door J. Waterink, hoogleraar pedagogiek aan de Vrije Universiteit en leider van cursussen voor christelijke zelfontwikkeling (Zielkunde. In: De Reformatie, XIV, 1933-1934), en de latere Leidse hoogleraar A. Kuypers (Op verkenning. In: Paedagogisch Tijdschrift, XXIX-XXXII, 1936-1940).
Vanuit de onderwijzerswoning toetste ‘Janse van Biggekerke’ onbewimpeld gangbare inzichten en nieuwe ontwikkelingen op het gebied van geloof, politiek en wetenschap aan het bijbelse getuigenis. Bij bevindelijke gereformeerden als ds G.H. Kersten en bij toonaangevende denkers in de traditie van Abraham Kuyper en Herman Bavinck ontmoette hij geduchte tegenspraak; anderen, onder wie (aankomende) predikanten als B. Holwerda, H.J. Jager, C. Veenhof, G. Visee en C. Vonk, ervoeren zijn heroriëntatie als een reformatie. Tegenover het zelfonderzoek van "ziele-godsdienstigheid" als weg tot geloofszekerheid stelde Janse in Lourens Ingelse (1926) de zelfbeproeving en het vertrouwen op de belofte van het Evangelie.
Kenmerkend was zijn oproep, de werkelijkheid te eerbiedigen in haar eenheid en volheid, in plaats van haar te vangen in de theoretische constructie van het dualisme godsdienstig-gewoon, hoger-lager, zijn-worden, eeuwigheidtijd.
Zijn poging om in een bijbelse herformulering van de traditionele antropologie boven het dilemma van "onsterfelijke ziel" of "onbewuste tussentoestand" uit te komen, waarbij hij de onsterfelijkheid van de substantiële ziel als gnostisch typeerde en de eenheid van de mens als levende ziel benadrukte, stuitte op weerstand bij onder anderen de hoogleraren H.H. Kuyper, V. Hepp (Dreigende deformatie, I-IV, 1936-1937) en J. Ridderbos (Schriftuurlijke antropologie?, [1939]).
Tegenover hen viel K. Schilder hem vanuit Kampen bij. In Janses ogen was de heersende na-Kuyperiaanse theologie onder invloed van een Grieks, ontologisch denken verstard in tijdloze scholastiek die de verkondiging verlamde.
In Leven in het Verbond (1937) wees hij op het verschil tussen leven bij beschouwingen over verbond en doop en het "in de tijd" en "in het volle leven" rekenen met beide. In Dogmatiek als wetenschap (1939) wees hij de theologie een bescheiden plaats toe. Het optreden van de jonge Karl Barth, die Gods heiligheid beklemtoonde, stemde hem aanvankelijk hoopvol. Teleurgesteld bestreed hij diens dialektiek, onder andere in zijn als hoofdwerk beschouwde Van de rechtvaardigen (1931), waarin hij het bijbelse onderscheid tussen rechtvaardigen en goddelozen schetste. Zijn vroegtijdige publicaties tegen het fascisme en het nationaal-socialisme (vanaf 1932) vonden ook buiten eigen kring bijval, onder anderen van ds J.J. Buskes.
Intensieve correspondentie en vriendschap verbonden Janse sinds 1919 met D.H.Th. Vollenhoven, predikant te Oostkapelle (1918-1921). Met diens latere VU-collega H. Dooyeweerd legden zij de grondslag voor de wijsbegeerte der wetsidee. In 1935 richtten zij de Vereeniging voor Calvinistische Wijsbegeerte op, waarvoor Janse als bestuurslid met landelijke cursussen en publicaties aanhang wierf.
Vollenhoven en Janse beïnvloedden elkaar wederzijds, evenals Janse en Veenhof. Veenhof bracht Janse en Vollenhoven in contact met Schilder.
In Schilders stijl van kerkelijk optreden kon Janse – bij wederzijdse waardering – zich niet vinden; uit bezwaar tegen "een kerkreformatie per democratische betooging" woonde Janse de vrijmakingsvergadering van 11 augustus 1944 niet bij. Een maand eerder had hij in Breda, waar hij sinds de verordonneerde evacuatie van Walcheren in 1942 woonde, zich met de gemeente van ds B. Telder vrijgemaakt, toen deze werd geschorst en afgezet.
Janse vervreemdde zich van veel medestanders, toen hij in de oorlogsjaren opriep tot gehoorzaamheid aan de bezetter, die hij in plaats van de uitgeweken landsoverheid als het feitelijke gezag erkende en als dam tegen het communisme beschouwde. Ervan overtuigd in de bezetting Gods straffende hand te ondervinden, maande hij met beroep op Romeinen 13 en Daniël 9 tot verootmoediging. Verzet dat voortkwam "uit de ongebroken houding die Gods toorn over de Christenheid niet erkent" veroordeelde hij in de lijn van eerdere publicaties als uiting van "de oude wereldsche geest" van revolutie en zelotisme. Janses opstelling leidde na de bevrijding van Breda in oktober 1944 tot arrestatie, drie maanden internering en huisarrest.
In augustus 1945 sprak het Bredase Tribunaal hem vrij van collaboratie.
Na een nieuwe dagvaarding een jaar later werd hij in juli 1947 wegens lijdelijkheid voor tien jaar uit het kiesrecht ontzet. De ziekte van Parkinson had hem reeds in 1945 tot vervroegde pensionering genoodzaakt. Sindsdien werd Janses stem nog slechts in beperkte kring gehoord. Discussies over het met zijn persoon en werk verbonden thema ‘oordeel en verootmoediging’ leidden tot spanningen in de vrijgemaakte kerken. Janses erfenis leeft voort in de predikantsopleiding die enkele Nederlands Gereformeerde Kerken in 1973 oprichtten.
Geschriften
Eva’s dochteren, Kampen 1923; 2e dr., Groningen [1974]. - Met A. Jager, Eerst kunnen, dan kennen, Rekenmethode, 12 dln. met 6 handleidingen, Utrecht 1924-1929. - Lourens Ingelse, Goes 1926; 2e dr., 1932. Christelijke zelfontwikkeling, Rotterdam 1926. - De factoren die geleid hebben tot de inzinking van het Calvinisme in ons land in de 17e en 18e eeuw, z.p. [1930]. - Van de rechtvaardigen, Kampen 1931; 2e dr., Rijswijk 1962; Spaanse vertaling: Los Justos en la Biblia, 3 dln., Rijswijk 1984-1987; 2e dr., 1998. - Met A. Jager, aa bee cee dee, om te leeren lezen, Leesmethode, 8 dln. met handleiding, Groningen-Den Haag-Batavia 1932-1933. - Burgerlijke of kerkelijke politiek, Aalten 1931; 2e en 3e dr., 1932. - Nationaal-socialistische fascisten-politiek gezien in den levensgang van Mussolini en in de propaganda zijner geestverwanten in Nederland, Aalten 1932; 2e dr., 1933. - De verhouding van Christelijke politiek tot de wereldsche, Aalten 1933; Spaanse vertaling: ¿Qué es Política Cristiana Frente a la del Mundo?, Rijswijk 1977; 2e dr., 1990. - Het socialisme. Leidraad ter bestudering van het werk van P.A. Diepenhorst ‘Het socialisme’, Amsterdam [1933]. - De heerlijkheid der Psalmen als liederen des Verbonds, Culemborg 1933; 2e dr., Rijswijk 1964; 3e dr., Heino 1997. - De mensch als ‘levende ziel’, Culemborg [1934]; 2e dr., Amsterdam 1937. - Van ‘Dordt’ tot ‘34, Kampen 1934; 2e dr., 1984. - De nieuwe geest van de N.S.B., Aalten 1934. - Het eigen karakter der Christelijke school, Kampen 1935.Leven in het verbond, Kampen 1937; 2e dr., Groningen 1975. - Van idolen en schepselen, Kampen 1938. Rondom de reformatie, Goes [1939]. Om ‘de levende ziel’, Goes [1939]. Met geheel uw verstand, Kampen [1939]. - De belijdenis der kerk naar de Schriften. Handboek voor de catechisatie, Enschede 1950. - Uit de geschiedenis der kerk, Enschede 1952; 2e dr., Groningen 1966. - De
kerk, [Rijswijk] 1953. - Opvoeding en onderwijs, [Rijswijk 1957]. – Inleiding tot de calvinistische filosofie, Amsterdam 1982. - A. Janse over Karl Barth (samensteller J.L. Struik), Kampen 1987. - De nominalistische inslag in de ‘Kirchliche Dogmatik’ van Karl Barth. In: Vox Theologica, VI/4 (1935), 92-105. - Dogmatiek als wetenschap en hare wijsgeerige motieven. In: De reformatie van het Calvinistisch denken, onder red. v. C.P. Boodt, ‘s-Gravenhage 1939, 120-157. Hoofdstukken in onder andere: Jong in het volle leven, onder red. v. J.H. Scheurer e.a., Amsterdam [1937], 95-130. - ‘t Hoogfeest naar de Schriften, onder red. v. K. Schilder, Goes [1939]; 2e dr., [z.j.], 199-216. - Wijsbegeerte en levenspractijk, onder red. v. H.J. en J.M. Spier, Kampen 1948, 170-185.
Bijdragen aan o.a.: Anti-Revolutionaire Staatkunde. - Bibliotheek voor Bijbelsche Opvoedkunde.Bouwen en Bewaren. - Calvinistisch Jongelingsblad. - Calvinistisch Studentenblad - Correspondentieblad: Orgaan der Vereniging van Christelijke Onderwijzers. - Correspondentie-bladen ter bespreking van politieke en sociale vragen. - Gereformeerd Jongelingsblad. - Het Kind. - Kerkblad van Breda. - Kracht van omhoog. - Lectuurgids.Op den uitkijk. - Paedagogisch Tijdschrift voor het Christelijk onderwijs. Philosophia Reformata. - Pro Ecclesia. - De Reformatie. - Ruimte: Gereformeerd Cultureel Tijdschrift. - De School met den Bijbel. - De Standaard. - De Stuwdam. - De Unie. - Vox Theologica. - De Zeeuw. - Oosthoek’s Encyclopaedie, 2e dr., Utrecht 1925-1934. - brochures, referaten, schetsen.
- (Her)uitgave van divers werk: Gereformeerd Schoolblad, Brochures 1-74 (1978-1997).
Handschriften
Brieven, dagboeken, referaten, gestencilde stukken, niet uitgegeven manuscripten, notities, concepten, etc. (archief-A. Janse, momenteel in familie-beheer, daarna: Historisch Documentatiecentrum, Vrije Universiteit Amsterdam [afgekort als: HDC]); brieven (HDC: archieven-J.J. Buskes, H. Dooyeweerd, B. Holwerda, IJ. Jacobs, B. Telder, H.W. van der Vaart Smit, C. Veenhof, D.H.Th. Vollenhoven en J. Waterink; Archief- en Documentatiecentrum Kampen: archieven-S. Greijdanus en K. Schilder; verzameling- A. Janse; Landelijk Archief Nederlands Gereformeerde Kerken Vlaardingen: archief-J.L. Struik; verzameling- A.Janse; Rijksarchief Utrecht: archief-Deputaatschap voor hulpverlening aan gescheurde kerken 1947-1965; Gemeentearchief Kampen: archieven-F.Q.I. en J.H. Kok).
Literatuur
Overzicht van herdenkingsartikelen (1960) en artikelen in (kerkelijke) bladen, waaronder Centraal Weekblad, Clarion, Nederlands Dagblad, Opbouw, De Reformatie, Reformed Perspective, Waarheid en Eenheid: Landelijk Archief Ned. Geref. Kerken Vlaardingen. - Th. Delleman e.a., Opdat wij niet vergeten, Kampen 1949, 389 vlg. - J. Kamphuis, Katholieke vastheid, Goes 1955, 69-73, 90, 105 vlg. - Dez., A. Janse.
Verzameld werk. In: Nader Bekeken, II (1995), 103-107. - J.C. Janse, Uit het leven en werk van A. Janse. In: Handboek ten dienste van de Gereformeerde Kerken in Nederland, onder red. v. D. Deddens, Goes 1961, 249-264. - Dez., Uit het leven en werk van A. Janse. In: Gereformeerd Schoolblad, XIV/4 (1997), 15-44. - O. Jager, Het eeuwige leven, Kampen 1962, 392 vlg. - K.J. Popma, Levensbeschouwing, VI, Amsterdam 1963, 168 vlg. - B. Telder, Sterven... waarom?, Kampen 1963, 82 vlg., 168 vlg. - C. Vonk, De voorzeide leer, Ib, Barendrecht 1963, 63-69, 75-77, 80, 87. - B. van Kaam, Parade der mannenbroeders, Wageningen [1964], 190, 193-195. - C. Veenhof, Om kerk te blijven, Amsterdam 1966, 36-51, 282. - Dez., A. Janse. In: Gereformeerd Schoolblad, XXIV/3 (1981), 12-37, 44-52. - L. de Jong, Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog, I, ’s-Gravenhage 1969, 362; V/2, ’s-Gravenhage 1974, 691. - G. Puchinger, Hervormd-Gereformeerd, één of gescheiden?, Delft 1969, 149 vlg. - R. van Reest, De braambos, I, Goes 1969, 127-134, 138, 140, 144. - B.F. Mulder, Het streven naar onderwijsvernieuwing (1974) en de betekenis van het werk van A. Janse (1890-1960). In: Gereformeerd Schoolblad XVII/10 (1974), 1-28.
- W.G. de Vries, Calvinisten op de tweesprong, Groningen 1974, reg. in v. - G. Visee, Onderwezen in het koninkrijk der hemelen, Kampen 1979, 43, 51, 354. - J.J. Arnold e.a., Helpen in perspectief, Groningen 1982, reg. in v.Vollenhovens laatste werk: 1970-1975, onder red. v. K.A. Bril, Amsterdam 1982, 3, 110-117. - In dienst van de scholen, onder red. v. R. de Boer, Kampen 1982, 47, 53, 106-108, 115, 119-122, 138. - H.J. Dam, De NSB en de kerken, Kampen 1986, reg. in v. - J. Stellingwerff, De VU na Kuyper, Kampen 1987, reg. in v. - Dez., D.H.Th. Vollenhoven, Baarn 1992, reg. in v.H. Smit, Iets over de betekenis van A. Janse [Studiemap Theologische Studiebegeleiding F4, maart 1988; Landelijk Archief Nederlands Gereformeerde Kerken Vlaardingen]. - Dez., Reformatorische opleving. In: Begeleidend schrijven, onder red. v. J. Bouma e.a., Amsterdam 1994, 121-135. - H.R. Schaafsma, De betekenis van A. Janse voor onze tijd. In: Onderwijs in beweging, onder red. v. R. de Boer, Kampen 1988, 61-75. - J.C. Sturm, Een goede gereformeerde opvoeding, Kampen 1988, reg. in v. - Dez., Meester Janse en prof. Waterink. In: Pedagogisch Tijdschrift, Speciale editie (1989), 156-164. - B.J. van der Walt, Antheunis Janse van Biggekerke (1890-1960). Môrester van ’n twintigste-eeuse reformasie, Potchefstroom 1989; Nederlandse vertaling: Antheunis Janse van Biggekerke (1890-1960). Morgenster van een reformatie in de twintigste eeuw, Kampen 2000. - G.C. Berkouwer, Zoeken en vinden, Kampen 1989, reg. in v. - H.J. Langeveld, Protestants en progressief, ’s-Gravenhage 1989, reg. in v. - M.E. Verburg, H. Dooyeweerd, Baarn 1989, reg. in v. - T.W. van Bennekom, De wachters op de muren, Leiden 1990, reg. in v. - Brieven aan Buskes, onder red. v. J. de Bruijn, Amsterdam 1990, 21 vlg. - J.J.C. Dee, K. Schilder: zijn leven en werk, I (1890-1934), Goes 1990, reg. in v. Geen duimbreed!, onder red. v. J. de Bruijn en G. Harinck, Baarn 1990, reg. in v. - G. van Roon, Protestants Nederland en Duitsland 1933-1941, 2e dr., Kampen 1990, reg. in v. - J.L. Struik, Levensbericht van A. Janse. In: Gereformeerd Schoolblad, VII/3 (1990), 1-52. - H.C. Endedijk, De Gereformeerde Kerken in Nederland, I-II, Kampen 1990 en 1992, reg. in v. - A.J. Moggré, De betekenis van A. Janse voor ons seminariewerk. In: Seminarie-nieuws, XXXII (1990), 1 vlg. - Leven en werk van J. Waterink, onder red. v. J.C. Sturm, Kampen 1991, 12, 16, 32-34, 36. - G. van den Brink en H.J. van der Kwast, Een kerk ging stuk, Amsterdam 1992, 11 vlg., 16, 22, 24-26, 29, 131, 134 vlg., 143, 145. - Eender en anders, onder red. v. W.G. de Vries en H. Vollenhoven, Kampen 1992, reg. in v. - 100 jaar theologie, onder red. v. M.E. Brinkman, Kampen 1992, reg. in v. - J.H. Kok,Vollenhoven, Sioux Center 1992, reg. in v. - A. Tol en K.A. Bril, Vollenhoven als wijsgeer, Amsterdam 1992, reg. in v. - M. Golverdingen, G.H. Kersten, 3e dr., Houten 1993, reg. in v. - G. Harinck, De Reformatie (...) 1920-1940, Baarn 1993, reg. in v.Jaarboek voor de geschiedenis van het Nederlandse Protestantisme na 1800, I (1993) en IV (1996), reg. in v. - H. Veldman, De dertiger jaren. Bijlage bij De Reformatie, LXIX/6 (1993). – Dez., De fakkel van het Woord, IIIB, Zwolle 1998, 41 vlg., 49. - J. van Gelderen en R.H. Veldman, Schisma 1944 in geschriften, Kampen 1994, 764-769. - J. Ridderbos, Strijd op twee fronten, I, Kampen 1994, reg. in v. - A. Janse, Een woord op zijn tijd. A. Janse (1890-1960) en de reformatie van de kerk. In: 1944 en vervolgens, onder red. v. G. Harinck en M. te Velde, Barneveld 1994, 9-16; tevens reg. in v. - Dez., Reformatie, oordeel en verootmoediging. A. Janse en de kerken van de Vrijmaking, 1944-1960. In: Vuur en vlam, onder red. v. R. Kuiper en W. Bouwman, I, Amst. [1994], 44-65; tevens 14, 154, 206, 218, 259, 268.Vrijmaking – wederkeer, onder red. v. D. Deddens en M. te Velde, Barneveld 1994, reg. in v. - C. Hilbrink, In het belang van het Nederlandse volk… Over de medewerking van de ambtelijke wereld aan de Duitse bezettingspolitiek 1940-1945, ’s-Gravenhage 1995, 76. -W. Smit, Kleine Utrechtse kerkgeschiedenis, Altneuland 1995, 18 vlg., 22-25, 28, 38, 40, 42 vlg., 46 vlg., 76 vlg., 90. - J. Zwemer, De Zwemers en Janses van Oostkapelle. In: Transparant, VII/1 (1996), 22-28; VII/2 (1996), 4-10. - D. van Keulen, Bibliografie G.C. Berkouwer, Kampen 2000, reg. in v.