Laten we danken
2001-08-31
In hoeveel gezinnen wordt er hardop gebeden en gedankt? En dan niet een formuliergebed, maar een ‘vrij’ gebed… In hoeveel gezinnen leren de kinderen hardop aan tafel te bidden?- Jaargang 45
- nummer 17
Of zeggen ze alleen ‘Here zegen deze spijze’ en als ze 10 jaar zijn is het helemaal over?
Sommige ambtsdagers vragen tijdens het huisbezoek naar de wijze waarop er in de gezinnen gebeden wordt. Nog afgezien van de vraag of de antwoorden betrouwbaar zijn (sommige gemeenteleden doen zich mooier voor dan het in de praktijk is) weet ik zéker dat deze ambtsdragers zullen schrikken.
In een aantal gezinnen in onze kerken wordt niet hardop gebeden aan tafel, in een groter deel van de gezinnen is het steeds hetzelfde gebed, in een nóg groter deel leren de kinderen aan tafel niet om zelfstandig te bidden.
En dan ga je de deur uit en je hebt alleen je vader dag-in, dag-uit horen bidden: "Geef dat onze ziele niet aan dit vergank’lijk leven kleef, maar altijd doe wat Gij gebiedt en eind’lijk eeuwig bij u leev’…." Moet jij dat gebed als twintiger in 2001 overnemen nu je op jezelf woont? Dat gaat dus niet….
Praktisch
Twee predikanten van de Nederlands Gereformeerde Kerk in Wezep, ds. W. van Dijk en ds. J. Winter, hebben in hun pastorale praktijk ook geconstateerd dat bidden voor gemeenteleden moeilijk kan zijn. Daarom hebben ze een boekje over het gebed geschreven. De verdienste van het boekje is dat je als lezer direct aan het werk wordt gezet.
Het is dus geen theoretische verhandeling (‘hoe we eigenlijk zouden moeten bidden’), maar na een meditatie volgt de weergaven van een gebed dat aansluit bij het gelezen gedeelte.
Dat betekent dus: bidden met de ogen open…. En in dit verband is dat heus niet oneerbiedig. Want soms moeten we het bidden gewoon nog leren!
Zes weken bijbelstudie
Het boekje ‘Laten we danken’ biedt voor zes weken aan bijbelstudie. In de eerste week worden bijbelgedeelten uit Genesis besproken. Jakob is op de vlucht en voelt zich alleen. Toch mag hij ervaren dat God bij hem is. Het gebed sluit daar op aan: om ons heen kan het zwart zijn, maar we bidden of God met ons mee gaat. In de tweede en derde week volgen andere gedeelten uit het Oude Testament. Het hart van het boekje is het Onze Vader. In de vijfde week worden gedeelten uit het evangelie naar Johannes besproken. In de zesde week is de opzet van het gebed anders geworden. Misschien is het inmiddels ‘gewoner’ geworden om hardop een eigen gebed te bidden.
Daarom worden nu ‘slechts’ gebedspunten aangereikt.
Bidden moeten we leren
‘Laten we danken’ is een prettig boekje.
Het taalgebruik is eenvoudig. Het kan mensen helpen om de drempel naar het vrije en hardop bidden te overwinnen. Overigens: ook voor mensen die wel gewend zijn om ‘vrij’ te bidden is het een goed boekje, want soms moeten we ook weer eens leren om in het gebed aan andere geloofszaken aandacht te geven. Wel vraagt het om een vervolg. Bijvoorbeeld: hoe betrekken we kinderen (of gasten aan tafel) bij het gebed?
Daar zijn tegenwoordig ook goede en gespecialiseerde boeken voor. Want bidden kun (en moet) je leren….
Naar aanleiding van: ds W. van Dijk en ds J. Winter: Laten we danken. Uitgave: Buijten & Schipperheijn, 2001. Prijs: ƒ 9,90.