Tweeërlei zegen

2001-09-14
  • Jaargang 45
  • nummer 18
Genesis 26:34 - 28:9 Geen fraaie geschiedenis, die van Jacob, die de aartsvaderlijke zegen voor de neus van zijn broer wegkaapte.
Het lijkt wel alsof God zijn zegen geeft aan list en bedrog!
Als we echter de lezing niet beperken tot Genesis 27:11-40, maar ook de twee voorafgaande verzen en het gedeelte dat erop volgt erbij lezen, zodat er een mooi afgerond geheel ontstaat, dat omlijst wordt door mededelingen omtrent Esau's vrouwen, komt de geschiedenis in een ander licht te staan. Dan dringt ook de vraag zich op, of de zegen die Jacob door list en bedrog verkreeg, wel de eigenlijke zegen was. Die zegen is namelijk niet de enige die in het stuk klinkt.

Van Izaäk wordt gezegd, dat zijn ogen het hadden laten afweten. Maar niet alleen met zijn lichamelijke zintuigen was iets mis, ook met zijn geestelijke.
In 26:35 lezen we, dat de heidense vrouwen die Esau zich genomen had, een kwelling des geestes voor Izaäk en voor Rebekka waren. Letterlijk staat er: bitterheid voor de geest. Dat wil zeggen, dat zowel Izaäk als Rebekka, telkens wanneer ze aan hun heidense schoondochters dachten, figuurlijk een nare smaak in de mond kregen.

Vreemd
Met dit onmiddellijk eraan voorafgaand, komt het verzoek van Izaäk aan Esau wel heel vreemd over.
Uitgerekend hij die zijn vader voortdurend een bittere smaak bezorgt, krijgt van zijn vader het verzoek een smakelijk gerecht te bereiden.
Verwacht Izaäk, dat de smaak van wildbraad in zijn mond de bittere smaak in zijn geest wel zal onderdrukken, zodat hij na het eten daarvan Esau wel zal kunnen zegenen?
Kennelijk is de aartsvader niet alleen lichamelijk maar ook geestelijk blind geworden, weet hij de dingen niet meer op hun juiste waarde te schatten.
Dan verbaast het niet, dat de zegen die hij na het eten van het (valse!) wildbraad uitspreekt, nogal materialistisch overkomt. Ze gaat slechts over vette streken der aarde en overvloed van koren en most en over eer van en heerschappij over mensen.
Maar verderop in het horen we Izaäk over Jacob nog een zegen uitspreken en die zegen klinkt heel anders: God, de Almachtige, zegene u, Hij make u vruchtbaar en vermenigvuldige u, zodat gij tot een menigte (of, letterlijk: tot een vergadering) van volken wordt.
Hij geve u de zegen van Abraham, u en uw nageslacht met u, zodat gij het land uwer vreemdelingschap, dat God aan Abraham gegeven heeft, in bezit krijgt.
Dat klinkt veel meer als de echte verbondszegen!
De eerste zegen kwam dan ook uit Izaäks menselijke ziel voort.
Dan zal mijn ziel u zegenen, horen we hem (letterlijk vertaald) tegen Esau zeggen, als hij hem erop uitstuurt.
Aan de ziel van een stervende patriarch werd zegenende kracht toegeschreven en van die kracht wilde Izaäk - met dank aan God, dat wel - gebruik maken ten gunste van zijn lievelingszoon. De tweede zegen komt voort uit geloof in Gods verbondsbelofte.

Eye-opener
Wat heeft deze verandering bij Izaäk bewerkstelligd? Ik denk, dat woorden die Rebekka sprak, bij hem als eyeopener hebben gewerkt. Rebekka wil Jacob bij Esau weg hebben, voordat haar man zal sterven. Maar zij kan Jacob niet zomaar laten vluchten, want hoe zal Izaäk dan reageren, als hij hoort dat zijn jongste zoon als een misdadiger de benen genomen heeft? Hij zou hem dan wel eens een vloek achterna kunnen sturen!
Zij moet dus gedaan zien te krijgen, dat Izaäk zelf Jacob wegstuurt. Dus zegt zij tegen haar man: Ik walg van mijn leven om die Hethitische vrouwen; indien Jacob zich nu ook zo'n Hethitische vrouw neemt uit de dochters des lands, waarvoor leef ik dan nog?
Wat zij hiermee wil bereiken, is dat Izaäk Jacob naar het land zal sturen waar Abraham vandaan kwam en waar zij zelf ook vandaan komt, om daar een vrouw te zoeken. Dat gebeurt, maaronbedoeld - bereikt zij ook nog iets anders.
Waarvoor leef ik dan nog? Wat is dan de zin van mijn leven? Kennelijk hebben deze woorden bij Izaäk een schok teweeg gebracht: Rebekka heeft gelijk!
Stel je voor, dat Jacob zich ook verzwagert met de bevolking van Kanaän en zo zijn vreemdeling-zijn opgeeft, waarvoor heeft zij dan indertijd haar land en haar familie verlaten om te gaan delen in het vreemdelingenbestaan van Abrahams geslacht? Komt er dan niet een vraagteken te staan achter de zin van heel haar leven?
En... komt er dan niet ook een vraagteken te staan achter de zin van mijn eigen leven? Want waarom mocht ik indertijd geen Kanaänitische vrouw nemen? En waarom heb ik in de afgelopen jaren ook steeds de druk van de bewoners van het land om een van hen te worden, weerstaan? Was dat niet vanwege het verbond met de Here, die mijn familie, het geslacht van Abraham, uit de volken heeft afgezonderd om zijn volk te zijn? Als nu dat verbond door de eerstvolgende generatie alweer verbroken wordt, waarvoor heb ik dan geleefd?

Geestelijke ogen
Zo zijn door wat Rebekka zei, Izaäks geestelijke ogen weer opengegaan voor wat werkelijk belangrijk is in het leven, belangrijker dan de smaak van wildbraad, belangrijker ook dan vette streken en overvloed van koren en most en heerschappij over volken: het verbond met de Here, dat dat niet ver broken zal worden maar bevestigd van geslacht op geslacht.
Als Izaäk dan ook zijn zoon Jacob wegzendt, geeft hij hem behalve een opdracht ook een tweede zegen mee, een zegen waarin de vette streken der aarde vervangen is door: het land uwer vreemdelingschap, dat God aan Abraham gegeven heeft. Aan die zegen had hij niet gedacht, toen hij tegen Esau zei, dat hij alles al aan Jakob gegeven had. Maar die zegen zou aan Esau ook niet besteed zijn geweest..!

Waardevol
Wat vindt u het meest waardevolle om aan uw kinderen mee te geven?
Dingen in de sfeer van de vette streken der aarde: geld, een goede opleiding als opstap voor een glansrijke carrière, enzovoorts? En wat vindt u het heerlijkste om van uw kinderen te ontvangen?
Dingen in de sfeer van een smakelijk gerecht - waartoe ook gerekend kan worden: de eer ouders te zijn van kinderen die iets bereikt hebben, een mooi stel kleinkinderen, enzovoorts?
Dan bent u net zo blind als Izaäk was.
Nee, laat dit het zijn, wat u vóór alles aan uw kinderen wilt doorgeven: de zegen van Gods Verbond. En laat dit het zijn, wat u voor alles van uw kinderen wilt ontvangen: te mogen zien dat zij de Here liefhebben. Zet u daarvoor in met bidden en met werken.
Dan leeft u niet voor niets.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief