De zondag (2)

2001-09-14
  • Jaargang 45
  • nummer 18
In twee artikelen wil ik enkele bijbelstheologische overwegingen aanreiken, als hulplijnen om de viering van de zondag gestalte te geven. Het eerste artikel ging over de zondag als rustdag, bevrijdingsdag en afhankelijkheidsdag.
Deze typeringen hadden elk ook zeggingskracht richting onze samenleving. De typeringen in dit tweede artikel zijn meer ‘binnen-kerkelijk’ gericht: de zondag als ontmoetingsdag, Vaderdag en familiedag.

4) Ontmoetingsdag
Voor de eerste christenen blijkt de ontmoeting met God het hart van de zondag te zijn geweest. Direct na Pasen lees je al hoe de discipelen op de eerste dag van de week samenkomen, maar het duidelijkste voorbeeld van zo’n zondagse samenkomst vinden we in een reisverslag van Paulus. In Hand. 20 wordt verteld hoe de christenen van Troas op de eerste dag van de week waren samengekomen om het brood te breken. Ook voor de Woordverkondiging werd een grote plaats ingeruimd.
Toen Paulus erbij was, duurde de samenkomst zelfs tot diep in de nacht. Met deze zondagse samenkomsten heeft de kerk een belangrijke doelstelling van de sabbat overgenomen. Evenals de overige feesttijden moest Israël ook de sabbat voor een heilige samenkomst gebruiken. Door de sabbat zelfs bovenaan de feestkalender te plaatsen (Lev. 23,1-3), geeft de bijbel aan dat de wekelijkse sabbat boven alle jaarlijkse feesten uitgaat. In zijn betekenis als ontmoetingsdag spant de sabbatdag de kroon. Vooral in de tijd na de ballingschap, toen de synagoge ontstond, is het ontmoetingskarakter van de sabbat steeds belangrijker geworden.
Daarom verrast het niet dat ook de Heiland gewoon was om op de sabbat naar de synagoge te gaan (Luc. 4,16).
De sabbatdag is immers niet alleen voor de mens, maar ook voor de HERE (Lev. 23,3), een dag waarop God ernaar verlangt om zijn volk te ontmoeten en oproept tot een heilige samenkomst.

Lofprijzing
Dit verlangen van God kun je ook aflezen uit de Psalmen die boordevol staan met oproepen om God te ontmoeten.
Psalm 100 is daar een sprekend voorbeeld van. Deze psalm is één grote oproep om met vreugde en lofgezang voor Gods aangezicht te komen.
De psalm bestaat uit twee delen die beide met een soortgelijke oproep beginnen.
Aan deze dubbele oproep kun je merken hoe belangrijk God de lofprijzing vindt. Dat mag ook vandaag als belangrijkste reden gelden om op zondag naar een kerkdienst te gaan.
In Ps. 122,4 staat zelfs dat het een voorschrift is voor Israël om de naam van de HERE te loven. Daarom kan ook de oproep van Psalm 100 nooit vrijblijvend zijn, in de zin van: je ziet maar of je zin hebt om te komen.
Deze psalm zegt eenvoudig: Kom! De oproep aan Israël wordt zelfs uitgebreid tot de hele aarde. Er kan daarom geen misverstand over bestaan dat het ook voor ons vandaag een voorschrift is om Gods naam te komen loven. Natuurlijk kun je thuis ook in je eentje voor God zingen, maar dat kan nooit de plaats innemen van de zondagse samenkomst van de gemeente. Daar wordt onze lofprijzing gebundeld en onze vreugde gedeeld en vermenigvuldigd tegelijk.

Moeten en mogen
Dat het komen loven van God een voorschrift is, hoeft niet in mindering te komen op de vreugde waarmee de ontmoeting met God gepaard mag gaan. Uit Psalm 122 blijkt dat uitnodiging en voorschrift tot lofprijzing kunnen samengaan. De psalm begint met een blijde uiting van verwondering over de uitnodiging om naar Gods huis op trekken. Al is de dichter zich bewust van het voorschrift om de naam van de HERE te komen loven, hij wekt niet bepaald de indruk onder dit voorschrift gebukt te gaan. Het voorschrift is als uitnodiging tot hem gekomen. Psalmen als Psalm 100 en 122 zijn in elk geval een krachtige aansporing om de gezamenlijke ontmoeting met God ook vandaag het hart van onze wekelijkse rustdag te laten zijn, in navolging van vele gelovigen die ons zijn voorgegaan.
Een trouwe kerkgang is wezenlijk om onze rustdag de door God bedoelde ontmoetingsdag te laten zijn.

5) Vaderdag
Ter gelegenheid van vaderdag heb ik een keer een blauwgeverfde steen gekregen, keurig op een plankje geplakt met als bijschrift: ‘Papa is een kei!!’ Eén keer per jaar is er een speciale dag, waarop alle vaders in het zonnetje worden gezet. Eén keer per jaar, want je moet niet overdrijven.
Denkend aan God de Vader, besef ik dat we voor Hem eigenlijk niet vaak genoeg Vaderdag kunnen vieren. Je kunt zeggen dat het eigenlijk iedere zondag Vaderdag is, een bijzondere dag waarop deze Vader graag in het middelpunt van onze belangstelling staat. Elke week mogen we Hem komen zeggen dat Hij een kei van een Vader is, en mogen we Hem komen prijzen als de rots waarop je bouwen en bij wie je schuilen kunt.

De twaalfjarige Jezus
Wanneer ik de zondag Vaderdag noem, gaat het mij echter vooral om de unieke gelegenheid die deze dag biedt om ook bezig te zijn in de dingen van de Vader. Deze uitdrukking ontleen ik aan de geschiedenis van de twaalfjarige Jezus in de tempel, toen Jozef en Maria wanhopig naar Hem op zoek waren gegaan (Luc. 2,40-52). Jezus reageerde toen met enige verbazing: ‘Waarom hebt gij naar Mij gezocht? Wist gij niet, dat Ik bezig moet zijn met (in) de dingen mijns Vaders?’ Dit is het allereerste woord uit Jezus’ mond dat ons is overgeleverd. Het laat zien hoe Jezus zich bewust werd van zijn unieke relatie tot God en van de messiaanse taak waartoe Hij geroepen was.
Nadrukkelijk noemt Jezus God zijn eigen Vader, mede ter correctie van Maria die gezegd had: ‘Zie, uw vader en ik zoeken U met smart!’ Uw vader en ik… Verrassend genoeg blijkt Jezus al weet te hebben gekregen van een andere Vader en van zijn unieke roeping.
In dit eerste woord ligt heel zijn verdere levensprogram al opgesloten, namelijk dat Jezus niet gekomen is om zijn eigen werk te doen, maar dat van de Vader.

Groei
Zowel aan het begin als aan het slot van de genoemde passage, legt Lucas nadruk op de groei die Jezus doormaakt.
Jezus werd vervuld met wijsheid en de genade van God rustte op Hem. Uit deze nadruk op Jezus’ groei in wijsheid en genade kun je opmaken dat dit bezoek aan de tempel voor de twaalfjarige Jezus van groot belang is geweest voor het leren verstaan van zijn opdracht. Juist in het huis van zijn Vader wordt Jezus bepaald bij wat zijn levenstaak zou zijn. Ik denk hierbij in het bijzonder aan het vraaggesprek dat Jezus met de leraars in de tempel heeft. Jezus hoorde naar hen en stelde hun vragen. De leraars stonden versteld over Jezus’ inzicht en over de antwoorden die Hij gaf. Dit betekent niet dat Jezus bij deze gelegenheid al als leraar zou zijn opgetreden. Hij is veeleer nog de leerling die zich beijvert om de Schriften te verstaan. Dit bezoek aan de tempel en zijn gesprek met de schriftgeleerden zijn van grote betekenis geweest voor de groei van het messiaanse besef in Jezus’ leven.

Het werk van de Vader
In Psalm 111,2 wordt gezegd dat de werken des HEREN groot zijn en na te speuren door allen die er behagen in hebben. Het is opvallend dat deze uitspraak nauw met de lofprijzing in de gemeente wordt verbonden.Zoals de lofprijzing een voorschrift is, kan iets dergelijks ook van het naspeuren van Gods werken worden gezegd.
Voorschrift en voorrecht tegelijk. Voor Jezus’ zelf hield het bezig-zijn in de dingen van zijn Vader een unieke opdracht in. Toch mogen we zijn woorden eerbiedig tot de onze maken. We hebben immers deel gekregen aan Jezus’ zalving, zelfs aan het zoonschap.
Dan mogen ook wij ons geroepen weten om bezig te zijn in de dingen van onze Vader. Natuurlijk is dit niet iets dat tot de zondag beperkt zou kunnen worden, maar als Vaderdag is de zondag wel bijzonder geschikt om gezamenlijk in de dingen van de Vader bezig te zijn, zijn werken na te speuren en onze eigen levensweg vanuit dit perspectief te leren verstaan. In de gezamenlijke ontmoeting met God mag het werk van de Vader gehoord en geprezen, bewonderd en bestudeerd worden, opdat ook wij zullen groeien in wijsheid en genade.

6) Familiedag
Bij de typering van de zondag als familiedag, bedoel ik iets meer dan het onderhouden van contacten met directe familie en vrienden, hoewel de zondag zich ook daar vaak goed voor leent. Ik denk vooral aan de gelegenheid die juist de zondag geeft om de band met onze medechristenen te onderhouden. In de gezamenlijke ontmoeting met God mag ook de ontmoeting met elkaar worden beleefd, zoals ook de spaken van een wiel dichter bij elkaar komen, naarmate ze dichter bij de as komen. Zelf heeft Jezus de band met allen die God dienen in hun leven, als een soort familieband ervaren (Marc. 3,35). De zondag is een dag die we mede met het oog op deze familieband gebruiken mogen, om ook de band met elkáár te onderhouden en elkaar aan te vuren tot liefde en goede werken.

Psalm 133
Psalm 133 is bij uitstek de psalm waarin de zegen van de onderlinge band bezongen wordt. Omdat ook deze psalm een bedevaartslied is, laat hij zich goed met het thema van de zondag verbinden. Het bezoek aan de tempel gold voor de gelovige Israëliet als hoogtepunt in het jaar. Op zo’n moment werd de band met God het sterkst beleefd. Maar wanneer Jeruzalem volliep met pelgrims, werd ook de band met elkaar beleefd (vgl. Ps. 122,8). Zoals jongeren op de EO-jongerendag dat ook wel ervaren en vaak met enthousiaste verhalen terugkomen.
Wanneer een Israëliet naar één van de feesten in Jeruzalem was geweest, kwam ook hij gesterkt en bemoedigd thuis. Dan was hij niet alleen in het huis van God geweest, maar besefte hij ook weer dat hij als gelovige niet alleen stond, maar deel uitmaakte van de grotere gemeenschap van het volk van God. Zo bedoelt ook de zondagse samenkomst van de gemeente een bemoediging te zijn.

Theorie en praktijk
Psalm 133 noemt het goed en liefelijk als die familieband niet alleen in theorie bestaat, maar ook in de praktijk zichtbaar wordt. Het kan namelijk heel mooi klinken dat je in de kerk allemaal broeders en zusters van elkaar bent, maar dat moet natuurlijk wel ergens aan te zien zijn, namelijk aan de liefde en zorg die mensen in de gemeente voor elkaar hebben. Helaas ontbreekt het daar nog wel eens aan. Ook de dichter van Psalm 133 weet dat het plaatje dat hij van de onderlinge gemeenschap tekent, niet altijd even goed uit de verf komt. De praktijk is wel eens anders dan God het zich had voorgesteld. Het is niet vanzelfsprekend dat gelovigen metterdaad als broeders en zusters met elkaar omgaan.
Daarom begint de psalm met een uitroep van verwondering en gebruikt hij twee beelden om het wonder van de onderlinge liefde mee te vergelijken.
Twee beelden uit het dagelijks leven die allebei het gevoel van een verkwikking moeten oproepen. Hij vergelijkt de ervaring van de onderlinge liefde eerst met kostelijke olie op het hoofd en vervolgens met de dauw van de Hermon, die vooral in hete zomers overvloedig en verfrissend kon zijn.
De psalm wil hiermee het beeld oproepen van iets dat verfrissende kracht heeft.

Het geheim van de verzoening
Psalm 133 gebruikt drie keer een woord dat een beweging van boven naar beneden aangeeft. De verkwikkende ervaring van de onderlinge liefde is niet iets van beneden, maar komt van boven. Enigszins onverwacht komen hierbij ook de namen van Aäron en Sion ter sprake. De gebruikte beelden klinken eerst vrij algemeen en zijn uit het dagelijks leven gegrepen, maar de psalm laat de olie verrassend genoeg neervloeien op de baard van Aäron en laat de dauw van de Hermon neerdalen op de bergen van Sion.
De bedoeling wordt duidelijk als je bedenkt dat deze beide namen verbonden zijn met de verzoeningsdienst voor Israël. Aäron als priester van de verzoening en Sion als plaats van de verzoening. Met het noemen van deze namen laat Psalm 133 op subtiele wijze merken wat het diepste geheim van de onderlinge gemeenschap is, dat je daar Aäron en Sion voor nodig hebt, de dienst van de verzoening. De zegen van God moet eerst door de verzoeningsdienst van Aäron en Sion, en uiteindelijk door die van Christus, heengaan om ook in de praktijk gestalte te kunnen krijgen. Alleen op deze bodem kan de onderlinge liefde bloeien en kan de zondagse ontmoeting met elkaar een feest der herkenning zijn.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief