Omgaan met een ramp

2001-09-28
  • Jaargang 45
  • nummer 19
Door omstandigheden was ik in de gelegenheid aanwezig te zijn zowel in de Domkerk in Utrecht op zaterdag 15 september als in de Ridderzaal in Den Haag op dinsdag 18 september, Prinsjesdag. Het eerste was mijn deel doordat ik me op een vroeg moment in de rij wachtenden op het Domplein schaarde, het tweede door een zeer vriendelijke uitnodiging van mijn goede vriend Eimert van Middelkoop, die voor de ChristenUnie in de Kamer zit.

Als zijn introducé zat ik vier stoelen van het gangpad, waar Hare Majesteit en haar gevolg naar binnen en enige tijd later weer naar buiten schreden.
Een buitenkans, die mij niet anders maakt dan ik ben, maar me wel in de gelegenheid stelt een paar zaken te vergelijken.
Ik was zeker niet de enige die bij beide samenkomsten aanwezig was; ook diverse kabinetsleden kunnen dat zeggen en Prins Willem-Aleander was eveneens tweemaal present. Omdat de meeste paarse bewindslieden, naar ik vermoed, zelden in een christelijk blad zullen schrijven en ook de Prins van Oranje nooit tot de redactie van ons blad is toegetreden, meen ik daarvan zelf maar bericht te moeten doen.
Een impressie dus, aangevuld met wat indrukken van de kerkdienst(en) die op de zondag tussen de zaterdag en de dinsdag plaatsvonden ; die ik meemaakte of waar ik van hoorde.

In de Ridderzaal
Gisteren was het Prinsjesdag. (Ik schrijf dit verhaal op ongebruikelijk laat, en normaliter té laat, moment, namelijk de woensdagochtend.) Het was ongewoon druk in de (alom bekende) wandelgangen, de grote zaal van de Tweede Kamer, de diverse vergaderzalen die fractiegewijs bezet waren, maar ook op de roltrappen. Net toen wij na de plechtigheid in de Ridderzaal naar boven gingen, kwam minister Zalm met zijn fameuze koffertje de op drie meter afstand verkerende parallel-roltrap op, onder overweldigende belangstelling van aanzienlijk aantallen cameraploegen, met felle belichting en al. Hoewel het wat moeilijk te begrijpen is – zoveel aandacht voor de een, ten koste van de ander ; ik stond immers er feitelijk pal naast – geeft het je toch een bijzonder gevoel. Wellicht een centrum van macht, maar vooral ook een trefpunt van politieke stromingen, vertegenwoordigers van het Volk, een volk dat (met alle lek en gebrek) in vrede en harmonie met andere volkeren leven wil, waar nog iets van Gerechtigheid blijkt (m.i. voor een deel de vrucht van de wijze waarop een vanouds christelijk volk voor Gods aangezicht wilde wandelen). Vandaag strengere veiligheidsmaatregelen dan gebruikelijk in ons redelijk gemoedelijke landje. Militairen, politie en andere geüniformeerden in een cordon rond de Ridderzaal, maar ontspannen; niet de venijnige blik die ik in dictaturen gezien heb. Ontspannen wachtende mensen achter de dranghekken, onder wie een heel peloton Staphorster vrouwen in hun heel eigen klederdracht.
Wat heeft er altijd veel in ons land gekund : contact van regeerders en royalty, op een relaxte wijze als elders in Europa soms volstrekt ondénkbaar was.

Verbonden
Aanzienlijk belangrijker, al met al: mensen in ons parlementaire systeem die niet primair zich aan de Democratié verbonden hebben, met balans van de diverse krachten in ons land, maar aan een Réchtsstaat, normen voor ethisch handelen en wat in het verlangde daarvan ligt. Die steeds Gods Woord (zoals we dat oprecht menen te verstaan) willen verbinden met het staatkundig handelen in de publieke ruimte te Den Haag. De fractie van de Christen-
Unie in de ‘Klompé Zaal’ bijeen, heeft versterking gekregen van alle mederwerkers en diverse gasten. Kamerlid Leen van Dijke heet ons allen welkom.
Hij spreekt over de situatie in de VS en gaat ons voor in indringend gebed voor degenen die daar zo ernstig getroffen zijn. Dan oranje tompoezen bij koffie of thee, handengeschud en zeer amicale begroetingen. Er is gezelligheid, hartelijkheid en gastvrijheid te bespeuren; een prima sfeer, maar tegen een sombere achtergrond : het gebeuren in de States beheerst ons denken en veelal ook spreken.
In de Ridderzaal is het niet anders : ook daar beheerst de situatie in Amerika denken en spreken. Onze vorstin neemt plaats op de enige imposante stoel op de verhoging ; voordat het afgekondigd wordt, zien we al dat Prins Claus er niet bij zal zijn. Ze steekt van wal.
Eerst een bepaald warme en hartelijke passage over de rampspoed in de States, die ik met instemming hoor. Dan, zonder enige overgang die ik kan bespeuren, gaat het in dezelfde versnelling door over de euro ; dat is zonder twijfel de openingsstatement van het oorspronkelijke stuk. Erbarmen, euro en economie (‘ en het meeste van deze is de economie’) vullen vervolgens het speelveld. De slotzin van het verhaal gaat ook weer over al die mensen die verdampt zijn, of gewond, of vermist ; dan wordt de kreet van de voorzitter der vergadering, de heerKorthals Altes, ‘Lang leve de Koningin’ op de bekende (en naar mijn besef altijd wat dullige) wijze drievoudig beantwoord met ‘Hoera, hoera, hoera ‘.
Hoogwaardigheidsbekleders vertrekken naar de bijzaal ; een paar minuten later horen we weer hoefgetrappel, worden militaire commando’s geschreeuwd, weerklinken flarden van toejuiching.
Dan vertrekken minsters en de leden der Staten Generaal en blijven wij, het (bevoorrechte) voetvolk, over. Ik vond het mooi ! ‘Allemagtig pragtig ‘, spreek ik de voicemail van mijn vriend in die achter mijn rug deze uitnodiging versierd had. Ik lééf nu eenmaal op bij al dat ceremonieel, uniformen in het gelid, dignitarissen op rij en Hare Majesteit.
Maar de naklank van het gezegde is gemengd : gemangelde levens in Amerika gaan op de een of nadere manier niet zo goed samen met hoogwaardige uitbundigheid over de euro.

In de Dom
In de Domkerk, drie dagen eerder, was de sfeer voelbaar anders. Naar ik begreep, hadden – onafhankelijk van elkaar – de Raad van Kerken in ons land én de EO-EA (c.q. leidinggevenden in de Chr.Gereformeerde Kerken) gemeend dat er n.a.v. de ramp in New York en Washington ‘iets‘ gebeuren moest. Een Dienst van Woord en Gebed, waarin solidariteit met slachtoffers en nabestaanden geuit zou worden, maar waarin ook, en vooral, de Here God om erbarmen gesmeekt zou worden.
Gelukkig kwam men op tijd achter de wederzijdse plannen – het is altijd pijnlijk als je diepgaande verdeeldheid op christelijk erf kamerbreed voor het voetlicht brengt - zodat er tot een gezamenlijke gebedsdienst besloten werd. Een unicum in ons land, vermoed ik. Even opmerkelijk was het tijdelijk samenwerkingsverband tussen NCRV, KRO-RKK, EO en IKON, want er zou een live uitzending van op de buis komen. In de tijd van gedeelde ontzetting over het Kwaad dat een bevriende natie getroffen heeft werden de traditionele verdeeldheden opzij gezet en kwam men tot één (heel fraai vorm gegeven) uitzending rond dit Gebeuren. Hoe het toen precies verder gegaan is weet ik niet, maar uitnodigingen zijn kennelijk verstuurd naar het Koninklijk Huis en het kabinet, die beiden met een zware delegatie aanwezig waren. De aandacht ging vooral uit naar Willem-Alexander en Maxima, die op de voorpagina van het Utrechts Nieuwsblad aangekondigd was, maar ook zonder hen was het doorgegaan ! We kwamen niet voor prinsen en (aanstaande) prinsessen, maar voor een Hoger Audiëntie ! We kwamen om te zingen en te luisteren, maar vooral om te bidden ! Als al die vooraanstaanden wilden meebidden, was dat OK ; zo niet, dan deden wij het wél.

Smouter en Bouma
Zo werd dat ook beleefd ; in de rij wachtenden voor de lang gesloten Domdeur was menigeen me bekend, zoals dat ook voor de officiële genodigden gold (Smouter en Bouma, beiden aan de Opbouwlezers bekend, vertegenwoordigden onze Kerken, zoals ook andere kerkgenootschappen en geloofsrichtingen hun afgevaardigden gestuurd hadden.) De dienst zelf was indrukwekkend. Het waren mensen die vooral voor het aangezicht van God wilden staan ; de hoge gasten zongen mee of deden het niet maar we waren bijeen voor Gods aangezicht. Het bijzondere was dat zoveel verschillende christenen samen zongen en baden – boven (naar ik vermoed wezenlijke) geloofsverschillen uit. Ik heb ruim een half uur aangenaam staan praten met een vriendelijke roomskatholieke dame uit Bilthoven ; ze huldigde aantoonbaar progressiever opvattingen dan ik, maar toch: we waren hier niet om te discussiëren, over wat dan ook, maar om te bidden ! In de geluiden die uit de mond van de verschillende sprekers of bidders kwamen konden theologische fijnproevers nuanceverschil of méér dan dat horen of vermoeden, maar we waren er bijeen voor Gods aangezicht. En dat was bijzonder !
Dat was meer bijzonder dan de gevoelstoon in de Ridderzaal. Ik zeg daarmee niet dat ‘die verschillen er dus niet toe doen ! ‘, want ik vermoed het tegendeel.
Maar, desondanks, was het goed om daarbij te zijn: vertegenwoordigers van grote kerken of kleinere (ook een voorganger van Baptisten) die ik bijna allemaal van radio-interviews wel kende, vertegenwoordiging van de allochtone kerken in ons land (Mevrouw Kathleen Ferrier, die ik ook eens heb geïnterviewd en op mij een diepe indruk maakte ; ze kan bij mij geen kwaad doen !) Fijnzinnige muziek (van een cantorij of een gospelkoor) en, toch wel bijzonder: samen zingen van Psalm 116.
Een Roomskatholieke bisschop, Chr. gereformeerde synodepraeses, Hervormde algemeen secretaris, ze zongen mee. Maar ook (als onze taal geen probleem was, tenminste) een Koptische priester van een Egyptische gemeenschap hier te lande, die de zaak qua kleur al aardig opvrolijkte. En vele anderen. Op dit bijzondere moment was er toch eenheid, lotsverbondenheid.
Althans, zo ervoer ik dat. En het troostte me. Zoals ook tekenen van het condoléanceregister of het (naar keus) aansteken van een kaars na afloop van de dienst velen bemoedigd kan hebben, ook mensen die van dat soort gedrag geen gewoonte maken.
Dus: je kunt gruwen van de aanleiding tot deze dienst. Je kunt vragen hebben rond de aanwezigheid van een islamitische imam, die overigens zijn nek uitstak in zijn achterban door te zeggen wat hij zei, behartenswaardige dingen; maar tegelijk was de vraag : is dit een christelijke dienst of een ‘interreligieus gebeuren’? Wellicht is er veel meer van te zgegen. En toch : een natie (of het christelijk deel ervan) voor Gods aangezicht vereend, we hebben in heden of verleden hier bepaald slechter dingen gezien !

De wekelijkse dienst
En dan de zondag, tussen zaterdag en dinsdag. Heftig is er nagedacht, gepraat, via internet of met de email gecommuniceerd, naar ik denk in elke kerkelijke kring. Heel wat Nederlands Gereformeerde predikanten hebben uitvoerig met elkaar gecorrespondeerd over de vraag : Wat moeten we zondag zeggen en hoe moeten we dat doen ? (Ik heb nauwelijks kennis van deze zaken, en heb alleen het bericht gehoord). Met diverse collega’s heb ik wel, telefonisch of van aangezicht tot aangezicht, gesproken over Bijbelteksten en liederen, diverse benaderingen van de Klemmende Vraag en van de gemeente. Zelden heb ik zo’n drang bespeurd om ook samen voor de gemeente te ‘staan’ en ook ècht een Woord des Heren te hebben ! ‘Wat zullen we van deze dingen zeggen?’ Overal was grote aandacht, heb ik geconcludeerd. Concentratie in de diensten; tederheid naar elkaar toe, verbijstering over het gebeurde, soms onzekerheid wat naar onze kinderen te zeggen. Menigeen zal hebben gemerkt dat er ongewoon weinig lofprijzingsliederen zijn gezongen en ongewoon veel Psalmen. In dit soort zaken is alleen maar de toon van het Psalmboek aan te slaan, was mijn ervaring.
Een vriendin, Hervormd predikante in Zeeuws-Vlaanderen, meldde me onder andere dit: ‘Het barstte in de kerkdienst van de emoties, door de thematiek, door drie kleine meisjes die zo helder als een belletje en zonder enige schroom zongen 'Je hoeft niet bang te zijn.....' (kan geen preek tegenop) en door het Wilhelmus aan het slot, omdat wij hier deze week ook nog bevrijdingsdag hebben en dat toch iets anders klonk dan normaal. Na afloop wou ik erg graag koffie.... ‘

Maar toch...
Zo heeft ieder vermoedelijk een eigen herinnering aan deze week van intense emoties. Laat niemand onderschatten wat de gebeurtenissen van deze tragische week voor predikanten persoonlijk betekend heeft ; niet voor niets zochten we vaak steun bij elkaar: ‘Wat ga jij doen, en jij ? Wat zég je vanuit het Woord, als je net zo weinig begrijpt als wie ook ?’ Maar er is gepreekt en gezongen en gebeden, overal.
Laat niemand van de lezers zich blind staren op wat ik vertel van deze twee bijzondere ontmoetingen in Dom en Ridderzaal. Ik heb het als voorrecht ervaren daar te kunnen/mogen zijn ; oogwaardigheidsbekleders, een prins, een koningin. Allemaal heel bijzonder.
Maar allen hebben we in heel wat ‘hoger’ omgeving verkeerd: in aanwezigheid van de Koning der koningen, die ook de Heer der heren is. Met alle vragen, waarvan verreweg de meeste nog lang niet beantwoord.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief