Is er leven na de bajes?

2001-10-12
  • Jaargang 45
  • nummer 20
Wie bekommert zich om de mensen die met die vraag rondlopen? In ons land werken in meer dan tien regio’s vrijwilligers, die het tot hun christelijke plicht rekenen om dat te doen. Zij worden daarin begeleid door de Interkerkelijke Stichting tot bevordering van Nazorg aan ex-gedetineerden (ISNA). Voor veel ex-bajesklanten betekent deze hulp enorm veel, o.a. een steun in de rug bij het gevecht dat zij dagelijks leveren om niet terug te vallen.
Deze week in Opbouw een (enigszins verkorte) weergave van het gesprek dat Henk van IJken voor het blad Diakonia (tijdschrift voor missionair en diaconaal werk) had met een helper en een geholpene.

‘Geef je wel eens tegengas, vroegen ze me bij de reclassering. Ik zei dat ik daar tot nu toe nog niet zoveel reden voor heb. In de eerste plaats ben ik een praatpaal. Er zijn zóveel dingen waarin ik geen inzicht heb. Daar oordeel ik niet over’, zegt ds Henk Schuurman (66), emerituspredikant van de Nederlands Gereformeerde Kerk in Den Haag. Hij werkt als vrijwilliger voor de Interkerkelijke Stichting voor Nazorg aan ex-gedetineerden (ISNA) en begeleidt Steven vanaf januari van dit jaar.
‘Wat de problemen waarmee ex-gedetineerden zitten betreft zijn er grote overeenkomsten met het gemeentepastoraat.
De problemen waar mensen mee te maken hebben, zijn vaak te herleiden tot frustraties, een onverwerkt verleden, als incestslachtoffer bijvoorbeeld. Ik hoor veel problemen, maar los er weinig op. Als predikant ben je toch een soort generalist. Voor bijzondere problemen verwijs ik door.
Het is voor mij goed te weten dat Steven ook hulp krijgt van een psychiater en dat er een huisarts is die veel voor hem doet.

Aanvullend
Ik ben aanvullend. Ik luister, neem tot me, toon belangstelling en als het mogelijk is help ik.’ Steven is in het werk van ISNA in zoverre een uitzondering dat hij relatief kort – drie weken – gevangen heeft gezeten. Veel exgedetineerden zijn, doordat ze jaren hebben vastgezeten, het zicht op de maatschappij totaal kwijt. Er zijn ook mensen die pas kort voor hun detentie naar Nederland kwamen. Zij weten niet hoe de maatschappij in elkaar zit.
Bij hen gaat het er in de eerste plaats om dat je ze in de gewone maatschappelijke dingen behulpzaam bent. Dat hoeft bij Steven niet, want hij is maar kort uit de samenleving weggeweest.

Beschikbaar
‘Als ik geen gelovige was, zou ik het vrijwilligerswerk voor ISNA ook doen.
Er zijn mensen die dit werk vanuit een andere inspiratie doen, maar ik haal mijn inspiratie uit het gebod ‘heb je naaste lief als jezelf’ en uit de gelijkenis van de barmhartige Samaritaan. In het verhaal is hij iemand die niet wegloopt als een ander hulp nodig heeft, maar die beschikbaar is. Ik vind het fijn om dit voor andere mensen te kunnen doen. Ik bied hulp, met een kleine letter.’

Niet stilzitten
Steven (39) liep, zoals hij zelf zegt, vast nadat hij zijn middelbare school had afgemaakt en geen passend werk kon vinden. Op school had hij niets over computers geleerd, terwijl in de praktijk bijna geen bedrijf in de sector waarvoor hij was opgeleid meer zonder werkte. Na drie maanden werkloos te zijn geweest ging hij, net als zijn vader, ‘in de productie’ werken, wat hij tot op de dag van vandaag doet.
Voor Steven was het werk alles. ‘Ik ben opgevoed met het idee dat je hard moet werken, niet stilzitten. Kwam ik thuis van mijn werk, dan had ik geen energie meer om nog iets te doen’, zegt Steven. Hij had vrijwel geen sociale contacten en kon met niemand praten over de dingen waarmee hij zat. Ook niet met zijn ouders, want die wilde hij ‘niet te veel verdriet doen’. Hierdoor had Steven zichzelf uiteindelijk niet meer in de hand. Nadat hij een aantal keren een proeftijd had gekregen, zat hij drie weken in de cel. Alleen naaste familieleden weten ervan. Tegenover anderen verklaarde Steven dat hij op vakantie ging. Ook later kwam hij meer dan eens met justitie in aanraking. De laatste keer kreeg hij ‘voorwaardelijk’.

Levenservaring
Nadat een ernstige ziekte bij hem was geconstateerd, verergerden Stevens psychische problemen. Hij kreeg zelfmoordneigingen; diverse instanties begeleiden hem daarbij.
Aan het begin van dit jaar bood de reclassering extra begeleiding aan van een vrijwilliger van ISNA.
‘In eerste instantie leek het me niets’, zegt Steven. ‘Maar de reclassering drong aan: probeer het eens.’ Een intakegesprek met Henk Schuurman volgde. ‘Ik zat te wachten. Henk kwam ook binnen, en we waren al druk in gesprek voordat de reclasseringsmedewerkster kwam’, herinnert Steven zich.
Toch hield hij in het begin enige reserves.
‘Ik dacht: een oudere man, nog dominee ook. Maar toch iemand met levenservaring.’ ‘Henk is een extra steun en toeverlaat’, zegt Steven nu. ‘Een paar maanden geleden wilde ik weer zelfmoord plegen.
Dat kwam door spanningen op mijn werk en doordat mijn gezondheid verslechterde. Ik kan mijn werk wel doen, maar minder intensief dan anderen. Dan vinden ze op mijn werk dat ik te weinig doe. Als collega’s er opmerkingen over maken, trek ik het me erg aan.

Praten
Voor mijn collega’s is dit te zware kost.
Thuis – ik woon zelfstandig – heb ik niemand.
Ik kon toen ik opnieuw zelfmoordneigingen kreeg gelukkig met Henk diepgaand daarover praten. En dat is steeds zo: als er iets mis is, praten we erover.
Dat lucht op. Hij geeft me ook tips hoe met de problemen om te gaan. Eens in de drie tot vier weken hebben we een gesprek. Tijdens elk gesprek maken we een nieuwe afspraak. Kon ik die gesprekken met Henk niet voeren, dan was ik subiet teruggevallen. Dat is nog niet gebeurd. Maar het is nog niet voorbij. Ik zal altijd een zwakke plek houden.
Henk zegt dat hij hulp met een kleine letter geeft. Ik noem het Hulp met een hoofdletter. We hebben echt een vertrouwensband.’

Om redenen van privacy is de naam van de cliënt gefingeerd.
Het adres van de ISNA is: Julialaan 6, 2291 BM Wateringen, tel/fax: 0174-22 15 15, e-mail: info@isna.nl, website: www.isna.nl

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief