De zorg uit de zorgen? (1)

2001-10-26
  • Jaargang 45
  • nummer 21
De Gezondheidszorg is ruim in het nieuws; meestal negatief, soms ook wel positief. In negatieve zin door personeelstekorten, ziekenhuizen en afdelingen, die moeten worden gesloten en nee verkopen aan patiënten, opleidingen die in de knel komen, dreigende tekorten aan zowat alle soorten mensen en beroepen die in de zorg werkzaam zijn, enorme steeds toenemende wachtlijsten bij leegstand van de operatiekamers, sterke daling van het aantal orgaandonoren en dramatische transplantatiecijfers, dreigende tweedeling door allerlei omzeilende initiatieven, de knellende greep van de overheid op budgetten, opleidingen, tarieven en andere regelgeving tot vele cijfers achter de komma die het voor het meso-niveau van het ziekenhuismanagement knap lastig maken om te sturen.

Daarbij komt dan nog het probleem van de combinatie van de medische en de financieel-economische aansturing van het ziekenhuis (het geïntegreerd medisch-specialistisch bedrijf), dat we ook nog moeten leren met elkaar.
We horen en lezen over schandalige toestanden in verpleeg- en verzorgingshuizen waar de meest primaire zorg soms ontbreekt. Er zijn zelfs criteria opgesteld voor minimale zorg voor ouderen!
Bovendien is volstrekt onduidelijk waarop keuzen die gemaakt worden in de zorg in dit land gebaseerd zijn. Is het alleen maar gaten vullen vragen we ons soms af, of zit daar ook een visie achter? Waarom is bijvoorbeeld de 80 + miljard gulden die naar de zorg gaat, te weinig? Er kan een hoop niet, maar wat kan er dan niet en zou dat dan wel moeten kunnen? Wie maakt die keuzen?
Artsen, patiënten, verpleegkundigen, economen, managers, politici, juristen, zorgverzekeraars, de minister zelf misschien?
Het grote publiek en ook zo langzamerhand de zorgbehoevenden, hoewel die door hun afhankelijke positie dat nog altijd niet zo hardop durven zeggen, beginnen er trouwens behoorlijk genoeg van te krijgen. Het aantal korte gedingen om noodzakelijke zorg af te dwingen neemt toe.

Noodzakelijke dingen
Over het algemeen wordt de toegezegde grote hoeveelheid extra geld voor de zorg als positief aangemerkt, maar de vraag is wel of het besteed kan worden aan noodzakelijke dingen.
Jarenlange bezuinigingen hebben het imago van veel beroepen in de zorg forse schade toegebracht, zodat nieuw personeel niet zo maar met geld aan te trekken valt. Ook bij meer geld weer de vraag, wie kiest en op grond waarvan?
Weinig geld met veel resultaat (bijvoorbeeld in de gehandicapten-, verpleeg- en verzorgingshuiszorg) of veel geld met veel minder resultaat (hele dure technische hoogstandjes voor maar weinig mensen; zijn peperdure operatie-robots echt van levensbelang, of is het heel erg leuk voor de chirurg en ook een klein beetje goed voor de patiënt?). Wat ook nog wel eens vergeten wordt is het grote aantal vrijwilligers dat in de zorg werkzaam is en zonder wie de zorg beslist niet zou kunnen draaien. In een ziekenhuis als het AMC zijn dat er al ongeveer 150 en een veelvoud daarvan is werkzaam in thuiszorg, vrijwillige terminale zorg, hospices, patiëntendagopvang etc. Soorten zorg kortom die niet zo hoog scoren. Een wetenschappelijk verhaal op een groot internationaal congres over dit soort zorg is niet erg waarschijnlijk. Toch is dit het type zorg dat ons als christenen zeer zou moeten aanspreken. Dit is nu echte christelijke barmhartigheid. Het is daarom ook niet alleen maar een noodoplossing, maar wel degelijk heel belangrijk zowel voor de vrijwilligers alsook voor de patiënten, alhoewel een zekere vergoeding ook niet zou misstaan.

Een christelijke oplossing?
Veel mensen geven het paarse kabinet de schuld van alle negatieve zaken in de zorg en verwijten hen een gebrek aan visie of een verkeerde visie.
Zouden wij als christenen, om nu maar eens even heel direct naast u te komen zitten, dit anders en beter doen.
Zou het christelijk zijn, het christen-zijn meerwaarde hebben in dit verband en iets kunnen bijdragen aan de probleemoplossing?
Dit is een vraag waar ik zelf en velen met mij mee worstelen.
Wat zou onze bijdrage kunnen zijn in deze geseculariseerde wereld aan een oplossing van de problemen in de zorg waar we mee zitten; een andere manier van denken wellicht over de zorg, waarmee we verder zouden kunnen komen.
Ik wil daarbij nadrukkelijk stellen dat ik de geseculariseerde wereld daarbij als uitgangspunt neem en niet onze kritiek daarop, hoe terecht deze ook kan zijn.
Het uitgangspunt is dat we in deze wereld wonen en werken en dat we zowel het in-deze-wereld zijn maar ook het eigenlijk niet-van-deze-wereld zijn daadwerkelijk vorm willen geven in ons denken over en, voor sommigen, het werken in de zorg.

De hulpverlener
Is er een verschil tussen een christen en een niet-christen als zij beide, als professioneel hulpverlener, bezig zijn in hun beroep? Wat zou dat verschil zijn en wie merkt daar dan iets van, de hulpverlener alleen of ook de patiënt of misschien zelfs wel geen van beide.
Iedere hulpverlener moet natuurlijk professioneel geschoold en bijgeschoold zijn. Het beroep moet worden uitgeoefend volgens de regelen der kunst die vastgesteld zijn in samenspraak met beroepsverenigingen en andere instanties.
De zorg wordt verleend binnen de hiervoor in ons land geldende wettelijke kaders. De uiterlijke grenzen zijn wat dat betreft gesteld maar de werkelijke zorg moet daarbinnen gestalte krijgen. Tot zo ver geen probleem, maar ik wil nu graag met u een stukje dieper gaan voor wat betreft die zorgverlening.
Zorg die verleend wordt is zorg voor mensen; bevordering van de gezondheid, bestrijding van ziekten en het mensen leren zo goed mogelijk om te gaan met handicaps. We moeten hierin bescheiden zijn. We kunnen veel, erg veel soms maar ook weer lang niet alles. Kuitert zegt ergens dat we in de geneeskunde niet veel meer kunnen dan proberen ziekten te bestrijden en een ontijdige dood voorkomen.
De medische almacht waarvan soms sprake lijkt te zijn, valt bij nader inzien toch wel mee, of tegen, net hoe je het bekijkt. Echt gelukkig lijken we er ook niet van te worden. Leest u maar eens het boekje "Tobben in voorspoed" van Ad Dunning.
Onderzoek heeft bijvoorbeeld aangetoond dat één derde deel van de patiënten die gedotterd zijn, permanent in de WAO terechtkomen, wel overleven dus maar nooit meer aan het werk komen. Over het algemeen zijn dit nog betrekkelijk jonge mensen.

Waarom zorg je en waarom voor mensen?
De zorg begint bij de zorgbehoevende en natuurlijk niet bij de zorgverlener; dat lijkt nogal logisch, maar als je wel eens in een groot academisch ziekenhuis hebt rondgekeken, dan kun je wel eens in verwarring raken. Zorg is een antwoord op nood. In de gelijkenis van de barmhartige Samaritaan lezen we dat deze met ontferming bewogen werd, toen hij de gewonde daar zo zag liggen; dit in tegenstelling met z’n beide voorgangers. Daarna ging hij aan het werk.
De grondhouding in de hulpverlening moet dus het "met ontferming bewogen"
zijn. Het ethos van de zorgverlener, zijn grondhouding tegenover de werkelijkheid om hem heen, moet deze christelijke bewogenheid zijn.
Ook van Jezus leren we dit wanneer we in de Bijbel over Zijn genezingen lezen.
Onze legitimering in de zorgverlening zit hem dus niet in de eerste plaats in het type zorg dat verleend wordt, maar in het motief om die zorg te verlenen.
Er bestaat dus geen christelijke zorgverlening; er bestaat zorg door christenen verleend. Het "christelijke" van de zorg zit hem niet zozeer in de zorg, maar in de zorgverlener.

Iets met mensen hebben
Een tweede punt van belang is dat het over zorg aan mensen gaat. Je moet iets met mensen hebben om te kunnen zorgen. Belangrijk daarbij is natuurlijk hoe je tegen mensen aankijkt, je mensbeschouwing dus.
Verpleeghuispatiënten die in jouw ziekenhuis niet horen, objecten van wetenschappelijk onderzoek, te verbeteren stadia in en van de evolutie, vervolmaakbaar in een maakbare samenleving met de aardse onsterfelijkheid als einddoel? Zo kunnen we nog wel even doorgaan. We zouden het ook kunnen hebben over schepselen van onze Heer, op onze weg geplaatst om nu eens handen en voeten te geven aan het gebod tot naastenliefde.
Een uitdaging van God in onze richting. Hopelijk kunnen we mensen door onze zorg iets van uitzicht bieden op de komende herschepping. Laten we dan maar een beetje eigenwijs zijn.
Wie kunnen dat nu beter dan wij, die kinderen van God mogen zijn?
Toch ook hier weer; bescheidenheid.
We werken in een gezondheidszorg, waarin vrijwel geen plaats meer is voor God en Zijn verlossing. Niettemin krijgen we kansen en mogelijkheden van God om in deze gezondheidszorg te werken. We mogen zo, ik denk tegenwoordig veel meer in daden dan in woorden, proberen te laten zien wat God met mensen en deze wereld voor heeft.
Christelijke zorgverlening wordt zo het onder leiding van de Heilige Geest in de praktijk toepassen van onze kennis en kunde. De Heilige Geest die ons gegeven is om ons iedere dag te leiden.
De vraag is of we dat aandurven, of dat we toch primair weer op eigen kennis en kunde vertrouwen in het vinden van oplossingen.
De leidraad, de maatlat zo u wil bij dit alles, is niet zozeer het redeneren volgens een principe georiënteerde ethiek, de vier prima facie principes van Beauchamps en Childress, maar gewoon het gebod tot naastenliefde.

Het management
Hoe zit het met het management in zorginstellingen? Levert christelijk management meer budget op? Krijg je je noodzakelijke nieuwbouw eerder gerealiseerd? Heb je geen personeelstekort?
We weten wel beter!
Het management van zorginstellingen is voor een aantal zaken verantwoordelijk; voor de heersende cultuur binnen een instelling, voor de beleidsvoering, het stellen van prioriteiten in de manier waarop het geld wordt besteed en voor het personeelsbeleid. Voor managers geldt natuurlijk onverkort het gebod tot naastenliefde en de liefde tot God.
Het zou goed zijn als het management zich op een "bezinningsbijeenkomst op de hei", erg populair tegenwoordig, eens afvroeg waar die naastenliefde zich uit in de instellingscultuur; liefde tot God is misschien wat veel gevraagd in dit verband van een groot academisch ziekenhuis. Hetzelfde geldt voor de prioriteiten in de zorg die worden gesteld; de zorg om de zorg dus.
We zijn met ons ziekenhuis heel actief in het ontwerpen van zorgketens, zorg die naadloos op elkaar aansluit van de huisarts via de ziekenhuisopname naar het hele natraject. Het lastige daarbij is dat je voortdurend tegen al die schotten en schotjes oploopt die er in de bekostiging in de loop van de jaren gebouwd zijn. Als we wat dit betreft echt iets willen moeten we in elk geval zo snel mogelijk ontschotten.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief