Bericht van een kerkverlater

2001-10-26
  • Jaargang 45
  • nummer 21
Het boek is al een aantal jaren oud, maar pas nu heb ik het gelezen. Een ontroerend document van de hand van Nicolaas Matsier. Zijn moeder is gestorven en het ouderlijk huis moet leeg. Al die gewone dagelijkse voorwerpen roepen herinneringen op aan vroeger: de leesbrillen, de planten, het bijbeltje, de boeken, de pannen in de keuken.
Matsier groeide op in een gereformeerd gezin, eerst in Krommenie, later in Den Haag. Een heel gewoon gezin, waar ouders en kinderen op een harmonieuze manier met elkaar om gingen. Vol liefde, maar ook met veel humor, schrijft Matsier over zijn beide ouders. Toch heeft hij het christelijk geloof niet van hen over genomen….
Op een bepaald moment, in de pauze op de middelbare school, heeft hij dat geloof volkomen afgezworen.
Toch ging hij nog wel jarenlang mee naar de kerk….

Spijbelen
‘Op het tafelkleed lagen per persoon 3 dubbeltjes klaar en twee protestantse pepermunten, soms ook twee helften van een grote King, doormidden gebroken door de enige die dat kon bij ons: mijn vader.’ En daar ging het gezin, iedere zondag, op weg naar de Petrakerk ‘die door geen mens, gelovig of ongelovig, mooi werd gevonden; preekstoel en banken van blank hout, blauw plafond, betonnen balkonnetje naast het orgel- waar zich bij bijzondere gelegenheden een trompettist opstelde.’ Matsier schrijft dat hij als tiener, samen met een vriend, altijd vlak voor aanvang van de dienst ‘verdween’ naar de duinen, om tegen de tijd dat de kerk uit ging weer in de buurt van het ingangsportaal te staan. Nooit, maar dan ook nooit, werd er over de inhoud van de kerkdienst gesproken, dus de beide vrienden liepen weinig risico dat hun afwezigheid door de ouders opgemerkt zou worden. ‘Als we er maar bij geweest waren: daar ging het blijkbaar om.’

Psalmboek
Als Nicolaas naast zijn ouders zat zong hij (jarenlang) niet mee. Zijn moeder heeft het heel lang volgehouden om hem het psalmboek voor te houden als er gezongen werd. ‘Of zij dat deed uit gêne tegenover degenen die naast of achter ons zaten, betrekkelijke vreemden, heb ik nooit doorgrond.’ Nicolaas beschrijft zijn overgevoeligheid voor deze neiging van zijn moeder. Maar hoe houd je het dan al die tijd uit in de kerk? ‘Ik sloot de ogen zodra de preek begon. Ik slaagde er in - hoewel klaarwakker - geen enkel woord op te vangen van de vermaledijde rhetor daar voor in de kerk… en die eigen woorden te vermorzelen, inwendig, tot iets als een volslagen innerlijke stilte waarin alle leven voor enige tijd was opgeschort.’

Ik ga niet meer mee
Als op een zondag vader Matsier ‘bejaarden rijdt’, toen gebeurde het.
‘Moeder had haar zwarte bontjas al aan en was bezig haar tweede handschoen aan te trekken’ en dan vertelt zoon Nicolaas dat hij niet meer mee gaat.
Moeder verdwijnt huilend naar de slaapkamer totdat vader na de kerkdienst ook weer terug is. Wat de ouders tegen elkaar hebben gezegd heeft de zoon niet vernomen. ‘Er werd koffie gedronken.
Over de scheiding der wegen werd niet meer gesproken.’ Was er een streep gezet onder een al jaren lang gaand proces? ‘Eigenlijk leek het er meer op dat een allang vergane schutting het eindelijk begeven had….’

Zwijgen of spreken?
Beklemmend en onthutsend, zo vind ik dit verhaal. Het doet denken aan ‘Het lege Testament’ van Piet van der Ploeg.
Goedwillende en liefhebbende ouders die er naar hun zoon toe niet in slagen om de betekenis van hun geloof onder woorden te brengen. Het is de zoon maar al te zeer duidelijk, hij voelt het aan alles, dat zijn ouders het geloof wél belangrijk vinden. Hij groeit op in een positief gezin, vol aardigheden en eigenaardigheden. Hij heeft een vriend uit de kerk, met wie hij op zondag samen optrekt. Maar - zoals dat tegenwoordig gezegd wordt - ‘hij kan het allemaal niet meer meemaken’.
Of onze kinderen het christelijk geloof overnemen is niet van onze opvoeding afhankelijk. Er zijn positief-christelijke gezinnen waar kinderen andere wegen gaan. Er zijn gezinnen waar in de opvoeding alles tegen lijkt te zitten en toch kiezen de kinderen voor het christelijk geloof. We weten ook dat ouders in de opvoeding soms tevéél woorden gebruiken, uit angst of omdat ze niet kunnen loslaten. Kennelijk kunnen ouders ook te zwijgzaam zijn.

Naar aanleiding van: Nicolaas Matsier, Gesloten huis, 1994. Uitgegeven als Singel Pocket (12e druk, 1999).

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief