Botsen in de kerk

2001-11-09
  • Jaargang 45
  • nummer 22
De kerk is geen reservaat waar iedereen in harmonie met elkaar om gaat.
Iedere gemeente komt in aanraking met botsende meningen. Soms is het buigen of barsten, want ook in de kerk zijn mensen die persé gelijk willen krijgen.
Ook in de kerk komen we mensen tegen die voortdurend met anderen in conflict zijn. Het zijn onze broeders en zusters en tóch slagen we er niet in om elkaar te begrijpen. ‘Deze mensen hebben iets ongrijpbaars; we raken steeds weer met hen in conflict of we worden voortdurend door hen geclaimd. Ook al gaat het om een relatief gering aantal mensen, ze spelen toch een grote rol in de kerkelijke gemeente en binnen de pastorale hulpverlening’ (aldus: C.G. Geluk en R. Schoonhoven). Soms verhuizen ze van het ene kerkgenootschap naar het andere. Wat je in pastoraal opzicht ook doet, in hoeveel bochten je je als kerkenraad ook wringt: het is nooit goed genoeg.

De kerkenraad
In de literatuur wordt vaak gekeken naar de persoon van het individuele gemeentelid. Er is echter ook een andere kant. Er zijn kerkenraden innerlijk verdeeld, terwijl men naar buiten toe probeert de schijn van eenheid te bewaren.
Vaak probeert de kerkenraad het alle gemeenteleden naar de zin te maken, met als gevolg dat niemand zich meer echt ‘gehoord’ voelt. Het verslag van de maandelijkse kerkenraad is soms niet meer dan een besluitenlijstje, waardoor gemeenteleden geen idee hebben welke argumenten speelden bij de besluitvorming. Of er wordt een zig-zag-beleid gevoerd, waarbij het ene jaar het ene besluit wordt genomen en een volgend jaar weer een tegenovergesteld besluit. Eerst wordt er besloten dat de kinderen meer betrokken moeten worden bij de kerkdienst, het volgende jaar wordt besloten dat er slechts tijdens bijzondere kerkdiensten extra aandacht zal zijn voor de kinderen. De genomen besluiten lijken dan afhankelijk te zijn van de samenstelling van de kerkenraad of van kritiek die door gemeenteleden werd geuit tijdens de huisbezoeken.
Probeer daar als gewoon gemeentelid maar eens een lijn in te ontdekken.

De rijdende rechter
Een boeiend programma op de televisie vind ik ‘De rijdende rechter’ (NCRV, maandagavond). Boeiend, omdat de zaken die spelen voor buitenstaanders onbelangrijk lijken, terwijl de mensen om wie het gaat diezelfde zaak tot bovenmatige proporties hebben opgeblazen.
Je denkt dan als kijker: dat ze dáár nou niet uit komen! Waarom doen die mensen ‘zo moeilijk’? Het leven zou zoveel plezieriger zijn als ze zich iets flexibeler op konden stellen.
Plezieriger voor anderen, maar zeker ook voor henzelf….
Zeggen dat het om onbelangrijke zaken gaat helpt niet, omdat de betrokkenen het wél heel principiële zaken vinden.
Toch heeft rechter Frank Visser maar al te vaak gelijk als hij zegt dat het in wezen niet eens om ‘de zaak’ gaat, maar om de onderlinge verhoudingen… Hoe gaan we met elkaar om? En je voelt het aan alles: ook als de rechter zijn juridische uitspraak heeft gedaan is het probleem niet uit de wereld: deze mensen kunnen het gewoon niet meer met elkaar vinden. Dat is wel erg lastig als je elkaar’s buren bent.

De buitenkant
Zo gaat het nu ook in de kerk…. Daar spelen ook zaken waarvan een buitenstaander zegt: waar maken ze zich druk over? Voor de betrokkenen betreft het echter vaak zeer principiële kwesties.
Hoewel je het je maar moeilijk voor kunt stellen bij de ruzie over de plek van de piano (links of rechts van de preekstoel) die door Frank Martin wordt beschreven (in: Oorlog in de kerkbanken, eerder besproken in Opbouw).
Conflicten in de kerk gaan meestal niet over zware theologische onderwerpen (daar hebben we synodes voor). In de plaatselijke gemeente spelen de conflicten opvallend vaak rond de vormgeving van de zondagse kerkdiensten.
Te denken valt aan: hoeveel liederen worden er gezongen, welke liederen worden gezongen, worden de liederen alleen met het orgel begeleid of ook met andere instrumenten, moeten de Tien Geboden uit de NBGvertaling worden gelezen of is er ook een andere vertaling mogelijk, moet de dominee tijdens de preek persé op de preekstoel staan, heeft iedereen zijn vaste plek in de kerk, moet de kerkenraad bij elkaar zitten of mogen de ambtsdragers bij hun gezin zitten, mag de dominee gebruik maken van visuele hulpmiddelen, krijgen de kinderen apart aandacht in de dienst of gaan ze naar de kindernevendienst enzovoorts, enzovoorts.
Soms vragen gemeenteleden zich verbijsterd af waarom die discussies zo vaak over de uiterlijke aspecten van de kerkdienst gaan. Toch is dat niet zo vreemd. De manier waarop we reageren op de buitenkant laat ook iets van onze binnenkant zien.
Emotioneel onbehagen is vaak lastig onder woorden te brengen. Als iemand zich onveilig voelt omdat er zoveel verandert in de kerk zal hij dat dan ook vaak eerder uiten door te reageren op de ‘buitenkant’ dan dat hij zijn emoties onder woorden brengt.

Golflengtes
Waar gaat het conflict nu eigenlijk over?
Kloppen onze argumenten met onze gevoelens? Verwoorden we wel wat we denken? In de communicatie-psychologie bestaan verschillende ‘modellen’ om daar beter naar te kijken. Eén van die vormen wordt geciteerd door ds. Philip Troost (vrijgemaakt-gereformeerd studentenpredikant in Zwolle).
Hij maakt onderscheid tussen 4 golflengtes waarop je moet afstemmen in het gesprek: de inhoud, de persoon, de relatie en het doel.
• de inhoud: wat wordt er gezegd, waar gaat het feitelijk over?
• de persoon: wat zegt een reactie over de persoon zélf, wat gaat er in die persoon om?
• de relatie: wat zeggen iemands woorden over de relatie tot de ander?
• het doel: wat wil iemand met een bepaald gesprek bereiken?
Als we één van die golflengtes vergeten wordt de afstemming onzuiver en ontstaat er kortsluiting.
Een voorbeeld: gemeentelid Dijkstra is tien jaar geleden lid geworden van de gemeente. Hij kwam over uit een kerk waar theologische veranderingen en veranderingen in de vorm van de kerkdienst hand in hand gingen. Nu heeft de kerkenraad van zijn ‘nieuwe’ gemeente in korte tijd een aantal belangrijke veranderingen doorgevoerd.
Voor het gevoel van broeder Dijkstra gaat het allemaal veel te snel, hij raakt verontrust. ‘Zo is het in mijn vorige gemeente ook begonnen.’ Als de ouderling die bij gemeentelid Dijkstra op bezoek komt geen antenne heeft voor diens angst voor een ‘hellend vlak’ dan wint hij misschien het gesprek = de inhoud (‘we hebben het met elkaar afgesproken op de gemeenteavond en daar was u ook bij’), maar hij verliest de persoon. Omgekeerd: als gemeentelid Dijkstra geen vertrouwen heeft in de predikant die ‘altijd zijn zin wil doordrukken’ , dan kunnen we voorspellen dat de plannen van de kerkenraad bij hem schipbreuk zullen leiden. De relatie is zó verstoord dat de inhoud geen kans meer krijgt.

De botsing van Bram van Dijk
Bram van Dijk heeft tijdens het huisbezoek verteld dat hij zich niet kan vinden in de manier waarop de kerkenraad de kerstdienst ‘heeft georganiseerd’.
Een toneelstukje hoort niet in de kerkdienst thuis. De ouderling belooft zijn punt ‘mee te nemen naar de kerkenraad’.
Na een aantal weken krijgt Van Dijk antwoord. De kerkenraad is blij met zijn reactie. Er zal in het vervolg rekening worden gehouden met zijn bezwaar. Het volgende jaar zit Van Dijk extra gespannen in de kerstdienst. En wéér wordt een deel van het kerstevangelie uitgebeeld. Van Dijk heeft het gevoel dat zijn gesprek aan het begin van het jaar helemaal voor niets is geweest.
‘Nou flikken ze het me weer!’ Hij stuurt een boze brief aan de kerkenraad.
Opnieuw komt er een ouderling praten. Van Dijk is er niet gerust op, maar wil toch nog afwachten hoe het volgende jaar het kerstfeest gevierd wordt. Als hij in het voorjaar nietsvermoedend in de kerk zit blijkt de kinderclub opeens een stukje uit het Oude Testament uit te beelden. ‘Nu ook al zomaar in de kerkdienst!’ Woedend is Van Dijk. Hij stuurt een buitengewoon boze brief naar de kerkenraad, die hij beschuldigt van woordbreuk.
Bovendien, zo schrijft hij, is hier sprake van pure afgoderij. Ook weet hij van veel meer gemeenteleden dat ze ernstige bezwaren hebben tegen deze gang van zaken. Als er nog één keer op zo’n manier tijdens de kerkdienst met de boodschap van de bijbel wordt omgegaan zal hij voortaan geen stap meer in de kerk zetten. En hij zal dan niet de enige zijn…..

Hoe nu verder?
Hoe zal dit verhaal aflopen? Is Van Dijk één van de gemeenteleden die zich in 2002 gaat onttrekken? Spreekt de kerkenraad Van Dijk aan op zijn zeer zware beschuldiging van woordbreuk en van afgoderij? Besluit de kerkenraad om - omwille van de eenheid in de gemeente - Van Dijk ter wille te zijn? Maar hoe zit het dan met de gemeenteleden die juist het uitbeelden van een gedeelte uit de Bijbel als een aanwinst zien: de boodschap van de Bijbel wordt zo immers meer toegankelijk.
Moet er een stemming worden gehouden in de gemeente? Maar als dat zo is: is de kerk dan een democratie waar alleen het argument van de meerderheid telt?

Reacties uit de zaal
Dit artikel was vele malen langer en zou in 2 delen in ‘Opbouw’ verschijnen. Bij nader inzien heb ik besloten hier te stoppen.
We leven in een tijd waarin mensen moeten kunnen reageren. Dus: vertelt u het maar als lezer van ‘Opbouw’.
Wat is er aan de hand? Hoe moeten de kerkenraad en gemeentelid Bram van Dijk verder? Reacties graag binnen twee weken aan het adres van de redactie (zie colofon) van ‘Opbouw’.

Boeken
Tenslotte nog enkele christelijke boekentips over conflicten in de kerk, maar ook over pastoraat in moeilijke situaties:
* drs. C.G. Geluk en drs. R. Schoonhoven: Helen door te delen (Boekencentrum, 1999)
* Erica van Gemerden: Werken aan een hele gemeente (in: Rob van Essen en Teun van der Leer: Pastoraat op de grens, Merweboek, 1989)
* Frank Martin: Oorlog in de kerkbanken (Barnabas, 1997)
* Kees Roest: Omgaan met conflicten (in: A.H. Blok, T.J. van der Ploeg en A.D. Senf: Welles, nietes (ICS-Cahiers/ Boekencentrum 2000)
* Ds. Philip Troost, Open lijnen (Kok, 2001), voornamelijk bijbelstudies
* J. van der Wal e.a.: Psychische nood: Ambt, gemeente en hulpverlening (Groen, 1998)

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief