Kwik

2001-11-23
  • Jaargang 45
  • nummer 23
Op de eerste schooldag van het nieuwe jaar zitten ze als Kwik, Kwek en Kwak in mijn lokaal.
Stoere jongens. Drie musketiers tussen de meiden.
Ze hebben een wild T-shirt aan: ‘Pennywise’.
Op mijn vraag wat en hoe stelt Kwik: ‘ We hebben gisteren op Lowlands gespeeld… Zo heet onze band.’ Ik trap erin. Gisteren eindigde het beruchte festival, en je weet maar nooit.

Vanaf het moment dat ik het door heb dat hij me nepte, heeft hij een plekje in mijn hart. De helft van mijn leeftijd, en dubbel bijdehand.

Hij ontwikkelt zich goed. Al blijft het een boefje wat lessen betreft. Veel spijbelen en regelmatig een vage blik.
Ik merk dat hij af en toe blowt.
Daarnaast is hij open en verbazingwekkend positief over zijn geloof. Bij ons eerste klasse-etentje vraagt hij de hele club nadrukkelijk om stilte om vervolgens zelf voor te gaan in gebed.
Komt onder mijn leerlingen al jaren niet (meer) voor…

Ten behoeve van de paasmaaltijd met onze klas heeft hij een speech voorbereid.
Hij spreekt over de liefde die hij ervaart als hij aan de dood en opstanding van onze Heer denkt. Hij spreekt en de klas luistert zwijgend toe.

Na het eerste leerjaar valt me op dat hij er steeds slechter uit gaat zien.
Wallen onder de ogen, holle blik. Hij blijft gevoelig, open.
Vertelt dat hij Kwek en Kwak steeds minder ziet. Beiden zijn van school en bleken geen contact meer met hem te onderhouden. Mijn vriendschap komt van één kant, stelt hij.
Twee weken later tref ik hem dronken in de stad.

In een mentorgesprek vertelt hij het verhaal.
Zijn vader mishandelde hem zo erg dat hij nog littekens heeft. Het was niet zo erg dat hij sloeg, daar raakte ik aan gewend, maar hij deed het ook als mijn schoolvrienden er bij waren.
En daarna stuurde hij hen naar huis… Toen ik zestien was sloeg ik hem terug.
Toen hield het op. Maar nu praten mijn vader en ik niet meer met elkaar.

Kwek en Kwak waren de eerste vrienden die hij had gekregen die niet wisten van dit gedrag van zijn vader.
Nu is hij ze weer kwijt.
We praten verder. Hij blowt en drinkt zoveel dat hij nauwelijks meer weet wat hij doet.
Hij wil er mee stoppen, maar dat is moeilijk, het verdooft de pijn.

We blijven met elkaar contact houden.
Ik realiseer me dat hij allang ‘uit de school ligt’ Hij verschijnt niet bij lessen en toetsen en hij verzuimt op zijn stage.

Toch komt hij met hardnekkige regelmaat bij me langs.
Hij vertelt me dat hij meer dan eens tot het inzicht is gekomen dat God en Jezus niets met elkaar te maken hebben.
Jezus is cool, maar God, als Vader in de Hemel… Daar kan Kwik zich niets bij voorstellen. Vreselijk idee zelfs.
Hier op aarde was zijn vader al een monster dat dacht dat hij zich overal mee kon bemoeien, en er ook nog eentje in de Hemel hebben, die alles ziet. Nee dat liever niet.

Ik beaam het.
Jezus is best wel cool.
En God zo onbegrijpelijk dat Hij zei: ‘let maar op Jezus, dan zie je mij in een vorm die je wel snapt.

Kwik kijkt me aan. Glimlacht en loopt weer mijn kamer uit. ‘Ik zie je,’ zegt hij.

Ik wacht inmiddels alweer twee jaar op zijn bezoekje..

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief