Bijzonder boek voor gewone vaders en moeders

2001-12-09
  • Jaargang 45
  • nummer 24
Niet in de kerk, niet op school, maar in het eigen gezin leert een kind de Here Jezus kennen en leert het met zijn vader en moeder mee wandelen met God. Maar die vader en moeder hebben het er maar al te moeilijk mee. Er zijn zo ontzettend veel invloeden die op het kind inwerken.
Bovendien staat in deze tijd de geloofsopvoeding zwaar onder druk door alle activiteiten van de gezinsleden; niet alleen van de kinderen, door school, sport en muziek, maar zeker ook van de ouders.
Want kinderen hebben is een tijdrovende hobby, een heerlijke, maar wel een die je volledige inzet vraagt.

Geloofsopvoeding; je wilt zo ontzettend graag dat je kinderen de Here echt leren kennen, dat ze Hem blijven volgen ook als ze groter worden. Ze onderwijzen en voorleven; je belooft het van harte bij de doop, maar je komt voor veel levensgrote problemen te staan.

Heerlijk praktisch
Enkele ervaren opvoeders hebben samen Met kinderen onderweg geschreven; een fijn boek, waarin ze ouders de helpende hand bieden.1) Misschien denkt u nu: ‘Alweer één!
Als ik dat allemaal moet lezen houd ik geen tijd meer over om aan de kinderen te besteden.’ Toch durf ik er hier aandacht voor te vragen en nog heel nadrukkelijk ook, want Met kinderen onderweg is zo’n heerlijk praktisch boek. Het geeft antwoord op vragen die alle ouders hebben, het neemt ook de heel gewone dingen waar je tegen aanloopt, mee.

Niet iets extra's
De ondertitel is Wegwijzer voor geloofsopvoeding in het gezin.Wie nu verwacht dat het boek gaat over bidden, bijbellezen en kerkgang denkt te beperkt.
Geloofsopvoeding is niet het extra dat boven op de gewone opvoeding komt.
We geloven toch dat het leven één is: dat mijn band met de Here heel mijn doen en laten moet bepalen? Dan kan het niet anders dan dat die band ook in de opvoeding van mijn kinderen in alle onderdelen meespeelt. Bij het belonen en straffen, bij de ontwikkeling van het rechtvaardigheidsgevoel, het leren tijd over te hebben voor anderen, enz. De schrijvers hebben het dan ook over de totale opvoeding.

Hechte band
Het leven is één. Dat betekent ook dat de opvoedingssituatie, de gezinssfeer bepaald wordt door het geloof van de ouders. Dat geloof is het uitgangspunt van de opvoeding. ‘Leef zoals je leert’; ‘leef het evangelie.’ Dat is mooi gezegd, maar de praktijk is weerbarstig.
Met kinderen onderweg is een nuchter boek, het weet dat je vaak faalt; het helpt ook jou zelf op weg.
Er is nog een andere rode draad die door het hele boek heenloopt: Geloofsopvoeding vraagt om een hechte band met je kinderen. Het boek laat op veel manieren zien hoe heel gewone dingen daaraan kunnen meewerken: van samen met je vader klussen tot het samen spelen op zondagmiddag en veel andere situaties die onvermoed ruimte scheppen voor levens- en geloofsvragen.

Begin niet bij het begin!
Het boek is praktisch, maar ook heel degelijk: zeer volledig, Het begint met een deel Achtergronden bij de geloofsopvoeding.
Op zich heel waardevol 2), maar nogal theoretisch.
Wie het boek vooral wil gebruiken als gids voor zijn eigen houding en handelen kan daarom beter niet bij het begin beginnen, maar moet meteen doorbladeren naar het tweede gedeelte van hoofdstuk 4, De morele opvoeding van kinderen. Het staat ook nog in het theoretische deel, maar door de vele voorbeelden die daar gegeven worden rol je vanzelf in de praktijk.
Van peuters die opzettelijk verboden dingen doen en hoe je als ouder daar wel en niet mee moet omgaan. Over straf geven – nodig, maar ongeschikt voor de vorming van het geweten, enz.
Je leest hoe je de fout in kunt gaan door direct bijbelse geboden in stelling te brengen. En wat de bijbelse tegenhangers daarvan zijn. Je gaat inzien hoe onjuist het kan zijn in een opvoedingssituatie te zeggen dat God alles ziet.
Vanaf hoofdstuk 5, over de emotionele ontwikkeling, lopen theorie en praktijk volledig door elkaar. Op zich trouwens een kostelijk verhaal.

Zeer bruikbaar
Om te laten zien hoe bruikbaar Met kinderen onderweg voor ouders is wil ik wat uitvoeriger ingaan op enkele hoofdstukken uit met name het tweede gedeelte van het boek: Geloofsopvoeding in de praktijk.
Neem nou hoofdstuk 8, over het communiceren. Het staat nog in het theoretische gedeelte, maar is heel praktisch met leuke, herkenbare voorbeelden.
Iedere ouder met kinderen al vanaf de babyleeftijd zal er veel aanwijzingen en tips in tegenkomen die hij / zij meteen kan toepassen.
Henk Algra die het hoofdstuk heeft geschreven, stelt voorop dat je ook kunt communiceren zonder een woord te zeggen: wat je doet is belangrijk, meer dan wat je zegt’.
Hij laat zien dat de sfeer die meekomt in wat je zegt – vooral in de manier waarop je het zegt - erg belangrijk is.
Uit de veelheid van informatie haal ik naar boven wat hij schrijft over negatieve en positieve communicatie.
Communicatie met kinderen verloopt zo vaak negatief: ze bestaat uit vermaningen, verwijten, vaak vanuit irritatie van de ouders. De voorbeelden die Algra noemt overtuigen. Het fijne is dat hij ook laat zien hoe je de vervelende sfeer die erdoor ontstaat kunt voorkomen, hoe je je irritatie kunt verbergen.
Een prachtig voorbeeld geeft hij van een vader en een zoon die hun spel moeten onderbreken omdat het (middag)kerktijd is (137). En een gouden tip: maak gebruik van de momenten dat het goed gaat. Algra geeft voorbeelden te over.

Gezinstijd
Het praktische deel opent met het hoofdstuk Huisgodsdienst dat uit verschillende paragrafen bestaat. Het introduceert het begrip gezinstijd, De schrijfster bedoelt er mee dat je met de kinderen een bepaald tijdstip in de week afspreekt waarop je samen bezig bent en waarin de aandacht voor je omgang met de Here heel nadrukkelijk is. Ze kiest hiervoor omdat in de drukte van alledag zo’n moment voor gesprek anders moeilijk te vinden is. Op mij komt het iets te opzettelijk over, zeker als zo nadrukkelijk als hier voorgesteld wordt een thema voor de gezinstijd af te spreken. Maar ik haast me om te zeggen dat de verdere invulling van de gezinstijd me volledig overtuigt.
Het moet vooral gezellig zijn en voor kinderen aantrekkelijk. Het aantal mogelijkheden dat daarvoor genoemd wordt is indrukwekkend groot en ze gaan terecht vergezeld van waarschuwingen niet te moralistisch aan de gang te gaan. Aan de andere kant is er ook aandacht voor kinderen die zo iets niet willen en er worden tips gegeven hoe je die misschien toch kunt meekrijgen.

Bidden
Een van de dingen die het boek mijn inziens zo waardevol maken: bij elk onderwerp wordt eerst naar de ouders gekeken en die worden ook zelf geholpen.
Ik denk aan de prachtige paragrafen over het bidden en bijbellezen.
Bidden. De schrijfster, Nynke Dijkstra, zet in kort bestek veel helder neer.
Eerst maakt ze duidelijk wat bidden is. En wat betekent bidden voor jezelf?
Ze geeft veel mooie voorbeelden van gebeden en vraagt dan: ‘herken je je erin?’ Wat geeft ze prachtige aanwijzingen om zelf bidden te leren! En oefeningen in vrijmoedigheid.
Pas daarna is ze toe aan het leren bidden van en voor de kinderen.
Op een nuchtere manier. ‘Bid niet voor een goed cijfer voor een repetitie die niet geleerd is.’ Oma moet met een rollator lopen. Ik vraag u dat haar benen beter worden en dat ze weer gewoon zal kunnen lopen. Ja God, bidt opa mee, en als dat niet gebeurt, wilt U dan zelf met oma meelopen achter de rollator?
En ook hier is weer niet alleen oog voor welwillende kinderen; er is ook aandacht voor kinderen die niet willen bidden.
De paragraaf over bijbellezen met kinderen is op dezelfde manier opgebouwd: Wat betekent de bijbel voor ons als ouders? In hoeverre speelt de bijbel een rol in je dagelijks leven?
Dat is wat je overdraagt aan je kinderen.
Eerst je eigen omgang met de bijbel, pas daarna komen de kinderen aan de beurt. Let wel: bijbelboekjes zijn hulpmiddelen, het geloof van de ouders moet erin meekomen. En weer heel praktisch: Hoe herken je een betrouwbare kinderbijbel?. Ook hiervoor volgen aanwijzingen; kun je alles lezen?
En als de kinderen sterk in leeftijd verschillen?
Moeder las na het avondeten met de jongste twee uit de kleuterbijbel.
Vader ging met ons naar boven, we lazen samen met hem uit een bijbel voor oudere kinderen en later uit Groot Nieuws.

Vieringen en feesten
In een aparte paragraaf krijgen vieringen en feesten aandacht. De kerkelijke feestdagen, maar ook de verjaardag of de doopdag. Mij trof in dat verband dat de doop zoveel (terechte !) aandacht krijgt. Op de doopdatum zelf of bij de verjaardag! (Lezen van de tekst en het branden van een speciale doopkaars) Ook voor de kerkelijke feestdagen draagt het boek veel ideeën aan. Voor advent, kerst (met zelfs het vuur waar de herders omheen zitten in de kamer), voor Pasen natuurlijk (met voor elke dag van de Stille Week een mogelijkheid, maar wel als samenhangend geheel) en ook voor Pinksteren. De opzet voor spelmogelijkheden op oudejaarsavond zijn heel origineel!.

Nuchter
Heel nuchter houdt het hoofdstuk Praten met kinderen over God rekening met gebreken. Niet iedereen kan gemakkelijk spreken. Dat geldt zowel voor de kant van de ouders als voor die van de kinderen.
Maar, stelt Nynke Dijkstra, belangrijk is in elk geval dat je iets van je zelf laat zien, dat de sfeer goed is en dat je je kind serieus neemt, hoe vreemd de vragen ook zijn die het stelt. Ze laat zien hoe je met de vragen moet omgaan. Ook in situaties waarin je geen antwoord weet; of als de vragen ingewikkeld en lastig zijn.
De vele voorbeelden van vragen en mogelijke antwoorden zijn leerzaam; vooral om de wijsheid die eruit spreekt.
In veel situaties zijn ze direct toepasbaar.
Ík citeer er een: ‘Hoe kan opa in de hemel zijn, terwijl hij in het graf ligt?
Daar krijgt hij toch geen lucht?’(jongen, zes jaar) Een mogelijk antwoord is: ’ Lieverd dat weet ik ook niet. Maar ik weet wel: we horen bij God, in het leven en in de dood. Dat weet ik zeker.’

Verliesverwerking
Ik noem nog twee hoofdstukken. Die over de emotionele ontwikkeling en het slothoofdstuk over rouw- en verliesverwerking.
Het eerste geeft ouders een ‘blik in de kinderziel’. Het gaat over angsten, boosheid, verdriet, genietingen.
Waarom is Mark boos en wil Liëtte niet eten? En vooral: Hoe ga je daar mee om?
Rouwverwerking. Het hoofdstuk pakt meer dan alleen verdriet om de dood van verwanten (en dieren). Aandacht krijgen ook teleurstellingen op school (buiten de groep vallen), gevolgen van verhuizing en scheiding van ouders.

Gespreksgroepen
Een van de plezierige dingen van het boek is de stijl. Het is niet geschreven op een toon van wij-weten-het of zomoet-
het. Integendeel, telkens tussen de tekst door staan vragen als Herken je je erin? Ervaar jij dat ook zo? Of het advies: Praat er eens met elkaar over. De vele gespreksvragen maken het boek trouwens heel geschikt om er met groepjes ouders over te praten en daarbij eigen ervaringen uit te wisselen.
Commissies gemeenteopbouw of kerkenraden zouden het starten van zulke groepjes kunnen stimuleren.

Cadeau
Het is zo’n goed boek, juist omdat het zo praktisch is. Het neemt de kinderen mee van de wieg tot het einde van de basisschool.
Het is door verschillende auteurs geschreven en daardoor is er wel afwisseling in de stijl, maar het geheel straalt warmte uit.
En om alles lijkt gedacht. Zo is er aandacht voor één-oudergezinnen; en voor gezinnen waar maar een van de ouders gelooft.
Een mooi cadeau bij geboorte of doop.
(Van opa’s en oma’s bijvoorbeeld die verder toch maar machteloos langs de kant staan.) Ik kan me ook voorstellen dat ambtsdragers en andere hulpverleners die geconfronteerd worden met vragen van ouders het boek dankbaar zullen gebruiken.

Noten
1) Marja Bos – Meeuwsen e.a., Met kinderen onderweg. Uitg. Boekencentrum, Zoetermeer, 2001. 261 pag. f 37,35.

2) Ik heb bijvoorbeeld nergens zo duidelijk gelezen wat het verschil is tussen een neutrale en een christelijke opvoeding als hier.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief