Het internationale gezicht van H. R. Rookmaaker

2001-12-09
  • Jaargang 45
  • nummer 24
Eind 1964 was ik als kersverse docent kunstgeschiedenis aan de kunstacademie van Leicester in de bibliotheek op zoek naar stof voor mijn colleges.
Op een gegeven moment stuitte ik op een degelijk ogende studie, getiteld Synthetist Art Theories van ene dr H.R. Rookmaaker. Dat moment is een keerpunt in mijn leven geworden.

Een geloofsgenoot
Later is me wel duidelijk geworden dat deze studie over de vroeg-moderne kunstopvattingen van Gauguin en zijn kring (waarop Rookmaaker in 1959 promoveerde aan de Universiteit van Amsterdam) in internationale academische kringen werd beschouwd als een belangrijke bijdrage aan de geschiedschrijving van de moderne kunst.
Op dát moment trof me vooral de opmerking op de binnenflap van het boek, dat Rookmaaker als krijgsgevangene tijdens de oorlog ‘overtuigd werd door de Waarheid van de Bijbel en Christus aanvaardde als zijn Heiland’.
Ik had niet eens gedacht aan de mogelijkheid dat ik onder vakgenoten nog eens geloofsgenoten zou aantreffen.
Nu bleek er een getuigend christen werkzaam te zijn in de top van de kunsthistorische wetenschappelijke wereld!
Mijn ontdekking van het boek kreeg kort daarna een vervolg. Een vrouw, die binnen de evangelische organisatie Inter-Varsity Fellowship werkte onder studenten kunstgeschiedenis, vertelde me dat ze in dat kader bezig was contacten te leggen met Rookmaaker.
Ze had hem al een keer ontmoet - deze kleine pijprokende man met zijn ronde gezicht. Enige tijd later heb ik Rookmaaker persoonlijk opgezocht in het Zwitserse studiecentrum van l’Abri. Deze ontmoeting leidde tot een periode van studie onder zijn begeleiding en niet lang daarna werd ik zijn medewerker aan de Vrije Universiteit.

Onder buitenlanders
Vele andere niet-Nederlanders kunnen ook zo’n autobiografisch verhaal vertellen over een beslissende kennismaking met Rookmaakers werk en persoon in de jaren zestig en zeventig. Ik ken engelse evangelische christenenmet succes werkzaam in de kunsten, de media of de academische werelddie veel te danken hebben aan het pionierswerk van Rookmaaker. Vooral tijdens conferenties, georganiseerd door het bovengenoemde Inter-Varsity Fellowship, hadden deze aankomende kunstenaars en academici veel aan zijn lezingen, waarbij de discussies in kleinere kring soms tot diep in de nacht duurden. Aanvankelijk was de leiding van het IVF (met zijn evangelische signatuur) wat huiverig voor het binnenhalen van een Nederlander, die ook nog eens een aanhanger van Dooyeweerds Calvinistische wijsbegeerte was.
Maar Rookmaaker kreeg weldra de erkenning als spil van het snel groeiende werk onder jonge christelijke kunstenaars. Het Engelse vertrouwen in Rookmaaker kwam o.a. tot uitdrukking in de publicatie van zijn bekendste boek Modern Art and the Death of a Culture (1970) door Inter-Varsity Press in Londen. Door dit invloedrijke boek, dat sindsdien in vele talen is vertaald (waaronder het Japans), maar ook door zijn lezingen in Europa en Noord Amerika, kreeg hij internationale bekendheid. Opvallend waren zijn christelijke analyses van de moderne kunst en cultuur en zijn nooit aflatende aanmoedigingen aan christenen om hun werk als kunstenaar voort te zetten.
Niet alleen reisde Rookmaaker veel naar het buitenland, maar ook omgekeerd trok hij na zijn benoeming tot hoogleraar aan de VU (1964) vele studenten uit allerlei werelddelen. Begin jaren zeventig studeerden bij hem (naast Nederlandse studenten) jonge mensen uit landen als Oeganda, Zuid-Afrika, Australië, de Verenigde Staten, Canada, Frankrijk en Engeland. Om te voorzien in de bijzondere academische en geestelijke behoeften van deze stroom van leerlingen doceerde hij jarenlang in het engels tijdens speciale werkgroepen in de avonduren.

Evangelisch-gereformeerd
Het is me opgevallen dat men in Nederland soms moeite heeft om de internationale rol van Rookmaaker te begrijpen.
Want hoe kon iemand, die zo duidelijk thuis hoorde in ‘onze’, specifiek-
Nederlandse kerkelijke en intellectuele traditie, zo’n enthousiaste aanhang krijgen onder mensen uit andere landen en uit geheel andere kerkelijke culturen? Rookmaaker rekende zich inderdaad tot de denkwereld van o.a. Groen van Prinsterer, Abraham Kuyper, A. Janse en Herman Dooyeweerd; hij schreef kunstrecensies voor Trouw (en ook artikelen voor Opbouw), maakte radioprogramma’s voor de NCRV en werd hoogleraar aan de Vrije Universiteit. Maar in zijn omgaan met de traditie bleef hij in zekere zin altijd een bekeerling, die tegenover het gereformeerde gedachtegoed frisser en enthousiaster stond dan menig ander die ‘van huis uit’ gereformeerd was. Daardoor kon Rookmaaker vanuit zijn gereformeerde denktrant verrassend licht laat vallen op de kunst, de tegencultuur van de jaren zestig, de jazzmuziek en op de door hem zeer geliefde muziek van de Afrikaans-Amerikaanse kerken. Door zijn vriendschap met de Amerikaan Francis Schaeffer was hij ook in toenemende mate vertrouwd geworden met evangelische christenen in het buitenland.
Rookmaaker kon zodoende heel gemakkelijk omgaan met evangelische kunststudenten van diverse nationaliteiten en was uitnemend geschikt en zeer gemotiveerd om in te spelen op hun problemen. Daarbij signaleerde Rookmaaker ook de tekortkomingen in de evangelische houding ten aanzien van gebieden als kunst, cultuur en wetenschap.
Men moet hierbij bedenken dat bij evangelische christenen in de jaren zestig de integratie van geloof en kunst of geloof en wetenschap ontbrak.
In tegenstelling tot wat men in gereformeerd Nederland gewend was, kwamen Engelse christenen (zoals ik in 1964) vaak niet verder dan het combineren van een piëtistisch geloofsleven met een seculaire vak beoefening.
Rookmaaker bracht daar verandering in. Jonge kunstenaars, die doorgaans dachten hun vak te moeten rechtvaardigen tegenover hun medechristenen door uitgesproken religieuze motieven te schilderen, leerde hij denken in meer structurele termen over de plaats van de kunst in Gods schepping. Onder de invloed van Rookmaaker zijn toen heel wat stillevens en landschappen geschilderd.
Het mag vreemd klinken, maar met de wereldwijde receptie van Rookmaakers Modern Art and the Death of a Culture is er sprake van een belangrijk ‘exportproduct’ uit gereformeerd Nederland.
Aan de kern van dit boek kan men zonder meer Groens kritiek op het revolutie-denken en Dooyeweerds kritiek op het Verlichtings-denken herkennen.
Rookmaaker zette dat gedachtegoed op creatieve wijze om in een geheel eigen, maar niet minder christelijk-kritische peiling van de moderne kunst en cultuur. Los van de specifiek Nederlandse achtergrond heeft het werk van Rookmaaker wereldwijd zijn weg gevonden. Tot op de dag van vandaag kan niemand voorspellen waar in de wereld de nieuwste lezer van Rookmaaker zal opduiken.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief