Rookmaaker's blijvende inspiratie

2001-12-09
  • Jaargang 45
  • nummer 24
Ik heb het voorrecht gehad om van 1968 tot1974 aan de Vrije Universiteit colleges kunstgeschiedenis te lopen bij Rookmaaker, die mijn visie op kunst duidelijk heeft beïnvloed.

Gaandeweg ben ik er van overtuigd geraakt, dat het in de kunst niet gaat om vrijblijvende esthetiek (ofwel: l'art pour l'art), maar om een inhoudelijke boodschap, die het leven van mensen effectief kan beïnvloeden. Verder is de invloed van Rookmaaker ook aanwijsbaar in mijn bezig zijn als beeldend kunstenaar - als tekenaar en schilder.

Pionier in het land der blinden
Hans Rookmaaker (1922-1977) is met zijn inhoudelijk christelijke benaderingswijze een pionier geweest op het vakgebied van de kunstgeschiedenis.
Ook pionier in die zin, dat hij door zijn eigen vakbroeders niet of nauwelijks serieus werd genomen. Soms kwam dat door zijn dwingende (orthodox) christelijke overtuiging met af en toe moraliserende trekjes, dan weer door zijn intuïtieve kunsthistorische benadering, die hij lang niet altijd voorzag van een wetenschappelijke onderbouwing.
Zo kwam het, dat hij aan de Vrije Universiteit moeite had om zijn reputatie te vestigen, terwijl in Engeland en de Verenigde Staten zijn gastcolleges vaak dankbaar werden ontvangen en moeiteloos ingang vonden.
Ook in orthodox kerkelijke kring was Rookmaaker in zekere zin een vreemde eend in de bijt, want de belangstelling voor ‘kunst’ was in de kerken bepaald niet groot. Rookmaaker overleed, voordat er in de gereformeerde gezindte een kentering kwam in de belangstelling voor de (beeldende) kunst.
Bij zijn sterven liet hij een groot aantal amper op de rails gezette, onafgemaakte zaken achter. Zo heeft hij de daadwerkelijke start van de Christelijke Hogeschool voor de Kunsten te Kampen in 1978 niet meer mogen beleven, hoewel hij gelet op zijn aandeel in de voorbereiding mee de deuren van de academie heeft geopend.
Ook de oprichting van een vereniging van christen-kunstenaars heeft Rookmaaker niet meer mogen meemaken.
Maar dat tot dan toe geïsoleerde kunstenaars aansluiting en steun bij elkaar vonden en meer expositiemogelijkheden kregen aangeboden, mogen we zien als vruchten van een profetische geest, waarvoor de tijd aanvankelijk nog niet rijp was.

Museumcolleges als eye-opener
Typerend voor Rookmaaker was een improviserende, levendige en spontane werkwijze, dikwijls gelardeerd met humor. Daarbij wist hij moeiteloos dwarsverbindingen aan te brengen en kwam hij met onverwachte vraagstellingen, waarmee hij zijn publiek tot intensieve en nauwgezette waarneming wist te bewegen. Zijn wekelijkse museumcolleges in het Rijksmuseum waren in de letterlijke zin van het woord eye-openers. Hij leerde veel mensen accuraat kijken en hielp zo om de bijzonderheden werkelijk te ‘zien’ (door-zien). Op die manier wist hij door de uitwendige vormgeving (de ‘buitenkant’) heen te kijken naar de inwendige binnenkant en door te stoten tot de inhoudelijke betekenis van een kunstwerk en de persoonlijke intentie van de kunstenaar. Daarnaast was hij in staat om zijn eigen persoonlijke voorkeuren welsprekend te etaleren.
Hoogtepunt in de kunstgeschiedenis waren voor hem twee onovertroffen Barok-kunstenaars: enerzijds de Italiaanse beeldhouwer Bernini, anderzijds de Vlaamse schilder Rubens.
Je moest werkelijk een college van Rookmaaker meegemaakt hebben over Rubens om zijn gloedvolle enthousiasme voor deze schilder van het volle leven enigszins te kunnen aanvoelen en begrijpen.
Meer moeite had Rookmaaker om de moderne kunst als kunst te waarderen.
Zijn ontvankelijkheid voor het nieuwe en de eigentijdse taal van de moderne kunst is in de jaren zeventig zeker gegroeid, niet in de laatste plaats vanuit de contacten met zijn studenten.
Een boek als ‘Modern Art and the Death of a Culture’ (1970) zou hij in later jaren ook zeker herzien hebben op het punt van de eigentijdse beeldtaal.

Kunst is boodschap
De belangrijkste bijdrage, die Rookmaaker m.i. heeft geleverd in het nadenken over de beeldende kunst, is zijn uitgangspunt dat een kunstenaar niet zomaar in het luchtledige werkt, maar dat hij iets wil zeggen met zijn werk - ook als dat gebeurt door middel van beelden! Het gaat dus primair om een inhoudelijke vraagstelling.
Ik herinner mij nog goed hoe ik, na de voltooiing van een gedegen vijfjarige grafische opleiding, met Rookmaaker in felle discussie raakte over compositie, kleurgebruik en de overtuigingskracht of ‘impact’ van het beeld. Tot mijn verbazing merkte ik op dat zijn interesse daar helemaal niet naar uitging. Rookmaaker had weinig oog voor de moeite van de kunstenaar om überhaupt een kunstwerk gerealiseerd te krijgen. Des te meer keek hij naar de gezindheid en de intentie van een kunstenaar.
In mijn grafische opleiding (en dat geldt in grote lijnen vandaag nog voor kunstacademies) ging het in hoofdzaak om het leren beheersen van een vak - juiste materiaalkeuze, het geschikte formaat, passende kleurenkeuze en een geraffineerde compositie. Zodoende liep ik aanvankelijk met mijn praktisch gerichte vragen vast op de inhoudelijk gerichte vraagstelling van Rookmaaker.
Maar terugkijkend is zijn visie op kunst van blijvende waarde gebleken voor mijn eigen ontwikkeling als beeldend kunstenaar.

Uitgaan van de realiteit
De tweede belangrijke impuls die van Rookmaaker uitging was dat - welke richting of stijl men ook wenste te volgen - een kunstenaar altijd moest beginnen met ‘de concrete werkelijkheid’.
Hij vond dat kunstenaars moesten kunnen waarnemen, dat ze de dingen echt moesten kunnen doorgronden en tot op het bot analyseren.
Je moest dus ook kunnen tekenen, alvorens daarvan (eventueel) te abstraheren.
Rookmaaker’s grote voorbeeld op dit punt was de Duitse kunstenaar Albrecht Dürer, die het niet beneden zijn waardigheid vond om een eenvoudig graspolletje te aquarelleren, een wolkenpartij of een konijn te schilderen of de doorploegde gelaatstrekken van zijn bejaarde moeder weer te geven. Rookmaaker’s pleidooi voor grondige studie heeft mij nooit meer losgelaten.
Rookmaaker heeft de christen-kunstenaars in (en buiten) Nederland een onschatbaar grote dienst bewezen door artistiek talent eenvoudig serieus te nemen en kunstenaars te stimuleren om kwalitatief hoogwaardig werk te leveren. Voor dat streven en voor die inzet zal ik hem altijd dankbaar blijven.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief