Kerstfeest, Kind, Zoon, Erfgenaam

2001-12-21
  • Jaargang 45
  • nummer 25
Nadat God vroeger gesproken had door de profeten heeft Hij nu, op het einde van de dagen, tot ons gesproken door
de Zoon, die Hij tot erfgenaam gemaakt heeft van al wat bestaat
(Hebreeën 1,1-2).

God laat het er niet bij zitten!
Zet dat zoden aan de dijk? Kan ik daarmee kerstfeest vieren?
Werkt dat nog op 27 december en daarna?
In een wereld waar mensen het er zo vaak bij laten zitten?
De grote God knielde neer in het stof zwoegde aan een klompje klei tot Hij het had gevormd naar zijn eigen beeld.
Oneindige afstand: pottenbakker en klei. Innig verbonden: de mens lijkt op God.
Wat moet het God pijn gedaan hebben dat de mens die relatie verstoorde. Pijn gedaan dat al zijn energie niet tot herstel leidde. Toen kwam zijn hoge woord er uit: Jezus.

Kerstfeest: een Kind. Gods hoge woord: de Zoon.
Erfgenaam.
De eerste mensheid kreeg een erfenis van God. De erfenis die leeft van zijn glimlach: het licht, de bomen, de bloemen, het gras. Juist déze beelden tonen ons in 2001 hoe de erfenis verknoeid is.

Toen liet God het er niet bij zitten.
Abraham.
Het volk van Abraham kreeg in de wereld een erfdeel: Kanaän dat eeuwig is uw toegemeten erfenis (psalm 105).
Dat volk heet ook zelf: erfdeel van JHWH. De Eigenaar wachtte op de opbrengst. Hij verwachtte goed bestuur en het werd bloedbestuur (Jesaja 5). Laat staan dat duidelijk werd dat de aarde en haar volheid (Psalm 24) spreken van hun Maker en Eigenaar.
Toen liet God het er niet bij zitten.

Schepping,
Toen glimlachte God en het licht brak door, en de duisternis rolde naar de ene kant en het licht stond stralend aan de andere kant, en God zei: Het is goed!

Het groene gras sproot uit, en de bloemetjes bloeiden zo rood, de pijnboom wees met zijn vinger de lucht in, de eikeboom spreidde zijn armen uit, de meren vlijden zich neer in de holten der aarde, de rivieren stroomden uit naar de zee.
En weer glimlachte God.
En de regenboog scheen en welfde zich om zijn schouder.

Uit de bedding van de stroom schepte God klei; en aan de oever knielde Hij neer.
Daar knielde de grote, almachtige God, die de zon had gemaakt, in de hemel gesteld, die de sterren wierp naar de uithoeken van de nacht, die de aarde kneedde in de holte van zijn hand, deze grote God, als een moeder die over haar baby buigt knielde neer in het stof, zwoegde aan een klompje klei tot Hij het had gevormd naar zijn eigen beeld.

Toen blies Hij er in de adem des levens.
En de mens werd een levende ziel.


James Johnson


Kijk, daarom werd de Heer geboren.
Een kind. De Zoon. Erfgenaam.
Ik voel de scherpe punt: als Jézus erfgenaam is dan ben ik het niet.
Wij hebben geen recht op de erfenis.
Zonde, gebrokenheid, schuld. Mens, schepsel van Gods eigen handen, je hebt je erfenis verspeeld.

Maar God heeft het er niet bij laten zitten. Hij heeft de draad van het begin opgepakt. Kerstfeest, Jezus, erfgenaam van al wat bestaat.
Deze wereld is voorbestemd weer te glanzen onder de regenboog van Gods glimlach. Deel te hebben aan Gods rijk dat komt. Kerstfeest geeft er zicht op: Jezus is de erfgenaam over alles.
Het kómt goed: de aarde en haar volheid des Heren koninklijk domein.

Ik hoor sinds 11 september veel over de toekomst. Krijg vragen van catechisanten over het duizendjarig rijk.
Lees van eerste en tweede opname van de gemeente. Hoor de sombere tonen van oordeel aanslaan over de toekomst.
De Zoon is erfgenaam van al wat bestaat!
Met de toekomst zit het dus wel safe.
Daar hoef ik mij niet de meeste zorgen te maken.

Maar dat op kerstfeest de erfgenaam is geboren. Hoe beleef ik dat?
De gelijkenis doet me schrikken: de erfgenaam? Wij werpen hem uw wijngaard uit om die te erven als een buit (Liedboek gezang 61). De erfgenaam ontkennen heeft niet gewerkt.
De erfgenaam doden evenmin.
Onze wereld heeft pas toekomst als ze Jezus als erfgenaam over alles erkent.
Mijn toekomst staat of valt met wat ik van Jezus, de erfgenaam vind. Als ik dan in de kribbe kijk krijg ik een kleur.
Van schaamte.
Én van vreugde.
Hij de erfgenaam.
Mijn Heer en mijn God.
En ik?
Mede-erfgenaam van de genade des levens (1 Petrus 3).

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief