Het neefje van de tovenaar

2001-12-21
  • Jaargang 45
  • nummer 25
Voor christelijke ouders die op zijn minst onbestemde gevoelens hebben bij de Harrie Potter-manie die momenteel over de wereld slaat, maar menen dat ze zich niet al te gemakkelijk van al die huidige aandacht voor magie kunnen afmaken, het advies om toch maar weer eens de aloude ‘Narnia’-Kronieken van C.S. Lewis te gaan (voor)lezen. De serie van zeven sprookjes is door een van de grootste christelijke schrijvers en apologeten van de 20e eeuw geschreven; al decennia geleden ben ik onder de bekoring van die fraaie boeken gekomen en bij herlezing hebben ze bij mij nog niets aan zeggingskracht ingeboet.

Ik maak melding van deel zes van de zeven: Het Neefje van de Tovenaar. Al is het chronologisch in Lewis’ oeuvre het op-een-na-laatste deel, inhoudelijk gaat het feitelijk aan de andere delen vooraf zodat men het met enig recht ook het eerste deel kan achten. Digory en zijn vriendin Polly worden door (onbeheerst uitgeoefende) toverkracht naar een andere wereld gestuurd, waar ze een Koningin ontmoeten die ook Tovenares is. Hoe het verhaal verder gaat moet de lezer zelf maar ontdekken. Genoeg om hier te zeggen dat dit verhaal zeker niet minder spannend is of minder goed verteld dan al Harrie Potters avonturen.
Verder valt op dat in Lewis’ boek (uit de jaren 1950) duidelijk afstand wordt genomen van magie, als iets ongeoorloofds.
De Oom van de hoofdpersoon Digory houdt zich met toverkunst bezig, maar het is vanaf ‘t eerste ogenblik duidelijk dat hij daardoor geen aantrekkelijker mens geworden is, laat staan een ethisch hoogstaand mens. Zijn zelfbeeld is volstrekt onrealistisch en hij is daarbij laf, doortrapt en gemeen. De Grote Koningin, die Digory en Polly per ongeluk uit een andere wereld meenemen, overtreft Oom Andreas vele malen in tovermacht, zoals haar gemeenheid, gebrek aan medegevoel voor andere schepselen, haar belustheid op macht en algehele zelfzucht de zijne vele malen overtreffen. Het kinderboek ademt gezonde scepsis en afwijzing van alle occulte praktijken en laat zien hoe een mens die magie praktiseert steeds verder afglijdt van de normen die de Here God aan zijn schepselen gesteld heeft.
Het is een door en door christelijk boek geworden, waar bijbelse normen en waarden overigens niet van afdruipen!
Wat mij betreft, een absolute aanrader, net als de overige zes delen van de Narnia-serie. Verschenen bij uitgeverij Callenbach te Kampen kosten ze fl 27,50. Zeker niet te veel voor zulke goede, keurig geïllustreerde en uitgevoerde boeken.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief