Selamat Natal

2001-12-21
  • Jaargang 45
  • nummer 25
‘Selamat Natal’ wensen Indonesische Christenen elkaar toe: ‘Een gezegende Kerst’. Tegelijk kan het woord ‘selamat’ ook betekenen ‘redding’ of ‘verlossing’.
Die dubbele betekenis is de laatste weken bijzonder actueel geworden voor een deel van de Indonesische Kerk dat zich bevindt in Midden-Sulawesi.
‘Een bloedige Kerst’: dat werd ze toegezegd door de ‘Laskar Jihad’, een Islamitische terreurgroep die ook in de Molukken al dood en verderf zaaide.
Die Laskar Jihad heeft er intussen voor gezorgd dat opnieuw tienduizenden Christenen deze Kersttijd in zorg en rouw gedompeld zijn.

Toenemende dreiging
De afgelopen maanden bouwde de spanning in het Poso-district al steeds verder op. Bussen met Christelijke passagiers werden beschoten; mensen die zich buiten hun eigen dorpen waagden bedreigd en soms gemarteld en de toevoer van goederen naar Christelijk gebied belemmerd. Honderden gewapende Jihad-strijders arriveerden in kleine aantallen in het kustgebied bij de stad Poso en begonnen op verschillende plaatsen bezittingen van Christenen te plunderen. Net als op Ambon en vele andere plaatsen in de Molukken bleven politie, leger en regering passief toekijken hoe de situatie escaleerde.
Eind oktober bereikten ons al urgente noodkreten uit dit gebied omdat we er tot 1995 hebben gewerkt aan de Theologische school van de Christelijke Kerk van Midden-Sulawesi (GKST). Naar aanleiding van een bericht in het Nederlands Dagblad kwamen er begin november in de Tweede Kamer vragen van de ChristenUnie aan het adres van de minister van buitenlandse zaken. Eind november antwoordde deze minister nog dat hij geen reden zag actie te ondernemen. Minder dan een week later moest hij op die woorden fors terugkomen omdat de Jihad-strijders inmiddels een allesverwoestend offensief waren begonnen.

De escalatie van gewelddadigheden
In de laatste week van november werd rondom Poso het ene Christelijke dorp na het andere geplunderd en met de grond gelijk gemaakt. Iedereen die verzet bood werd wreed vermoord. Terwijl men het Christelijk gebied in het binnenland van de buitenwereld afgrendelde, werden met bulldozers en tankauto’s vol gasoline huizen, kantoren, scholen en kerken platgewalst en verbrand.
Er kwam een vluchtelingen stroom van tienduizenden ontheemden op gang naar het kerkcentrum in Tentena. Groepen Christelijke jongeren probeerden de zwaar bewapende Jihad-strijders tegen te houden, maar konden weinig uitrichten tegen de overmacht en werden afgeslacht. Eind november naderden duizenden plunderende Jihad-strijders enkele dorpen ver in het binnenland die grenzen aan het kerkcentrum Tentena. Tentena betekent ‘ontmoetingsplaats’ omdat het centraal ligt op een kruispunt van wegen aan de rand van het prachtige Poso-Meer. Hier woonde destijds de grondlegger van de GKST, de zendeling Albert Kruyt, en hij stichtte er een theologische school en een ziekenhuis.
Nadat de kerk zelfstandig werd kwam er een synodekantoor bij, verschillende middelbare scholen ontstonden, en een weeshuis en drie fikse kerkgebouwen werden gebouwd.
Verwoesting van dit bolwerk van de Christelijke kerk in Midden-Sulawesi was het doel van de Moslim terreurgroep.
‘Kerst in Tentena’ was de leus die ze meedroegen. Overal waar ze hun verwoestend werk hadden gedaan plantten ze zwarte vlaggen met portretten van Osama bin Laden en er onder de tekst ‘This is our leader’.
Op 29 november deed het hoofd van het synodebestuur in Tentena een wanhopige hulpoproep aan de buitenwereld en aan de Indonesische president: ‘Meer dan 40.000 inwoners en vluchtelingen zijn in levensgevaar. We voelen ons hopeloos omdat we aan alle kanten worden geterroriseerd en aangevallen.
Alle veiligheidstroepen zijn teruggetrokken.
Help ons, want het is een kwestie van uren en dan zullen de oproerlingen onze stad binnentrekken en ons afmaken!’

Redding op het laatste moment?
Ondertussen kwam er in Indonesië en vele andere landen een beweging op gang die met gebed, publiciteit en politieke inspanningen deze benarde medegelovigen te hulp kwam. Een dag na de noodkreet van het kerkbestuur stuurde het Indonesische leger troepen richting Tentena die de stad op het laatste moment ontzetten na vier weken van belegering. Een toegangsweg naar de stad is inmiddels ontsloten zodat voedsel en medicijnen door hulporganisaties konden worden binnengebracht.
Voor velen in binnen- en buitenland was het een enorme opluchting dat het centrum van de kerk tenminste gespaard is gebleven. Dat gold ook voor ons, omdat we er jarenlang hebben gewoond en er vele dierbare vrienden kennen.
Lokale Christenen beleefden de verlossing als een wonder van gebedsverhoring.
Anderen bezien het cynischer als een politiek spel van de Indonesische regering die vaker eerst de Islamitische terreur toeliet en vervolgens op het laatste moment voor reddende engel speelde. Onder invloed van de internationale politieke druk togen enkele kabinetsministers op 5 december naar het strijdtoneel en beloofden een snelle verdrijving van de Jihad strijdkrachten uit dit gebied. Maar van die zijde blijven sommigen erop gebrand om vóór het Idul Fitri feest (het einde van de Ramadan op 16 december) of tenminste met Kerst het kerkcentrum te veroveren.
De situatie blijft daarom precair. De rol van leger en politie is in Indonesië vaak dubieus. Daarom is het goed nieuws dat een aantal bataljons soldaten uit het eveneens Christelijke Manado in Noord Sulawesi op 8 december naar Poso werd gestuurd. Maar de dreiging blijft, vooral als de aandacht van de centrale regering en de internationale wereld voor dit gebied weer verslapt. De Laskar Jihad zal het karwei dat ze begonnen is willen afmaken. Wat drijft deze militante beweging en hoe kan ze worden ontmanteld?

Drijfveren en doelstelling van de Laskar Jihad
‘Laskar Jihad’ betekent ‘Leger van de heilige oorlog’. Het is de Indonesische versie van militante Islamitische terreurbewegingen die in vele landen streven naar invoering van de sjariah, de Islamitische wetgeving. De economische en politieke instabiliteit van de afgelopen jaren kweekte met name op het dichtbevolkte Java een vruchtbare voedingsbodem voor dit extremisme.
Duizenden ongeschoolde, arme jongeren zonder toekomst meldden zich vrijwillig aan voor de trainingskampen van de Jihad-leiders, die geen stro breed in de weg werd gelegd. Zelfs toen bewapende eenheden met boten op weg gingen richting de Molukken werd er niet ingegrepen door het leger.
Er is bewijs dat Jihad-strijders soms door legereenheden zijn geassisteerd. Zodoende kon door maximaal 10.000 Jihad vrijwilligers een enorme ravage worden aangericht in de Molukken.
Eind 2000 waren er in de Molukken meer dan 500.000 vluchtelingen en wordt het aantal vermoorden geschat op tussen de 6000 en 10.000. Daar zijn ook Moslims tussen die in de ontstane burgeroorlog zijn gedood. Maar de vonk die voortdurend zorgt voor nieuwe brandhaarden is de Jihad-beweging die uit is op het elimineren van alle christelijke invloeden in Indonesië. De recente aanval op Midden-Sulawesi is daarom geen verrassing, maar een voortzetting en uitbreiding van de terreur die al jaren geleden werd ingezet.
Men zal niet rusten totdat de Indonesische regering haar verantwoordelijkheid voor het bewaren van de rechtsorde en de rechtsstaat echt serieus gaat nemen. De internationale gemeenschap kan en moet Indonesië daartoe bewegen.
De leider van de Laskar Jihad is Jafar Umar Talib, die werd opgeleid in Afghanistan toen men daar vocht tegen de Russen. Zijn achtergrond en naam verraden meer dan ideologische banden met het terreurnetwerk van Osama bin Laden. Lokale Moslims in Indonesië zijn meestal niet blij met de Laskar Jihad en claimen dat hun religie wordt ‘gegijzeld’ door militante buitenstaanders.
Ze zien vaak met lede ogen aan hoe hun christelijke buren worden aangevallen en zo ook hun eigen economische bestaansmogelijkheden worden vernield. Christelijke gemeenschappen elders in Indonesië vrezen dat zij de volgende zijn op de terreurlijst van de Jihad-beweging. Bij Irian Jaya en op Manado (Minahasa) zijn ook al Jihad strijders geconstateerd die dreigen met een ‘Natal berdarah’ (Bloody Christmas).

Koppen in het zand
De Islamitische terreur in Indonesië dringt een bloeiende christelijke minderheid steeds verder naar de marges van de samenleving. Dat bewuste streven vindt ook elders plaats waar Christenen een minderheid vormen: Denk bv. Aan Iran, Iraq, Soedan, Nigeria, Tsjaad. Struisvogelpolitiek bedrijven we door alles over Christenvervolging af te doen als iets van het grote wereldgebeuren waar we toch geen invloed op hebben. We verliezen ons dan in complexe beschouwingen over de historische, politieke, economische, religieuze en culturele achtergronden van conflicten en schudden vertwijfeld het hoofd. Het is belangrijk achtergronden te onderzoeken om inzicht te verkrijgen. De huidige crisis in het Poso-gebied voert bijvoorbeeld terug naar de transmigratiepolitiek van de regering Soeharto, toen duizenden Javanen elders in Indonesië werden gedropt. Maar zulke analyses zijn niet genoeg. Ze leiden soms tot een verlammend neutrale opstelling en blindheid voor de achterliggende geestelijke strijd. Steken we niet vaak onze koppen in het zand voor die ware geestelijke realiteit en laten we niet te snel de boel elders maar op z’n beloop.
Vele Molukkers zijn daardoor diep gedesillusioneerd. Terwijl elders arme, verdrukte mede-Christenen strijden om te overleven, gaan we over tot de orde van de dag. Maar als één lid lijdt van het Lichaam van Christus, lijden toch alle leden? Onze voorouders hebben zwaar geofferd en gebeden om de kerken op Ambon en Sulawesi te vestigen.
Jozef Kam wordt in Indonesië geroemd als de ‘rasul Maluku’, de apostel van de Molukken. Albert Kruyt gaf zijn leven voor de evangelieverkondiging in het Poso-gebied. Historisch gezien hebben wij als Nederlandse Christenen daarom allereerst de taak om op te komen voor de bedreigde Kerk in Indonesië.
Doen we dat niet, zijn we dan zelf het zout in onze christelijke pap nog wel waard?

Er is nu meer mogelijk!
Na 11 september zijn de ogen van de wereld open gegaan voor de wereldwijde bedreiging van Islamitische terreur.
Wanneer we in grenzeloze verdraagzaamheid zover gaan dat we groeperingen als de Laskar Jihad toestaan elders christelijke gemeenschappen te elimineren, staat tenslotte ook onze eigen toekomst op het spel. Er is nu door publiciteit en politieke druk meer te bereiken dan in de afgelopen jaren toen Ambon werd verwoest. De Indonesische regering zal verder willen gaan om zich te distantiëren van de militante moslims. Daarom is het nu onze plicht hemel en aarde te bewegen om het ontstaan van een ‘tweede Ambon’ tegen te gaan. Er is meer mogelijk, ook vanuit geloofsperspectief. Verdrukking en vervolging leidden al vaker juist tot loutering en groei van Gods Koninkrijk. In de duisternis straalt het Licht van Christus vaak des te helderder.
Laat dat vooral ook ons gebed zijn rond deze kersttijd voor de verdrukte Kerk in Indonesië en elders in onze wereld. Dan kan het ‘Selamat Natal’ blijven klinken, ginds en ook onder ons.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief