Persschouw
2001-12-21
Bijbels omgaan met liturgische verschillen- Jaargang 45
- nummer 25
Wie geen vreemdeling is in kerkelijk Jeruzalem, of op z’n minst in het Gereformeerd Vrijgemaakte stadsdeel, weet dat er in die kerken nogal wat onrust bestaat over allerlei veranderingen in de liturgische tradities. Of het nu gaat om het zingen van gezangen, het gebruik van formulieren, of de plaats van kinderen in de kerk: telkens zijn er wel mensen die vanuit Schrift en belijdenis gevaren weten aan te wijzen.
In De Reformatie (november) schreef ds A. de Ruiter een paar artikelen over het omgaan met dergelijke verschillen binnen de kerken. Hij voert een krachtig pleidooi voor een andere, nieuwe benadering dan tot nu toe gebruikelijk is.
Of zijn betoog ook zijn verontruste kerkgenoten zal overtuigen, waag ik nog even te betwijfelen; daarvoor klinkt het mij, als ik het wat ondeugend mag zeggen, net iets te Nederlands Gereformeerd in de oren...
Oordeelt u zelf: Uitgangspunt is dat we allerlei verschil van mening en smaak omtrent liturgische zaken positief waarderen. Want God, onze Schepper, is de Bedenker en Schenker van alle variatie onder ons.
Hij wil daar iets goeds mee. Deze positieve waardering is fundamenteel en behoort in ons denken en doen ruimte te scheppen voor allerlei verschillen.
Een 'logisch' gevolg is, dat de liturgische regelgeving van synodewege beperkt moet gaan worden tot dat wat heel duidelijk bijbels geboden is.
Daarnaast kunnen stimulerende adviezen, aanbevelingen en suggesties gegeven worden - maar geen dwingende bindingen! Tevens zullen plaatselijke kerken (en kerkenraden) moeten gaan beseffen dat zij daadwerkelijk de invulling van hun plaatselijke erediensten bepalen. Gewoon leunen op kerkverbandelijke (synodale) regelgeving is armoedig en bijbels gezien onjuist. De plaatselijke liturgie behoort immers afgestemd te worden op wat leeft in de eigen gemeente. ()
Het is gezond als we de houding aannemen van: het mag van God (!) en dus ook van mij (!). Niet 'wat ik vind' is immers doorslaggevend. Als gemeenteleden allen deze houding aannemen (wederzijds), dan krijgen we een heerlijk ontspannen ruimte binnen de gemeente. Sleutelwoorden hierbij zijn: de liefde allereerst. En bij de uitwerking daarvan: wederkerige acceptatie en wederzijds respect (bij alle variatie en afwisseling). Deze basishouding zullen we in de kerk van elkaar mogen en moeten vragen op grond van Gods Woord. () Uiteraard behoren schriftlezing, prediking, lofprijzing en gebed tot de vaste onderdelen. Zonder dat is een eredienst niet echt denkbaar. Maar de volgorde en de manier waarop een en ander toegaat mag verschillen. Dat erkennen we ook als het gaat om bijvoorbeeld kerken in Afrika. Maar moet eenheid van vorm binnen onze landsgrenzen dan wel geëist worden? Dat er in de tijd na de Reformatie behoefte was aan landelijke hulp via landelijke regelgeving is begrijpelijk. Men had weinig kennis en er dreigden uitwassen.
Toch was men toen ook al terughoudend in de regelgeving. Maar in onze tijd lijkt iedere variatie eerst door de GS goed-gekeurd of vrijgegeven te moeten worden voordat je ter plaatse iets kunt ondernemen.
Fundamentele vragen
Hier wil ik twee heel fundamentele vragen stellen:
1. Waarom geeft onze Heer in het NT aan zijn kerk inzake de erediensten zo grote vrijheid (er zijn weinig of geen voorschriften t.a.v. liturgie)?
2. En waarom schept Hij zoveel variatie in smaken en gevoelens en (dus) meningen van gemeenteleden als het gaat om liturgische zaken?
Nadenkend over deze vragen kom ik tot twee overwegingen:
A. Zou Hij niet expres al de variaties geven, omdat we zo alleen door het wonderwerk van de Heilige Geest een eenheid kunnen blijven? Alleen door de liefde. Zo wil Hij via zijn gemeenten laten zien, dat er bij Hem ruimte is voor iedereen.
B. De Here wil met de gegeven variaties bij ons allen de creativiteit wakker maken, opdat Gods creativiteit al meer zichtbaar zal worden gemaakt en we daarvan genieten.
Landelijke regels drukken wat onder A, B genoemd is (ongewild) weg. Ze bemoeilijken immers het creatief bezig zijn. Gevolg: veel mensen associëren de kerk met 'statisch, stoffig en ouderwets'.
Helaas zijn we er binnen de kerken aan gaan wennen dat liturgiezaken landelijk geregeld worden. Maar zelfs Bijbels verantwoorde en gewenste veranderingen zijn hierdoor moeilijk aan te brengen. Doven wij alle creativiteit in de kerk hierdoor niet uitterwijl Gods Geest kerkleden juist tot creativiteit aanzet? Het is saai geworden in de kerk, terwijl het zo anders kan. () Velen willen vandaag graag erediensten houden waarin hetzelfde evangelie verkondigd, bezongen en beleefd wordt als vroeger. Maar wel op een wijze die 'in rapport is met déze tijd', die past bij mensen van déze tijd. En daar is, volgens de Schrift, de kerk altijd weer toe geroepen.
Een kerk die met deze ontwikkelingen en verlangens te weinig rekent, maakt het de gemeenteleden in de 21e eeuw onnodig moeilijk en dreigt echt 'stoffig' te worden, zowel in vormen als in sfeer.