Door het oog van de naald (1)
2001-03-02
Deuteronomium 26: ‘Hoe moeilijk kunnen zij, die geld hebben, in het Koninkrijk Gods ingaan.’ - Jaargang 45
- nummer 5
Dat zei Jezus in reactie op de bekende rijke jongeling. Het is makkelijker, dat een kameel door het oog van een naald gaat dan dat een rijke het Koninkrijk Gods binnengaat. Rijk-zijn en het Koninkrijk van God binnengaan gaan kennelijk moeilijk samen. Dat was toen zo -in de tijd van de Here Jezus- maar ook vandaag. Voor ons die behoren tot het vijfde deel van de wereldbevolking, dat 86% van het wereldinkomen in handen heeft! Wat kun je jezelf dan gaan verheffen boven degenen die het veel minder hebben. Hebben zij 't niet aan zichzelf te danken? En hebben wij er niet hard voor gewerkt? Als ze dat elders in de wereld nou ook eens zouden doen, zouden wij niet zo opgezadeld worden met economische vluchtelingen. En God, hebben we Hem eigenlijk wel nodig? Met Paars komen we toch ook een heel eind...
Hemels manna en zelfgebakken brood
Rijk-zijn en het Koninkrijk van God binnengaan was ook lang geleden al moeilijk voor Gods volk. Wanneer Israël op het punt staat het beloofde land binnen te trekken, maakt de HERE zich juist op dit punt veel zorgen.
Zouden ze straks niet denken dat ze het wel zonder Mij kunnen? Zouden ze zich niet gaan verheffen, en denken dat ze hun economische succes aan zichzelf te danken hebben?
De HERE ziet het aankomen. Hij heeft zijn volk door de woestijn geleid. Hij brengt ze in een fantastisch land. Niet alleen een schitterend land om te wonen, maar ook een land met de nodige voorzieningen en landerijen waar ze direct aan het werk kunnen. Maar zullen ze blijven beseffen, dat ze dat goede land aan Hem te dankenhebben of zullen ze Hem vergeten?
Zullen ze straks zeggen dat ze hun vermogen aan zichzelf te danken hebben?
In Deuteronomium 8 drukt de HERE ze op het hart die vergissing niet te maken: Ik ben het die jullie de kracht geeft om dit vermogen te verwerven. Zeker, het wordt straks anders. In de woestijn gaf Ik het manna, in het beloofde land moeten jullie straks zèlf voor brood op de plank zorgen. Het manna kwam uit de hemel, zichtbaar direct afkomstig van Mij. Dat eigen gebakken brood op de plank laat dat minder direct zien. Maar ook dat is afkomstig van Mij.
't Is alsof de HERE er niet gerust op is, dat zijn volk op dit punt echt anders zal zijn. Want tegen het slot van dit boek komt de HERE er meer dan eens op terug. Bijv. in Deut. 24: 6-16, waar de HERE maant tot barmhartigheid en fijngevoeligheid in de omgang met de financieel zwakkeren.
Onze vaderen
In Deuteronomium 26 geeft de HERE instructies met het oog op het binnenhalen van de eerstelingen van de oogst.
Je bent een seizoen heel druk geweest op het land. En dan zie je eindelijk resultaat, de eerste opbrengst haal je binnen. Hoe ga je daarmee om? Trots op wat jij toch maar even gepresteerd hebt...? Nee, liever anders! Verzamel van alle soorten vruchten het eerste exemplaar. Ga daar dan mee naar de plaats, die de HERE, uw God, verkiezen zal om daar zijn naam te doen wonen.
Ga naar de priester op de plaats der verzoening. Zoals het eerste vaatje Hollandse nieuwe uit dankbaarheid aangeboden, zo moest de Israëlitische boer met de eerste opbrengst van het land naar de HERE toe. Voor het aangezicht van God moest hij twee plechtige verklaringen afleggen en vervolgens voor Hem knielen.
De HERE wilde op die manier kortsluiting onder zijn volk voorkomen. De vrucht van het land is niet het resultaat van mijn inspanningen. Ik heb 't te danken aan God die al lang vóór mij actief was en is. Daarom moest de Israëlitische boer tegenover de priester zeggen: ‘Ik verklaar heden voor de HERE, uw God, dat ik gekomen ben in het land, waarvan de HERE onze vaderen gezworen had, dat Hij het ons zou geven.’ Ik ben hier niet gekomen op eigen kracht, maar op grond van oude beloften. Ik pluk vandaag de vruchten van de beloften van de HERE God, die Hij aan onze vaderen gezworen heeft. God heeft mij in mijn vader al op het oog gehad. Dankzij Hem ben ik er en kan ik genieten van het goede van dit land van de belofte.
Een duur prijskaartje
Wat brengt de HERE die twee vaak gecombineerd in herinnering bij mensen die het ‘gemaakt’ hebben in het leven: onze vaders, onze ouders, en zijn beloften. Het is alsof Hij zeggen wil: Mensen, dat goede leven wat jullie nu genieten zou zonder je ouders niet mogelijk zijn geweest. Ik heb me omwille van hen ook aan jullie verbonden. Er hangt een duur prijskaartje aan ons leven. Hoezo? Dat laat het vervolg van de bepalingen zien.