Boeddha op school

2001-03-02
  • Jaargang 45
  • nummer 5
J. informeert of ik mijn toespraak al af heb.
Ik grinnik een beetje. Moderne scholen werken tegenwoordig met zelfsturende teams en in dergelijke teams mogen zelfs gewone docenten toespraken houden… Ik geef toe dat ik het bijna af heb.
‘Komt God er nog in voor?’ Ja, dat was wel de bedoeling. Als we halverwege het schooljaar 10 diploma’s uitdelen aan flex-leerlingen, dan hoort daar ook een gepaste christelijke toespraak bij, lijkt mij.
‘Gelukkig,’ zegt hij, ‘S. deelt namelijk na jou de diploma’s uit en zij is van plan om bij het uitdelen veel jing en jang te gebruiken…’

Veel jing en jang. ’s Avonds maak ik mijn toespraak af en op de een of andere manier krijg ik de neiging er een flinke dosis bijbel in te stoppen.
Ik besluit een complete gelijkenis voor te lezen.
Naast in- en uitleidende woorden moet dat dan een passend geheel opleveren, lijkt mij.

De volgende dag is het zover. Tien leerlingen, mooi verkleed als geslaagden en evenzoveel groepjes belangstellenden.
Zo’n veertig man in een iets te kleine ruimte.
Koffie en gebak op tafel, en stemmige gezichten.
Halverwege het jaar afstuderen is voor sommigen gewoon een half jaar te laat.

Ik spreek mijn toespraak uit. Ik kijk de mensen aan en merk dat het redelijk landt. Ik weet dat vier van de tien dit jaar belijdenis deden. Leuke jongelui.
Oprecht.
Als ik klaar ben neemt S. met verve de microfoon ter hand.
Ze is een enthousiaste vlotte vrouw, met sprankelende en bruisende ideetjes.
Doet veel en is populair.
En dan introduceert ze Boeddha in ons midden. Op een verjaardag nodigde Boeddha namelijk alle dieren bij hem uit. Er kwamen er maar twaalf… Deze dieren gaf Boeddha zoveel macht dat ze een heel kalenderjaar en sterrenbeeld toegewezen kregen. En mensen die geboren worden onder zo’n sterrenbeeld zouden de eigenschappen krijgen van dat specifieke dier… En zo reizen wij binnen vijf minuten van Mattheüs 20 naar de Chinese astrologie en komen wij in het jaar van de slang… Vervolgens worden alle gasten getrakteerd op een raadselspel.
S. gaat steeds een persoon beschrijven aan de hand van de karakters en elementen van de Chinese dierenriem, en elke gediplomeerde kan zichzelf in één van de beschrijvingen herkennen Wie zichzelf herkent mag zijn vinger opsteken…

Het begint met een aap. Een metaalaap.
Metaalapen zijn zachtmoedig, vriendelijk, betrokken op anderen.
Geboren onder het element metaal ook standvastig en dapper.

Met de minuut word ik warmer en voel ik me ongemakkelijker. Ik probeer de gevoelens en gedachten die in mij rondkolken te analyseren.
Ik ben verbaasd geïrriteerd en verontrust. Verbaasd over de keuze van mijn collega.
‘Hoe kan ze dit doen op een diploma-uitreiking van een christelijke school?’ Geïrriteerd omdat ze gisteren door J. is gewezen op haar ongelukkige keuze, maar willens en wetens zet ze door. (moet kunnen…, ja ja.) En ik ben verontrust.
Het zou me niets verbazen als een oud-gereformeerde vader opstaat en vraagt te stoppen met die Godslasterende onzin.
Ik bedenk hoe ik zou reageren als dit gebeurt. Ik hoop dat de vader het feestelijke protocol voor z’n dochter voorrang geeft boven z’n principes.
Ik wissel een blik van verstandhouding uit met P., mijn Evangelische collega.

Ze belt me ’s avonds op.
We wisselen onze ervaringen en moeiten uit. S. is een collega die vanuit de fusie met andere scholen binnenkwam en de christelijke identiteit nou eenmaal anders beleeft dan een gemiddelde Nederlands Gereformeerde of Evangelische collega.
We praten daar nog en tijdje over door.
En eigenlijk komen we er niet uit. Hoe te handelen?

Dromer.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief