Vrucht van hogerhand
2001-03-02
We lazen vanmorgen één van de korte gelijkenissen van onze Heer. Over een mens, zoals wij, die eigenlijk maar op twee momenten scherp in beeld komt: als hij zaait en als hij oogst. En verder, in de tijd tussen zaaien en oogsten, is hij er wel, maar op de achtergrond. Je vindt hem niet ver van zijn bed, waar hij ‘s avonds de slaap zoekt en ontwaakt in de morgen. Jezus laat, daar aangekomen, het licht vallen op het verwonderlijke proces van de groei. Breed beschreven, zeker als je bedenkt dat het gelijkenisje zelf maar uiterst kort is. Jezus zegt: eerst een halm, daarna een aar, daarna het volle koren in de aar. Een beetje apart is ook de typering, die onze Heer er aan vooraf laat gaan: de grond brengt vanzelf vrucht voort. Vanzelf, denk je dan, zeker met die boer in de buurt, al is het bij zijn bed? Maar Jezus zegt: vanzelf!- Jaargang 45
- nummer 5
Verwonderlijk is het proces van de groei, ook al haal je als 21e eeuws stadsmens misschien wel je schouders op. Groei, van wat gezaaid is? - hoe dat kan? - nou ja: gewoon! Jezus zegt prikkelend: vanzelf brengt de aarde vrucht voort. En dat vreemde woord ‘vanzelf’ raak je vervolgens ook niet meer kwijt. Dat je zelfs iets van tegenspraak voelt opkomen. Zo van: vanzelf, vanzelf ... niks gaat toch vanzelf! Dán zit je op het goede spoor.
Jezus zegt met dit gelijkenisje iets heel wezenlijks over hoe het gaat in Gods Koninkrijk. Mensen, die zaaien voor God. Mensen, die opstaan en slapen gaan. En bij de oogst, als je dán denkt aan die simpele handbeweging van het begin? Dan is het verlegen grijpen naar dat woord van Jezus, met zijn groot geheimenis: vanzelf brengt de aarde vrucht voort. Die trek van Gods Koninkrijk zou ik een beetje naar voren willen halen. Ik ga er drie kanten mee uit.
De wereld hemelsbreed
Eerst op zijn grootst. Ik schat in, dat het kenmerkend zal zijn voor het moment, waarop de oude wereld getransformeerd wordt in de nieuwe. Dat je mond openvalt van verbazing als je kijkt naar de oogst van de nieuwe wereld. Het nieuw Jeruzalem, dat uit de hemel neerdaalt. Als je dán zou terugdenken aan ons zaaien! Zal het dan te bevatten zijn, dat de nieuwe wereld de vrucht is op ons zaaiwerk? Het zal stamelen worden, denk ik. Iets van: hier is vanzelf de vrucht van de nieuwe wereld gegroeid, zonder dat een mens weet hoe. De mooiste illustratie - al is het zeer ten dele en op veel kleinere schaalvind ik nog altijd het moment waarop de muur tussen oost en west instortte, ruim tien jaar terug. Als vanzelf stortte de muur in. Zeker, daaraan vooraf ging jarenlang diplomatiek overleg, verdragen zus en zo. Met stapels papier waar onze landelijke stukken niks bij zijn. En toen stortte de muur in.
Op werken en bidden?
Als een direct gevolg van jarenlang diplomatiek overleg en de vrucht van uitgekiende verdragen? Nou nee, daarvoor was het resultaat vele malen te groot en zo verrassend ook. En zo snel.
Want het nieuws van morgen was vandaag al bijna achterhaald, zo snel ging het. En je hoort Jezus bijna zeggen: de muur stortte vanzelf in, zonder dat een diplomaat wist hoe. Er is in die lange jaren van koude oorlog toch ook gebeden, zal iemand zeggen? Door christenen van oost en west. Dat is waar en je zit daarmee vele malen dichter bij het geheimenis.
En toch? Zelfs bij die gebeden sta je te kijken. Dat het zo’n uitwerking had!
Je zou haast zeggen: de muur stortte in, zonder dat de bidder wist hoe. Dat gaat te ver, maar een beetje waar is het wel, vanwege het geheimenis in zulke gebeurtenissen. Ik schat in, dat er zulke trekken zitten aan de eindtijdelijke vernieuwing van onze wereld. De grote oogst, maar niet te vatten vanuit ons werken en bidden. Met vragen als: Heer, wanneer hebben wij dan ...? En hoe ...?
Kerkmuren É
Dan iets kleiner, op de schaal van het kerkelijke. En daarbij spits ik het ook nog wat toe.
Bij deze gelijkenis denk ik aan onze verhouding tot andere kerken. Ik laat dan in de eerste plaats mijn oog vallen op de vrijgemaakte en christelijke gereformeerde zusterkerken, die ons het meest na zijn. Zonder dat ik daarmee andere kerkgemeenschappen buitensluit.
Kwam ik zo-even met het voorbeeld van een ingestorte muur, dat beeld is te veelbelovend om het niet mee te nemen. Want juist op landelijk niveau merk je dat er muren lopen. Waar het plaatselijke landelijk wordt, gemeentelijke samenkomsten tot vergaderingen, mensen van vlees en bloed tot afgevaardigden, woorden tot acta en kerkelijke gesprekken trekken krijgen van correspondentie-schaak. Is het niet over zoiets ongrijpbaars als de toeëigening des heils, dan wel weer over het punt dat we te losjes in het vel van de belijdenis zitten.
Storten in?!
En toch? Vanuit deze gelijkenis van Marcus 4 verlies ik de moed niet. Best mogelijk dat we in dit eerste decennium van een nieuwe eeuw ineens verwonderd zullen staan te kijken bij wat eens een kerkmuur was. Maar in korte tijd weggevallen. Als resultaat van al ons overleg en als vrucht op vele Landelijke Vergaderingen en Synodes?? Ik schat in dat de oogst daarvoor te groot is, te wonderbaar. Nee, dan Jezus. Hij zou misschien iets zeggen als: de kerkmuren storten vanzelf in, zonder dat LV’s en synodes weten hoe.
De ..n en de ander
En dan nog een beetje kleiner. Als derde. En daar gaat het vooral om. De ene mens, die de ander ontmoet.
De één misschien wel rijk in geloof en de ander arm. Maar beider Maker is de Here (Spreuken 22:2). Daar gaat het ook tijdens een LV om. Straks als Koos Veefkind iets leest uit de in memoriams van negen predikanten, die ons in de afgelopen jaren ontvielen, dan valt dat op. Dat het dáár in hun werk vooral om ging. Dat ze met iets moois van God, bij een ander aankwamen.
De één misschien wel rijk in geloof, bij een ander. Arm wellicht.
Hoewel een laatste soms zo maar eerste is.
Niet zelden herken je in zulke ontmoetingen ook iets van deze gelijkenis van Jezus. Als je van een draak van een catechisant een paar jaar later hoort dat hij belijdenis deed en hartelijk in zijn gemeente meeleeft. Of als iemand, door een ontmoeting of een kerkdienst opengaat voor God. Opnieuw of voor het eerst. Als resultaat van mijn werk?
Of van het uwe? Maar de oogst is daarvoor veel te groot, te wonderbaar. Jezus zou zeggen: een mens ging vanzelf open voor God, zonder dat een predikant of ouderling weet hoe.
Vanzelf
Dat zou ik ook mee willen geven voor deze eerste LV in een nieuw millennium.
Of misschien hebt u aan een eeuw wel genoeg. Of doet u het met nog minder. ‘Vanzelf’, zegt Jezus. Dat is ergens een vreemd woord voor het begin van een LV met een stevige stapel stukken, waar we in liefdevol overleg doorheen moeten zien te komen.
Vanzelf. Maar zonder dat woord gaat het niet. Omdat dit Woord van Jezus de deur opent naar God, die onder ons en in ons aanwezig wil zijn door zijn Geest. Van wie Jezus gezegd heeft: Hij zal u leiden in alle waarheid. Dooft de Geest niet!
Je moet zien dat je de zaak een beetje in de hand houdt, zeggen we vaak. Of we denken het. Tot op zekere hoogte is dat waar. Maar Gods weg is hoger. Mijn Woord zal doen wat mij behaagt en volbrengen waartoe ik het zend, zegt de profeet (Jesaja 55).
En heel verwant zegt Paulus van de gaven in de gemeente: doch dit alles werkt één en dezelfde Geest, die een ieder in het bijzonder toedeelt, gelijk Hij wil (1 Corinthe 12). Dan zit je op een hoogte, waar je niet meer zoveel in de hand hebt, maar waar ontvankelijkheid voor Gods weg en werk gevraagd wordt.
Dat lijkt me een goed startpunt voor een LV. Om vast te houden ook. Vanuit deze korte gelijkenis van onze Heer.
Met een mens in beeld, zoals u en ik. Scherp in beeld vooral bij zaaien en oogsten. En verder een mens van opstaan en slapen gaan. Met die mens op de achtergrond heeft Jezus het over het geheimenis van de groei.
Vanzelf, zegt Jezus, zonder dat een mens weet hoe. En dan gaat het over onze wereld, onze kerken en onze mensen.
We zongen tijdens deze bidstond de Psalm 92:1-3,7,8; Psalm 106:1,2,22; Psalm 126, Gezang 95:3; Gezang 273:1,3; Gezang 223: 2,3,6,7 We lazen psalm 115, 121 en Marcus 4:26-29. Ds. J.H.Veefkind schonk in zijn ‘Herinner u de namen’ aandacht aan degenen, die ons in de afgelopen jaren ontvallen zijn, met name de predikanten en predikantsvrouwen.