Woordjes?

2001-03-02
  • Jaargang 45
  • nummer 5
Toen ik in 1960 voor het eerst het stamhoofd bij de Umkomaas-rivier bezocht, raadde hij mij aan een beleefdheidsbezoek te brengen aan de familie van zijn in 1948 overleden broer, het vorige stamhoofd Mhlabunzima. Een huisje met een weduwe dacht u? Ik was al eerder het complex van enkele tientallen hutten voorbijgekomen. Een samenleving op zichzelf van tien weduwen, velen van hen al weer grootmoeder, met volwassen dochters met of zonder man, en vooral kinderen.
Een zendeling vindt het dan even teleurstellend te ontdekken dat ze zich allemaal Rooms-Katholieken noemden.
Die mij meteen al duidelijk maakten dat ik geen verwachtingen hoefde te koesteren. Het Christelijk geloof brandde, vriendelijk uitgedrukt, wel op een heel laag pitje. Eenmaal per jaar kwam de priester er een dienst houden en daarmee was alles wel gezegd. Het duurde wel een jaar of tien tenminste eer ik er echt welkom was en uitgenodigd werd er bezoeken te brengen.
Maar ze bleven Katholiek, wat dat dan ook al betekende. Het was een schild waarmee mannen zich het lastige Evangelie van het lijf hielden, waarachter vrouwen zich veilig voelden verzekerd van eeuwige vreugd en allemaal ongestoord alle heidense Afrika-handelingen konden uitvoeren zoals al eeuwenlang in gebruik. Toen ik later gevraagd werd er af en toe diensten te houden, had ik mezelf de vraag kunnen stellen: zending of evangelisatie. Dat werd vroeger in de boekjes mooi uit elkaar gehouden.
Zending: waar het Evangelie nog niet gehoord was; evangelisatie: waar dat al wel gehoord was maar verdwenen, verwaterd, verwaarloosd, vergeten. Een zendeling die zich volgens de oude boekjes hier en daar ook wel evangelist zou moeten voelen, houdt zich met die onderscheidingen niet op en voelt zich betrokken in de zending als ’missio Dei’, een term die na de zendingsconferentie van Willingen in gebruik kwam en het wijde zendingsbereik van God naar de wereld toe wil aangeven. Je vindt hem niet met een boekje in de hand om te zien of hij nu wel zendeling of evangelist is maar als iemand die zich betrokken weet in wat wel t ‘mission unlimited’ wordt genoemd. Vandaag vind je de oude onderscheiding tussen zending en evangelisatie alleen nog in oudere boeken op de planken van de theologische antiquariaten. Want Europa is zendingsgebied geworden, Afrika evangelisatiegebied en omgekeerd.
We zouden er goed aan doen onze kerkelijke terminologie aan de veranderde situatie aan te passen. De zendingscommissie van vroeger zou vandaag evengoed evangelisatiecommissie kunnen heten, en de zendeling evangelist. Zoals wie in Almere aan evangelisatie doet, nu zendeling geworden is. Men zegge niet dat het alleen maar een kwestie van woordjes is. Wie met de oude onderscheiding werkt, ziet bijvoorbeeld geen werk meer voor de zendeling in Afrika. De tijd van maagdelijke gebieden is immers waar ook ter wereld voorgoed voorbij. Maar ondanks alle statistieken die zouden bewijzen dat Zuid-
Afrika bijvoorbeeld een nagenoeg Christelijk land is, vind je overal nog de situaties zoals ik die bij de tien weduwen vond. Het is (om de waarheid te zeggen) dikwijls nog een gewoon patroon. Het is een situatie die de Vrijgemaakte kerken van Nederland ertoe bracht om in de tachtiger jaren in de stedelijke gebieden om Pretoria heen en ook in de Kaap, met intensief zendings- of evangelisatiewerk te beginnen en dat zelfs nog gedurig uit te breiden. Als Nederlands Gereformeerde Kerken kunnen we onze energie wel naar elders in de wereld verplaatsen omdat we wat moe geworden zijn van Afrika -en Afrika maakt moe!- of omdat andere gebieden interessanter zijn, maar toch niet omdat er geen werk meer zou zijn. Enne... ik waag het er maar op, we hebben toch nog altijd wel een woord - of wat bescheidener vandaag - een woordje voor de wereld?

J. Vonkeman, Richmond, Zuid-Afrika

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief