De evangelische Liedbundel
2001-03-16
In 1999 kwam de Evangelische Liedbundel (ELB) uit. De eerste druk was snel uitverkocht en ook daarna vond de bundel in rap tempo zijn weg. Ook onder ons zijn er gemeenten, die de bundel collectief hebben aangeschaft en naast het Liedboek gebruiken in de eredienst. Drs. Cees van Setten, één van de sprekers op de Opbouwdag, was betrokken bij de samenstelling van deze bundel. Reden om hem daarover aan het woord te laten in het volgende interview.- Jaargang 45
- nummer 6
Misschien is het goed om eerst iets te vertellen wat er zoal te vinden is in deze nieuwe liedbundel?(CRvS)
Aan de ene kant is geput uit oudere bronnen, zoals die van bijvoorbeeld Johannes de Heer. Anderzijds is er geselecteerd uit nieuwer materiaal, waarbij het Opwekkingslied opvalt. Als je let op accenten, die gezet worden, dan kun je o.a. denken aan de persoon en het werk van Jezus, zending en evangelisatie, bekering en wedergeboorte, de Heilige Geest, lofprijzing en aanbidding. De samenstellers, die de opzet van het kerkelijk jaar volgden, hebben dan ook aparte rubrieken toegevoegd.
Dat betekent dat de liederen in deze bundel onderling nogal zullen verschillen, zo neem ik aan?
Zeker, de tekst van de oude liederen (zoals die uit de bundel van Johannes de Heer) is natuurlijk gedateerd en soms nogal ouderwets, maar ouderen zijn er zeer mee vertrouwd. Meer eigentijdse teksten, zoals die van A.F. Troost tonen verwantschap met de gezangen uit het Liedboek en spreken veel mensen aan.
Maar als je denkt aan het evangelische lied, dan is dat toch niet het eerste wat bovenkomt?
Het is inderdaad veel breder, dan wat ik tot nu toe noemde. Je treft in de ELB ook veel korte (onberijmde) teksten aan, zowel in de Taizé- als in de Opwekkingssfeer. Een aantal van die liederen (vaak bijbelteksten) hebben een duidelijk meditatieve functie, andere liggen meer in de sfeer van het gebed en de aanbidding.
Als je nu het geheel overziet, is er dan ook iets kenmerkend voor het evangelische lied?
Typerend voor het evangelische lied vind ik de directheid. Niet alleen dat de liederen vaak direct naar God of Jezus worden toegezongen - in een houding van gebed (letterlijk: met de handen geheven). Maar ook het taalgebruik is direct. Het geloofsleven wordt klip en klaar uitgezongen. De diepe worsteling met de God die Zich verbergt, zoals in de psalmen, ontbreekt nagenoeg. Deze liederen geven wereldwijd stem aan miljoenen christenen, die een persoonlijke en wederkerige relatie met God ervaren in hun leven. Ze hebben er behoefte aan hun gevoelens in een gebedshouding - simpelweg - te uiten naar God toe.
Begrijp ik het goed als ik zeg, dat dat met de gezangen uit het Liedboek niet op die manier lukt?
Ik denk inderdaad dat de dichterlijke en strofische liederen daarvoor minder geschikt zijn, zeker voor eenvoudige mensen. Hun emoties stollen in de ontoegankelijkheid van al te moeilijke teksten en gedachtegangen. Deze beleving van geestelijke emoties vraagt om eenvoudige teksten en melodieën.
De directe tekst, dat is dus één. Hoe is het muzikaal?
In muzikaal opzicht is de bundel ook gevarieerd. Je hebt liederen, die aansluiten bij de stijl van het liedboek.
Daarnaast valt het genre van de ‘lichte muziek’ op. Deze muziek is veel ritmischer van aard en ook meer gedacht vanuit de akkoorden. Duidelijk eigentijds. En je moet bedenken dat dit het muzikale idioom is van het grootste deel van de huidige generaties.
Hebt u als u dat zo zegt niet teveel de West-Europese situatie voor ogen?
Zeker niet. Ik heb daarbij juist ook de kerk in de derde wereld voor ogen. Een dienst van een evangelische gemeente ergens in Zuid-Amerika bijvoorbeeld. Dat is een uiterst creatief gebeuren: emotioneel, levendig en vol variatie. Lofzang van de gemeente en koorzang, prediking en getuigenis, dans en acclamatie, dank en voorbede, ze wisselen elkaar af in een sfeer van uitbundige aanbidding en aanstekelijke vreugde. Men handklapt en betuigt dat de Here goed is. Als je dus deze stijl met haar corresponderende spiritualiteit afschrijft, schrijf je een groot deel van de christenheid af, zeker die in de derde wereld.
Wat zijn nu de sterke kanten van dit soort liederen? Kunt u een paar punten noemen?
Deze liederen spreken aan en hebben daardoor een wervend (evangeliserend) karakter. Verder hebben ze hun waarde bewezen in het jongerenwerk. Door hun eenvoud zijn ze ook uitstekend geschikt voor samenspel. En inhoudelijk hebben evangelische liederen vaak een sterk samenbindend karakter, de nadruk ligt op de gezamenlijke geloofsbeleving.
We hebben het nog niet gehad over de begeleiding? Daar is vast ook nog wel iets over te zeggen?
Zeker. De bundel veronderstelt in feite het gebruik van meerdere instrumenten. Feestelijkheid vraagt om trompet en fluit, vrolijkheid om slaginstrumenten, de menselijke emotie om het spel van viool en cello. En dat alles vraagt weer om goede leiding op muzikaal en zangtechnisch gebied. Dat is echt iets wat je moet overlaten aan goede cantores en zangleiders.
Dat betekent dat het orgel wel de kerk uit kan als je de Evangelische Liedbundel binnenhaalt?
Nee, bepaald niet. We moeten onze prachtige orgelcultuur met onze monumentale orgels niet kwijt. Wel vraagt de ELB om verbreding. Voor een aantal liederen heb je een vleugel nodig, weer andere zijn ondenkbaar zonder percussie.
De combinatie orgel-piano is een prachtige, maar ook die met fluit, viool en trompet. Dan is het orgel niet meer alleen als solo-instrument gedacht, maar ook als onderdeel van het samenspel.
Ik proef in wat u zegt een zoeken naar het integreren van de verschillende stijlen en genres. Als laatste vraag: is zoiets niet gewoon utopie?
Nou, dat zul je mij niet horen zeggen. Ik was ooit te gast in een hoogliturgische episco-paalse gemeenschap in Schotland.
Daar maakte ik kennis met creatieve vormen van samenspel: orgel en percussie-instrumenten, orgel en twaalfsnarige slaggitaar. De modernevangelische liederen werden er op smaakvolle, bijna klassieke wijze begeleid en ten gehore gebracht. Als je dat meemaakt, dan denk je: zou het mogelijk zijn dat de ‘Anglican Option’ ook in Nederland nog eens werkelijkheid wordt?
Bovenstaande is in interviewvorm een (deel van een) artikel, dat Cees van Setten schreef onder de titel ‘Spreek onder elkaar in lofzangen’ - Kontekstueel, 14e jaargang nr. 6, juli 2000.