Dan draagt mij uw muziek

2001-03-16
  • Jaargang 45
  • nummer 6
Luisterend naar het slotkoraal van de Johannes Passion van J.S. Bach, wat mij betreft het mooiste stuk muziek dat er is, denk ik wel eens dat we in de hemel alleen maar Bach zullen zingen. Toch is dat niet helemaal eerlijk. Hoe moet dat nou met mijn vrienden die amper weten wie Bach is? De vrienden die dit muzikaal erfgoed niet kennen? De vrienden die in de kerk altijd met Praise-band zingen en niet met orgel, zoals ik? De vrienden die de nieuwste Opwekkingsliedjes altijd als eerste kennen?
Dat overwegend vind ik het wel goed als we ook Opwekking zingen in de hemel. Uiteindelijk zal God zijn voorkeuren niet zo hebben, denk ik. Want waar gaat het om? Zingen en musiceren we met ons hart? Willen we Hem dienen, die zelf de adem schiep waarmee Hij wordt geprezen? Waarom zou psalm 150 toch in de bijbel staan? Van mij mag de gemeentezang wekelijks met een flink orkest uitgevoerd worden, zo hard mogelijk. Afgelopen zondag bezocht ik een dienst van een Evangelische gemeente. Het was mooi en oprecht en er speelde een goede band.
Maar wat miste ik het orgel, wat miste ik de psalmen en de gezangen. Mijn gereformeerde afkomst kan ik niet verloochenen. Ik heb dat ook uitgesproken. Ik hoorde mijn vrienden denken: ‘Daar heb je haar weer…ga nou eens mee met je tijd, ben jij nou een jonge meid?’. Ja, dat ben ik. En het Liedboek voor de Kerken is er bij mij niet meer uit te slaan. Ik vind het gewoon geweldig. Nee, niet alles. En ja, het is soms zo langzaam. En de taal begrijp ik ook niet altijd. En de psalmen zijn soms wat saai. En waarom willen die dominees van de langzaamste liederen altijd vijf verzen zingen terwijl je net uit je bed bent en de film van zaterdagavond iets te lang duurde? Moet dat nou echt? Tot we weer bij een gezang aankomen. Voor mij straalt daar de vreugde vaak vanaf. Bij de gezangen doet de melodie mee met de tekst. Een schitterende tekst op dansen en volksliedjes – af en toe zou ik ter plekke een rondedansje willen maken. Maar dan kijken ze allemaal zo raar… Het slotkoraal van de Johannes Passion staat wel in het Liedboek, maar het is echt een lied voor de lijdenstijd.
Gelukkig kunnen we Lied 446 wel het hele jaar door zingen. Bij mij snijdt dat lied overal dwars doorheen. Dit is een van de liederen die je zingt als je zelf de woorden niet meer kunt vinden. Zo’n lied reikt, mede dankzij de muziek die aan de woorden verbonden is, veel verder dan welke mooie preek of toespraak, of welke geschreven tekst dan ook. Dus zing ik verder…

O Jezus, hoe vertrouwd en goed
Klinkt mij uw naam in ‘t oor,
Uw naam die mij geloven doet:
Gij gaat mij reddend voor.

O Jezus, hoe vertrouwd en goed
Klinkt mij uw naam in ‘t oor,
Als ik van alles scheiden moet
Gaat nog die naam mij voor.

O naam, eeuwige ademtocht,
Een sterveling ben ik,
Als eens mijn eigen adem stokt
Dan draagt mij uw muziek.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief