Zingen op de automatische piloot
2001-03-16
‘Wie vindt de psalmen en gezangen uit het Liedboek wat saai?’ Twijfelend beantwoord ik de vraag van de predikant door samen met ongeveer de helft van de gemeente mijn hand op te steken. Natuurlijk, een enkele keer kan ik de oude liederen best enthousiast meezingen, maar om nu te zeggen dat ik genoegen neem met dit repertoire… Het is me in ieder geval nog niet vaak voorgekomen dat ik in mijn enthousiasme de neiging krijg mijn handen vol aanbidding de lucht in te steken. Een drang die ik bij het zingen van verscheidene opwekkingsliederen soms wel ervaar. Nee, veel verstand van kerkmuziek heb ik niet. Wanneer mijn elders kerkende huisgenoten vragen of ik een goede dienst heb gehad, beantwoord ik dit dan ook steevast met een analyse van de preek. Of we ook fijn gezongen hebben, lijkt er, tegen beter weten in, niet toe te doen.- Jaargang 45
- nummer 6
Mijn laconieke houding ten opzichte van de psalmen en gezangen is voor een deel mijn eigen schuld. Denk ik immers wel na bij wat ik sta te zingen? Neem nu het zingen van de geloofsbelijdenis.
Hoe vaak komt het niet voor dat ik op de automatische piloot opsta, meezing en vervolgens weer lekker ga zitten? Wat ik nu precies heb beleden, mag Joost weten. Steeds meer predikanten lijken gelukkig te beseffen dat ik niet de enige ben die vaak maar wat gedachteloos meezingt. Zo laten ze steeds vaker nieuwe (opwekkings)liederen zingen.
Maar ook door de psalmen en gezangen uit te leggen en in de context van de dienst te plaatsen, halen ze mijn aandacht er bij. En gelukkig maar. Want al ben ik lang niet altijd kapot van de gebruikte melodieën, de teksten van veel psalmen en gezangen zijn wel degelijk de moeite waard. Het zijn goede (en dus zeker niet de enige!) liederen om God de eer te geven die Hij toekomt.