Grijpen of ontvangen

2001-03-30
  • Jaargang 45
  • nummer 7
Bij de voordeur vroeg ik me af of dit wel het goede adres was. De gordijnen zaten nog dicht, terwijl het al 11 uur in de ochtend was. Voor het huis stonden 5 fietsen. De tuin leek meer op een opslagplaats. Op de deur zat geen naambordje. Wonder boven wonder deed de bel het wel.

Nadat ik had aangebeld klonk er direct een zware bas van een grote hond, gevolgd door een commando van een zware mannenstem. Ik heb het niet zo op honden, zeker niet als ze groot zijn, maar ja, de afspraak was al gemaakt.
De deur ging open en ik werd bijna omver gelopen door een grote zwarte hond. Ziezo, de hond was buiten, kon ik naar binnen. Aan de kapstok was geen plaats, dus mijn jas legde ik maar in de kamer op een stoel. Dat viel ook niet op, want op alle stoelen lagen kledingstukken. Je zou denken dat er geen kasten in huis waren. Hoewel: de zijkant van de woonkamer was helemaal gevuld met vitrinekasten, boordevol model-auto’s. Dit leek me nu echt een huishouden van Jan Steen.
Vloer, stoelen en tafel lagen bezaaid met spullen, kledingstukken, tijdschriften.

Een grote baby
Inmiddels komt de hond weer binnen, begeleid door de man met de zware basstem. De man ziet dat ik naar de model-auto’s kijk. "Hé, die had ik vroeger ook", zeg ik. De man begint meteen een heel betoog over de prijzen van deze auto’s en dat hij er voor mij ook wel een paar op de kop kan tikken.
Met korting, welteverstaan. Daarna zegt hij: "Ga zitten, Mies komt zo." Ik neem aan dat Mies zijn echtgenote is, maar zeker weet ik het niet. Het is schemerdonker in de kamer, ik kan niet goed te zien waar ik - zonder grote schade aan te richten - zou kunnen gaan zitten. In een hoekje van een roze pluche bank lijkt me nog het meest veilig. Nèt op tijd ontdek ik dat daar een loslopende cavia ligt te slapen. Dan komt ‘Mies’ binnen, met een peuter van –naar ik schat 1 jaarop de arm. Hij kijkt me aan, maar zegt niets. Ik probeer contact met hem te maken, maar dat gaat me niet goed af. Een grote passieve baby, zou je ook kunnen zeggen. Hij vertoont duidelijk signalen van een moeizaam verlopende hechting. Straks, als hij kan lopen, zal zijn gedrag mogelijk compleet omslaan: dan wordt hij een druk kind dat overal aan zit. Zijn benen brengen hem dan op plekken die hij emotioneel niet aan kan. Zijn moeder zet hem in de box en vraagt me ondertussen of ik koffie wil. Het jongetje sputtert even tegen, maar zijn vader bast: "En jij houdt je stil!"

Nooit geen liefde gehad
Als de koffie is ingeschonken beginnen de beide volwassenen hun verhaal. Beiden zijn opgegroeid in kindertehuizen.
De moeder werd, toen ze 5 jaar oud was, samen met haar broertjes en zusjes, van de ene op de andere dag uit huis gehaald. "Ik mis mijn ouders nog iedere dag. En nu zijn ze dood. Mijn moeder is dood gegaan van verdriet omdat ze ons miste. Dat ken je niet meer goed maken." De man vertelt: "Nooit geen liefde gehad, begrijpt u wel? En vaak opgesloten, begrijpt u wel? Ze zeiden dat ik agressief was. Nou, dat was ik niet, dat hebben ze me gemaakt. Als kind was ik altijd heel verlegen, nou, dat verander je niet zomaar, dan is er heel wat gebeurd in je leven. En van Mies zeiden ze dat ze niet voor d’r eigen kon zorgen. Nou, dat kwam alleen van de medicijnen, omdat ze toevallen had.
Nou, ze heb ze laten staan en het ging allemaal prima. Ze had ze helemaal niet nodig. Begrijpt u wel, daar ken ik me nou druk om maken. En nou, ze blijven met hun tengels van mijn kinderen af. Ze hebben ze ook weggehaald.
Zomaar. Omdat ik een keer boos was geworden op een idioot van de gemeente pakken ze m’n kinderen af.
Maar als ik één keer hoor dat ze in dat huis onze Elvis of ons Vannessaatje opsluiten, dan breek ik daar eigenhandig de hele rotzooi af. Ken me niet schelen wat er van komt. We hebben ze altijd alle liefde gegeven.
Zijn ze tóch weggehaald. Alleen die kleine hebben we nog. Daar hebben ze met hun poten af te blijven!"

De geschiedenis herhaalt zich
Ondertussen begint ‘die kleine’ weer wat te pruttelen in de box. Zijn moeder grijpt naast haar stoel. Daar blijkt een zak met witbrood te liggen. De moeder doet een greep in de zak en gooit een droge boterham in de box. Het jongetje grijpt naar de boterham en stopt hem in zijn mond. Zijn moeder zegt: "En de korsten ook opeten, ja?"
Zo’n beeld vergeet je nooit meer. Een peuter van 1 1/2 jaar die niet weet wat ontvangen is. Hij heeft alleen maar geleerd om te grijpen, om te graaien. Zijn box is net een kooi, van buitenaf wordt er een boterham naar binnen gegooid. Misschien krijgt de hond in dit gezin nog meer zorg dan deze peuter. Niet omdat de ouders niet willen, maar omdat ze niet geleerd hebben hoe ze met kinderen om moeten gaan. De geschiedenis herhaalt zich. Een moeder die niet kan geven, omdat ze niet weet wat ontvangen is. Ook zij is opgegroeid in een omgeving waarin ze maar moest zorgen dat ze niets tekort kwam. Ze is niet verhongerd, maar liefde en persoonlijke aandacht heeft ze niet echt gekend. Ook haar zoontje komt geen eten en drinken tekort. Hij ziet er weldoorvoed uit. Zijn ouders hebben echter geen idee hoe ze hem echte en onvoorwaardelijke liefde kunnen geven, hoe ze hem zouden moeten koesteren en knuffelen, hoe ze hem zouden kunnen laten ontvangen en delen. Hij kan alleen grijpen, maar niet ontvangen. Als je nooit onvoorwaardelijke liefde hebt ontvangen is het erg moeilijk om zelf liefde door te geven.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief