Tijgertje
2001-03-30
Ze viel buiten de groep. Pijnlijk subtiel, maar wel steeds duidelijker.- Jaargang 45
- nummer 7
Kinderen van twaalf jaar kunnen zo gemeen zijn.
Toen Chantal dertien was geworden wilde er geen klasgenoot meer naast haar zitten en werd stelselmatig haar fiets kapot gemaakt. Ze slikte meestal haar tranen weg en liep dan zuchtend naar de conciërge.
De oude man plakte haar band, gaf haar wat chocomel en deelde zwijgend haar geheim.
Toen Chantal veertien werd kocht ze van het verjaardagsgeld van opa een nieuwe vriend.
Tijgertje.
Tijgertje was een rugzak in de welsprekende kleuren en vormen van een tijger. Compleet met kop en staart.
Tijgertje ging vanaf dat moment overal mee naar toe. Hij deelde in al haar geheimen en werd nooit onder de snelbinders gepropt. Hij hing altijd liefdevol om haar nek. Zijn vriendelijke snuit in haar haren.
Chantal besprak haar ervaringen met haar enige vriend.
Haar zwijgende vriend, want in het algemeen spreken rugzakken niet terug. Tijgertje luisterde vooral.
Haar klasgenoten werden steeds meer overtuigd van het feit dat Chantal gek was. Iemand die met een schooltas praat is gestoord. En gestoorden moeten we hier niet.
Eenzaam als ze werd sprak ze nog meer met haar vriendje.
Tot dat Anja, leider van de gang, besloot dat het maar eens afgelopen moest zijn met dat stomme gedoe.
Onderweg naar huis werd Chantal klem gereden door een brommertje.
Even later kwam de groep joelend aangefietst en sprong Anja als een mislukte ridder uit haar zadel.
‘Hier met die gekke tas’, sprak ze scherp en klikte een mes open.
Tijgertje klemde zich van schrik nog steviger om haar nek. ‘ Nee, je krijgt hem niet’ sprak Chantal ferm.
‘Als ik jouw Tijgertje wil, dan krijg ik jouw Tijgertje’, pestte het kind en ze gaf een van haar meelopers een seintje.
Terwijl Chantal werd vastgegrepen zag ze hoe haar vriend van haar schouder gehaald werd en voor haar ogen werd zijn dierbare inhoud op de straat gegooid. Tranen brandde achter haar ogen, maar twee paar sterke armen hielden haar vast.
‘ Zo, en dan zullen we die tas nu maar eens uit zijn lijden verlossen’.
Chantal gilde.
Voor haar ogen werd Tijgertje eerst van zijn poten ontdaan en vervolgens werd zijn staart wreed afgesneden.
Met elke houw van het mes, joeg er een pijnscheut door haar lichaam. De ledematen lagen als dood oranje-wit dons op de grond, en toen het arme beest bij de kop gepakt werd en de nek doorsneden werd, viel het meisje flauw.
Toen ze bijkwam was de groep meiden verdwenen. Potsierlijk stond het ontlede lijf van Tijgertje op haar fietszadel. De poten en staart zaten door de fietsspaken heen. En de kop van Tijgertje was verdwenen.
Kort daarna verdween Chantal van school. Ze was aangenomen bij een MBO dierverzorging.
Het is zaterdagmiddag.
Ik loop achter langs de feestelijke tenten van het circus. Vanavond is een voorstelling en ik kijk vol bewondering naar de dieren. Ik zie kooien met olifanten, leeuwen en vlak bij het hek, tijgers.
Opeens zie ik een bekend gezicht.
Het is Chantal, ze stapt uit de kooi en draait zich om naar het grote beest dat als een aanhankelijke kat naar haar opziet. Ze knuffelt het beest. Dan ziet ze mij en loopt me tegemoet.
We kletsen even en wisselen wat ervaringen uit. Ik heb haar zeven jaar niet gezien.
Ze lacht: ‘Ik heb voor vanavond, heel anoniem, Anja en haar man vrijkaartjes gestuurd. Ze zit vooraan, eerste rij, net naast de piste.’ Ze kijkt me diep in de ogen en vervolgt: ‘Vanavond krijgt ze weer mijn Tijgertje. Maar dan gaat er een andere kop af.’
Dromer