Testcase voor een 'rekverband'

2001-03-30
  • Jaargang 45
  • nummer 7
Bij de opening van de tweede zittingsdag van de Landelijke Vergadering van de Nederlands Gereformeerde kerken hadden de afgevaardigden een goed gevulde agenda voor zicht op tafel. Het moderamen hield de touwtjes strak in handen zodat de meeste punten konden worden afgehandeld. Een verslag.

Meldpunt seksueel misbruik
In 1999 ontvingen alle NG-kerkenraden een brief van de initiatiefnemers van het ‘Meldpunt Seksueel Misbruik binnen pastorale/kerkelijke relaties’. Dit meldpunt wil een onafhankelijke instantie zijn voor begeleiding en toetsing bij klachten over sexueel misbruik in de kerk. De opzet is dat dit meldpunt en de bijbehorende klachtencommissie een vaste plek gaan krijgen binnen de Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt, GKV), de Christelijke Gereformeerde Kerken (CGK) en de NGK. Het is nodig dat deze kerken daarvoor een officiële procedure vaststellen. De regio’s Harderwijk en Schiedam gaven een voorzet door het meldpunt op de agenda van de LV te plaatsen.
Tijdens de eerste zitting sloot de regio Arnhem zich hierbij aan met een concreet verzoek om nog tijdens deze LV een commissie de besluitvorming op dit punt te laten voorbereiden. Dit verzoek werd tijdens de tweede zitting besproken. Van meet af aan vond het voorstel brede steun. Wel werd er nog even doorgesproken over de precieze opdracht voor zo’n commissie. Het meldpunt is een vrij nieuw verschijnsel en besluitvorming moet zorgvuldig gebeuren. Van diverse kanten werd ook opgemerkt dat de kerkelijke inbedding van een niet-kerkelijk meldpunt best complex is. In de kerk is ‘opzicht en tucht’ uit principe een zaak van de kerkenraad. Toch kan er belangenverstrengeling optreden en dan is het goed dat er een onafhankelijke instantie is. Maar hoe verhoudt zich zo’n instantie tot de kerkenraad?
Deze en andere vragen moeten nog doordacht worden. Op voorstel van het moderamen werd unaniem besloten een commissie van vijf personen te benoemen, afgevaardigden van de kerken en vertegenwoordigers van het meldpunt, die een en ander gaat onderzoeken. Zo mogelijk kan ‘Amersfoort’ dan een besluit nemen.

‘Een broedende kip niet storen’
Deze zitting van de LV kreeg in de landelijke pers vooral aandacht vanwege de uitspraak die werd gedaan over het onderwerp ‘vrouwelijke ouderlingen en predikanten’. Aanleiding hiervoor was een tussentijdse rapport van de commissie die dit onderwerp voor de kerken onderzoekt. Door omstandigheden kon de commissie nog geen eindrapport leveren. Er spelen namelijk nogal wat factoren een rol. Hoe lezen we de Bijbel (hermeneutiek)? Wat is eigenlijk een ambt? Wat is goed en nodig voor de kerken? De commissie had er de handen vol aan. Bovendien zag ze een snelle afhandeling niet zitten omdat de LV van Doorn haar de opdracht gegeven had, de uitkomsten van het onderzoek ‘voor te leggen’ aan vertegenwoordigers van de CGK en de GKV. Voordat er van deze zijde dan weer een reactie komt en voordat zo’n reactie is verwerkt, ben je een hele tijd verder. Tijdens de vergadering bleek dat de commissie op dit punt iets te consciëntieus was. De scriba memoreerde dat de vorige LV alleen bedoelde dat de commissie een reactie van deze kerken zou opvragen, haar standpunt hoefde niet verwerkt te worden. Deze taakverlichting veranderde niets aan de gegeven situatie en het was dus niet mogelijk om over de kwestie zelf te praten. Een regio noemde dit ‘zeer teleurstellend’. Toch vroeg een afgevaardigde, vanwege het belang van de zaak, of er ‘een tipje van de sluier’ kon worden opgelicht. Zr. Vrijmoeth-de Jong, voorzitter van de commissie, maakte duidelijk dat dat echt niet kan: er is nog geen ‘bruid’. Het onderzoek is dus nog in volle gang. Of, met de woorden van de secretaris, br. Verheij, je moet ‘een broedende kip niet storen’.

Concrete nood
Daarmee was dit agendapunt niet afgesloten. Er lag een aantal brieven op tafel met een (verzoek om) een uitspraak over kerken die wel vrouwelijke ouderlingen hebben benoemd. De regio Harderwijk is van mening dat ‘deze zaak niet tot de vrijheid van de plaatselijke kerk behoort’. Bijbels gezien liggen het ambt van ouderlingen en van predikanten zoveel in elkaars verlengde, dat je door het benoemen van zusters als ouderling ook iets zegt over de mogelijkheid van vrouwelijke predikanten.
En de ‘dienst des Woords’ is een zaak van het kerkverband. Deze regio, daarin gesteund door de kerk van Zalk en Veecaten, is bezorgd over de vrijheid die sommige kerkenraden zich veroorloven en vraagt aan de LV of zij deze zorg deelt. Ook de regio Alkmaar-Zaandam had een standpunt ingenomen: het siert de kerken, ‘als zij wachten met het openstellen van alle ambten voor zusters’. Dit geeft veel stof tot gesprek. Van verschillende zijden werd aandacht gevraagd voor de concrete nood van de gemeenten. Het is toch niet de bedoeling dat het pastorale werk stokt als er geen broeders beschikbaar zijn? De kerk van Utrecht vindt, dat het de eigen ver antwoordelijkheid van de kerken is om gestalte te geven aan de gemeente van de Here Jezus Christus. En daarvoor heb je vrijheid om in te spelen op de eigen situatie. Ds. Lakerveld vroeg zich af of het motief van de ‘nood’ wel geldt: in de Bijbel lees je toch ook dat er tekort is, maar ‘vanuit die nood kun je naar God toe’. De weg die sommige gemeenten nu geen is dus niet persé noodzakelijk.
Ds. De Lange wil onderscheid maken tussen gemeenten die uit concrete nood, of op grond van een bepaalde bijbelse argumentatie overgaan tot het benoemen van zusters in het ouderlingenambt. Als het eerste motief de doorslag geeft, moeten de kerken hiervoor de ruimte geven. Maar, zo merkte iemand op, tot nu heeft het tweede motief altijd een belangrijke rol gespeeld voor de kerken die wel vrouwelijke opzieners kennen.

Rekverband
De bespreking wordt op een gegeven moment toegespitst op de vraag, op welke manier de vergadering kan reageren op de zorg die door verschillende kerken is uitgesproken. Verschillende sprekers vragen zich af, wat een uitspraak in dezen voor een effect zal hebben. De preses heeft wat moeite met iets als een motie van afkeuring.
De zorgvuldige handelwijze van de kerken moet worden gewogen, maar dat geldt ook van de reële zorg die is uitgesproken. Ds. Van Es verzekert namens de regio Harderwijk dat de brief niet meer wil dan vragen, of de kerken de zorg van deze regio delen. Er komt nu een andere thematiek in het vizier. Hoe gaan de NGK in het kerkverband met elkaar om. Enkele afgevaardigden vragen om een heldere uitspraak van de vergadering. Het is wat mager om alleen te zeggen dat je elkaar vrij laat. ‘Wat doen we dan nog als LV?’ Br. Louwerse zou er echter wel moeite mee hebben, wanneer de onderhavige kwestie wordt gebruikt om ‘ons rekverband’ wat aan te trekken. Het moderamen bereidt in de middagpauze een voorstel voor, dat ‘s middags brede steun vindt. De LV spreekt daarmee uit dat de kerken bij hun besluitvorming over vrouwelijke ouderlingen ‘niet alleen rekening dienen te houden met de plaatselijke situatie, maar ook met het kerkverband’ en verzoekt haar ‘indien enigszins mogelijk – te wachten op de in dezen te verwachten besluitvorming’. Wordt vervolgd in 2004.

Geestelijke verzorging
Namens de commissie ‘Geestelijke Verzorging van Militairen’ gaf br. Van den Berg een toelichting bij het rapport.
Hij schetste de ontwikkelingen in de krijgsmacht in de laatste jaren. Deelname aan vredesmissies, de overgang naar een beroepsleger en de veranderde, multiculturele setting maken het werk in de geestelijke verzorging (GV) een stuk dynamischer.
De commissie ziet dat vooral als een kans: je wordt er zo extra bij bepaald bij de kern waar je voor staat, kind van God te zijn. De kerken zouden hun huiswerk voor de GV wel wat beter kunnen doen. Het is de ervaring van militairen dat de kerk weinig aandacht heeft voor hun vragen. De ‘binnenkerkelijke agenda beheerst te veel’, merkt ds. C. Smit op. De GV heeft de kerken ook wat te bieden. De predikanten die daarin werken kunnen de gemeentes bv. van dienst zijn met een stuk expertise in omgang met jongeren. Tegelijk moeten de kerken dit werk in de voorbede blijven gedenken.

Rechtspositie predikanten
Wat is een predikant? Dat lijkt een schot voor open doel, maar toch zal een kerkenraad deze vraag anders kunnen beantwoorden dan de fiscus of de rechter. De rechtspositie van predikanten is in onze samenleving minder vanzelfsprekend dan vroeger. Om deze positie in kaart te brengen was er in 1998 een commissie benoemd.
Op 17 maart deed zij verslag. In haar rapport werden allerlei begrippen en situaties nader omschreven. Wat te doen bij ‘losmaking’ (ontslag) van een predikant? En wat moet een gemeente doen als haar predikant arbeidsongeschikt raakt? Ook de honorering van predikanten en de emeritaatsvoorziening passeren de revue. Na een inleidend woord van de voorzitter van de commissie, ds. Van Atten, volgde een uitgebreide bespreking.
De vragen spitsten zich toe op drie punten. Volgens de commissie verliest een predikant bij ontslag de ‘naam en eer’ van predikant, want je kunt een ambt alleen in een gemeente vervullen. Verschillende afgevaardigden hadden hier moeite mee. Een predikant is toch predikant van de kerken? Is bij ontslag niet dezelfde regel van toepassing als bij emeritering (een emeritus blijft predikant)? Ook werd gesproken over het instellen van een ‘adviescommisie’ voor bemiddeling bij conflicten. Dat kan predikant en gemeente veel moeiten besparen. Voor een gemeente is ontslag van een predikant bovendien een zware last. De gemeente blijft namelijk lange tijd verantwoordelijkheid voor het levensonderhoud van haar voorganger. Mogelijk kan zo’n adviescommissie ook een bredere functie krijgen voor bemiddeling tussen predikant en gemeente in het beroepingswerk. Een andere vraag heeft te maken met de status van het rapport en de bijgevoegde ‘leidraad’. Moet de LV deze als rechtsgeldig aanvaarden?
Kunnen kerken zich er later op beroepen? Een afgevaardigde merkte op dat kerken in conflictsituaties ‘zodra het erom spant’ aan het ‘akkoord van kerkelijk samenleven’ (AKS) weinig hebben, je valt dan al snel terug op de oude Dordse kerkorde. Er is dus wel wat te zeggen voor het maken van verdere afspraken.
Wel miste een afgevaardigde een theologische bezinning op wat een predikant nu eigenlijk is. Misschien kan er een preambule worden toegevoegd aan het stuk van de commissie? Deze vragen konden niet ad hoc worden beantwoord. De commissie ‘Rechtspositie predikanten’ werd gevraagd zich nogmaals over deze dingen te buigen. Tijdens een volgende zitting zal de bespreking dan hervat worden.

Tot slot
In een pauze sprak ik met een broeder, die niet als afgevaardigde maar als belangstellend gemeentelid de vergadering bijwoonde. Hij vond het jammer dat er maar zo weinig belangstellenden aanwezig zijn. Graag geef ik dit aan de NGK-leden onder u door. De volgende zitting van de LV is gepland op 7 april en begint om 10.00. Er wordt dan ver over de predikantsopleiding en over predikanten in opleiding. Ook doen de NGK-waarnemers bij de Raad voor Contact en Overleg betreffende de Bijbel die dag hun verslag.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief