Aan de drempel

2000-01-07
  • Jaargang 44
  • nummer 1
Daar staan we dan, op de drempel van het nieuwe millennium. De afgelopen eeuw was de bloedigste en meest goddeloze eeuw aller tijden. Je zou zeggen: blijf dan maar bescheiden bij die drempel staan.
Volgens de kenners hoeft dat echter niet, want we zijn nu voorgoed een nieuw tijdperk binnengetreden.
Daarin kan alle voorgaande narigheid vergeten worden.
Niet de wazige profeten van de afgelopen duizend jaar, maar serieuze wetenschappers profeteren dat er iets ongehoords staat te gebeuren in dit nieuwe millennium.We gaan de grenzen van ons eindig bestaan overschrijden.
We treden een nieuwe wereld van ongekende mogelijkheden binnen.

Hemelbestormers
Duizend jaar geleden werd Europa door het christendom uit zijn heidense slaap gewekt. De vicieuze cirkel van angst, ziekte en dood was doorbroken met de belofte van een volmaakt nieuw leven, de terugkeer naar het paradijs. Het leven was weer gevuld met hoop en uitzicht op een beter bestaan. Dat gaf mensen de moed om ook in dit aardse leven grenzen te verleggen. En in de loop van de tijd begon men zover vooruit te denken, dat de hemel zowat binnen handbereik kwam.
God zou spoedig de poort naar het paradijs ontsluiten en enkele uitverkoren gingen Hem daarbij helpen.
Het zou nu niet lang meer duren of de hemel daalde op aarde neer. Met deze hemelbestormers was de toon voor het latere Europa gezet. Het hemelse rijk kwam er niet.
Dat wil zeggen: God deed de deur niet open. De belofte was er, maar de inlosser liet niets van zich horen. Wachten duurt dan lang, te lang. Het verminderde de hoop op een nieuwe wereld evenwel niet. Gaandeweg ontstond het idee om dat rijk dan maar zonder God binnen te halen. Van het christendom afgeleide ideologieën deden hun intrede. Ook deze waren vol beloften en aanvankelijk leek het de goede richting uit te gaan. Maar nog niet zolang geleden hebben we de afgang van deze ideologieën moeten meemaken. Dat was voor velen een grote teleurstelling, maar ook nu werd de hoop op een aards paradijs niet opgegeven.
We zullen die drempel over!

De kenners
Zij liet al eerder van zich horen, maar stond nog teveel in de schaduw van religie en ideologie: de wetenschap. Verlost van allerlei vreemde meesters heeft zij nu het woord genomen. In dit millennium zullen we beleven dat kwaad, lijden en dood uitgebannen worden. Dat paradijs komt er, zo beloven wetenschap en techniek ons. Dit keer geen oncontroleerbare sprookjes, maar harde verifieerbare resultaten.
Astronomen, evolutiebiologen en genetici staan te trappelen om hun theorieën in praktijk te brengen.
Zo las ik laatst, dat toekomstige astronauten hun eigen hemelvaart zullen beleven, als ze maar ver en snel genoeg het heelal in geschoten worden.
Gelijksoortige geluiden hoor je van wetenschappers, die via genetische kunstgrepen de haperende evolutie tot een goed einde willen brengen. We zijn de drempel over, er is geen weg meer terug. Het kan alleen maar beter worden nu de kenners het heft in handen hebben.

De dorpelwachter
De dichter van psalm 84 is ook gefixeerd op een drempel. Verschil met de hedendaagse supermens is dat hij er juist niet overheen durft. Hij staat daar aarzelend, beschroomd haast. Alsof de drempel verboden gebied markeert.
Toch staat hij liever daar 'aan de drempel' van Gods huis dan dat hij elders feestviert in de nieuwtijdse tempels. Hij wacht nog eerder duizend jaar op het Koninkrijk van God dan dat hij zonder God de deur naar het paradijs forceert. Liever bedremmeld bij de ingang van het huis van zijn Heer dan te verblijven in de kille laboratoria van nijvere wetenschappers. De drempel van psalm 84 zou nog ergens anders zinnebeeld van kunnen zijn.
Waar de huidige trend geen maat weet te houden, is de tempelganger zich bewust van zijn begrensdheid. De drempel vormt de scheiding tussen het heilige en aardse. Er zijn grenzen die niet overschreden mogen worden.
In de 'tenten der goddeloosheid' worden die grenzen overschreden.
Door 'aan' de drempel te blijven staan, doet de dichter deze overmoed des te scherper uitkomen.
Zijn houding is een soort protest. Hij verzet zich tegen iedere eeuwigheidsaspiratie en in dit verzet is hij een dorpelwachter.
Een ambivalente gelovige.
Bedremmeld en kritisch tegelijk, twijfelaar en uitsmijter beide.
Terughoudend en nederig voor het aangezicht van God, maar vasthoudend en onverschrokken tegenover een aanmatigende wereld. Een dorpelwachter is zich bewust van zijn nederige positie. Je kunt het huis van God niet met geweld binnendringen. Je kunt het evenmin in deze wereld binnenhalen, hoe vernuftig de mens ook is.
Het eeuwige huis van de Vader past niet in dit ondermaanse. We moeten wachten tot het aardse huis helemaal is afgebroken.
Ook het nieuwe millennium staat daarom in het teken van een verdere afbraak. Pas wanneer het oude zijn tijd heeft gehad, opent God ons zijn heiligdom. De dorpelwachter blijft aan de drempel van oud en nieuw staan, zo dicht mogelijk bij zijn Heer, dat wel. En hij wacht daar vol ongeduld, dat ook. Hij wil net als die nieuwtijdse hemelbestormers graag naar binnen. Maar hij weet dat hij over de streep getrokken moet worden. Hij wacht op Gods moment.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief