Een odyssee
2000-01-07
Beste Oom Paul, Herinnert U zich nog dat U mij Uw verhaal vertelde? Het was in de zeventiger jaren in het piepkleine kerkje in de buurt van Karoi in Zuid-Rhodesië op weg naar de Zambezi-rivier waar je toen al niet meer kon komen.- Jaargang 44
- nummer 1
Daar hadden zich de "terroristen"( ja, dat zeiden we toen voordat Rhodesië Zimbabwe werd) Weet U het nog? U was toen al een goede vijftiger. Ik had in de vroege avond bij het licht van een petroleumlampje in mijn beste Afrikaans voor jullie kleine groepje gepreekt.
Ik zeg maar "groepje" want een kerk waren jullie met vier Doppergezinnen eerlijk gezegd toch niet. Alleen maar de twee du Preezbroers, U Oom Paul, alle drie tabaksboeren en die Hollandse slager. Elke zondagavond hielden jullie kerk in dat lilliputachtige kerkje achter de boerderij van Tom du Preez; altijd maar preeklezen met eenmaal in de drie maanden een "echte" dominee.
Wat een moed hadden jullie, Oom Paul! Die dominee kwam dan ook nog niet eens voor jullie zelf maar voor jullie kerk van Shona-Christenen!
Jullie waren dan maar vier gezinnetjes maar hadden samen wel zò met het Evangelie gewerkt dat de ontstane zwarte kerk wel vijftig keer zo groot was als jullie kleine Afrikaanse groepje.Wat hadden jullie dat geweldig georganiseerd, Oom Paul! Jullie schreven een dominee aan uit Zuid-Afrika, het liefst één met zendingservaring en als die man dan "ja" zei, stuurden jullie hem een vliegkaartje.
Hij kwam dan allereerst voor de zwarte kerk, hield er twee diensten met Doop en Avondmaal, diep ergens in de bundu op weg naar Kariba en was met de vrachtauto met Oom Tom du Preez als chauffeur die dag meer onderweg dan in de kerk. De volgende paar dagen moest die uitverkoren dominee dan werken aan opleiding van evangelisten en ouderlingen van de zwarte kerk met voortdurend een tolk aan zijn zijde maar de zondagavond, die was helemaal voor jullie.
Jullie waren tevreden met de kruimeltjes die van de zwarte tafel waren gevallen. Ik weet nog, Oom Paul, dat ik die avond bij het petroleumlampje over Psalm 42 heb gepreekt: "waarom is ek so in vertwyfeling en waarom kerm ek so? Vertrou op God!" Toen zei U na de dienst: luister, Hollander, dan zal ik jou vertellen hoe ik geleerd heb niet meer te kermen maar op God te vertrouwen.
De anderen bleven allemaal zitten. En U kwam met Uw verhaal dat in Oost-Afrika in Tanganyika begon,een toen nog Duitse kolonie. U was daar geboren in een Afrikaans gezin, Boerenmensen oorspronkelijk afkomstig uit Zuid-Afrika.
Maar zoals U vertelde: we waren domme mensen, ik had in 1939 niet eens een Zuidafrikaans paspoort. Maar het bittere gevolg ervan was wel dat de Engelsen die inmiddels de nieuwe kolonistische bazen waren geworden, mij in 1939 gevangen namen. Ik was een Duitser, zeiden zij. Ik werd geïnterneerd, naar Zuid-Afrika overgebracht en daar in Durban, mijn eigen land, in een kamp gezet. Maar -luister je nog, Hollander?- dat was nog maar het begin van mijn kermtijd. Ik werd samen met Duitse boeren uit Tanganyika uitgeleverd aan Duitsland.
Daar wisten ze ook niet wat ze met ons moesten doen totdat Duitsland Rusland was binnengevallen.Wit-Rusland werd toen "bevrijd" en daarvoor werden boeren gevraagd om er graan te produceren.
Mij vroegen ze niets. Ik werd er heengestuurd en heb er een paar jaar geboerd. Begrijp je nu, dominee, dat ik wel iets van kermen afweet? Dat dacht ik tenminste toen zelf maar het echte kermen heb ik pas geleerd toen we voor de Russische legers uit te voet moesten vluchten, terug richting Duitsland, maandenlang.
Toen heb ik geleerd die stap te zetten van vertwijfeling naar vertrouwen. Maar daar stond ik toen in Duitsland na de oorlog.Waarheen nu? De Geallieerde autoriteiten zeiden: we zullen je op de been zetten als jij bereid bent in Noord-Rhodesië opnieuw met een boerderij te beginnen.
Daar ben ik toen weer aan het werk gegaan in 1946. Dat is ruim tien jaar lang goed gegaan totdat Noord-Rhodesië als Zambia in 1964 onafhankelijk werd.
Toen raakte ik voor de derde keer in mijn leven alles kwijt wat ik had gehad. Toen ben ik nog eens voor de vierde keer opnieuw begonnen hier in Zuid-Rhodesië, tien jaar geleden. Ik denk dat het nog één of twee jaar zal duren voordat ik voor de vierde keer alles wat ik heb, verlies.
Dank je wel, Hollander, je hebt vanavond over mijn leven gepreekt. Ik kerm niet meer. Ik vertrouw op God..
Maar als ik nog eens ergens opnieuw voor de vijfde keer platzak zal moeten beginnen, zeg ik nog: God is goed.
Weet U, Oom Paul, dat ik Tom du Preez nog eens ontmoet heb? In een klein dorpje in de Vrijstaat toen ik erok alweer in een lilliputkerkjeelf jaar geleden onze oudste kleinzoon moest dopen.
Tweespruit heet het. Daar zat dezelfde Tom. Hij was zo verouderd dat ik hem meteen maar Oom Tom heb genoemd.
Verouderd en verarmd, samen met zijn vrouw..
Hij wist niet waar U nu was.
Wel was hij er zeker van dat U ook zowat alles weer verloren had. Voor de vierde maal. Tanganyika,Wit-Rusland, Zambia, Zimbabwe.
Ik denk niet dat deze brief ooit bij U zal uitkomen. Ik kan U daarom nooit laten weten dat Uw verhaal diepe indruk op mij maakte. Als een lelijk maar prachtig plaatje bij Psalm 42. Zo kan het ook in Afrika! Daarom heb ik over U, Oom Paul, in Opbouw geschreven.
J.Vonkeman
Richmond, Zuid-Afrika