Uitverkiezing.
2000-01-21
Het boek van Yvonne Keuls, 'Mevrouw mijn moeder' werd in mei vorig jaar in Ex Libris besproken.- Jaargang 44
- nummer 2
Hoekstra eindigt die bespreking met een citaat.
Mevrouw de moeder zegt: en ik wil eerst bidden voor we gaan eten. Straks ga ik dood en dan heb ik dat nog nooit gedaan, alleen vroeger, bij de zusters ursulinen. En dan volgt dat gebed. Dit bracht mij op de volgende overweging.
Afgezien van de pertinente atheïsten onder ons mensen: - de columnist van een landelijk dagblad, die vindt dat elke godsdienst in de nieuwe eeuw moet worden afgeschaft.
Of de ingezonden briefschrijfster, die meent dat openbare scholen hypocriet bezig zijn als ze moslimleerlingen geen gebedsruimte ter beschikking stellen, en tegelijkertijd de christelijke feestdagen vrijaf geven - zijn er tallozen die ergens nog in een diepverborgen hoekje hun religieuze opvoeding bergen. Die opvoeding komt om de hoek kijken als ze in nood of dood komen te zitten. Het gebeurt ook dat mensen plotseling tot het inzicht komen dat ze iets missen wat ze vroeger wel hadden.
Ze keren terug tot God, wat niet wil zeggen dat ze ook altijd tot de kerk terugkeren. En dan zijn er nog die miljoenen die niets missen, die niets weten, die een andere god belijden dan de enig ware God.
Uitverkiezing. Je kind moet er op school een toets over maken.
Discussies aan tafel. 'Ik ben het niet eens met wat in het boek staat: God kiest uit alle mensen een vast aantal om gered te worden. Daarmee bewijst Hij dat Hij barmhartig is.
Vraag: de Here Jezus is toch voor alle mensen gestorven, moet ik dan geloven dat er maar een selecte groep uitgekozen is, en dat de kerkmensen daar, op een enkele uitzondering na, allemaal bijhoren? En al die andere dierbare, fijne, aardige mensen dan, die Jezus niet of niet meer kennen?
Iedereen kent die vragen, neem ik aan. Velen hebben het er te kwaad mee, weet ik. Het schoolboek geeft er natuurlijk het antwoord op dat de meesten onder ons vroeger op catechisatie hebben geleerd: Gods barmhartigheid gaat niet ten koste van zijn rechtvaardigheid. De gehele wereld is voor God strafwaardig, en dat God een deel van de mensheid redt, mag ons verbazen, want Hij is volkomen vrij om zijn genade te geven aan wie Hij wil.
Een aantal klinkende teksten moet dit leerstuk staven.
Ik krijg het altijd vreselijk benauwd als ik zoiets lees.
Hebben wij daar, terwijl we Paulus in zijn brief aan de Romeinen citeren, God opgesloten in de uitverkiezing?
In Exodus 34 zegt God tegen Mozes dat Hij de schuldigen zeker niet onschuldig houdt. Maar het allereerste wat Hij van zichzelf zegt is dat Hij barmhartig en genadig, lankmoedig en groot van weldadigheid en waarheid is. Dat Hij ongerechtigheden, overtredingen en zonden vergeeft.
Ik heb een hoge pet op van zo'n God. Meer dan van een leerstuk van de kerk, waarin de helft van de mensheid voor eeuwig verloren heet te gaan.
Over Gods uitverkiezing zullen we ons nog verbazen.