Geluk?

2000-01-21
  • Jaargang 44
  • nummer 2
'Het geeft niet welke religie men aanhangt, als het de mens maar gelukkig maakt'. Blijkens een in opdracht van de EO uitgevoerd onderzoek vindt 88% van de Nederlanders dit de belangrijkste functie van godsdienst. De belangrijkste taak van de kerk zou hulpverlening zijn in de eigen omgeving (87%). Dit, gevoegd bij nog enkele andere gegevens, leidde bij EO'er Wim de Knijff tot de uitlating dat dit kennelijk een uitdaging is voor de kerk: Meer zorg. Geen woorden maar daden. Dat is, denk ik, te kort door de bocht.
Dit verwachtingspatroon kan immers best misplaatst zijn. Dat is het ook naar mijn mening. De functie van de kerk wordt namelijk niet meer gezien. Als 87% van de Nederlanders verwacht dat de kerk in de eerste plaats een hulpverleningsinstantie is, is er iets goed mis. Dat 'de wereld' zo'n verwachting heeft, is goed mogelijk. Reeds in de eerste eeuwen was de kerk bekend om haar naastenliefde. Maar kennelijk zien ook veel kerkmensen dit als dè taak van de kerk. Anders kon dat percentage van 87% niet worden gehaald.
Weten de kerkmensen echt niet beter? Het heeft er alle schijn van. De oppervlakkigheid die hieruit blijkt, vindt u ook terug in het eerste cijfer dat ik noemde. Gezien dat percentage moeten er veel kerkmensen zijn die vinden dat het niet uitmaakt, welk geloof je aanhangt, als het je maar gelukkig maakt. Zij zien de kerk als een geestelijk massage-instituut. Hun gevoel krijgt daar de nodige (?) aandacht. Waar is nog het besef dat de kerk de gemeente is van de levende God, die Christus met zijn bloed heeft gekocht en zich ten eeuwigen leven vergadert?
Hoe komt het dat de kerkmensen zo horizontalistisch denken? Ligt daar niet tenminste ook de schuld bij hen, die 's zondags de 'vieringen' leiden?
Het woord 'dat vaneen scheidt been en merg', wordt dat nog voldoende gevonden? Ik realiseer me dat ik grote woorden gebruik, maar waar zijn wij toch mee bezig? Ik denk niet dat dit verschijnsel de Gereformeerde Gezindte voorbij gaat. Het is misschien (?) nog niet zo extreem, maar gezien het kerkelijk grensverkeer is er veel minder dan vroeger sprake van kerkbesef: "Waarom ben je lid van deze gemeente?' Meer dan eens kun je het wat wollige antwoord vertalen in: 'toevallig.' Hoe zou dan komen? Het gaat er bij mij niet om, de grenzen weer eens potloodscherp te trekken.
Het gaat mij er ook niet om, iedereen die niet op zondag bij mij in de kerk zit, te verketteren. Het gaat er mij echter wel om, de waarschuwen. Ik denk dat gebrek aan belangstelling voor de eigen kerkelijke identiteit te maken heeft met een gebrek aan zich op wat de kerk echt is, of zou moeten zijn.
Zouden we daar met zijn allen, en de voorgangers niet in het minst, toch iets meer aandacht aan moeten besteden?

Dit artikel is van de hand van dr C.P. Kleingeld te Wolvega. We knipten het uit de Kerkbode van Nederlands Gereformeerde Kerken.
Wat collega Kleingeld schrijft is mij uit het hart gegrepen. Al tijden verontrust mij het tanend kerkbesef in reformatorische kringen. Zou het te maken hebben met een verminderd Godsbesef?
Wat niemand kan mijns inziens het verband tussen het een en het ander ontkennen.
Wie de HERE steeds beter leert kennen vanuit Zijn Woord in de weg van het echte geloof zal ook steeds meer oog krijgen voor hen, die Hem dienen. De kerk is immers naar het getuigenis van de Schrift en de belijdenis het huisgezin van de Vader, het lichaam van Christus en de tempel van de Heilige Geest. De kennis van God is gerelateerd aan de visie op het wezen van het kerk zijn. Het is duidelijk, dat een kerkscheuring en allerlei kerkelijke conflicten de betrokkenheid van gemeenteleden op de plaatselijke kerk en het kerkverband ten nadele beïnvloeden. Men stapt gauwer over naar een andere kerkgemeenschap.
En men wordt met de nodige zegenwensen vriendelijk uitgezwaaid.
Wij hebben in het verleden gevochten tegen het kerkisme. Ik ben bang dat nu het pluralisme aan de winnende hand is.
Overigens vertegenwoordigt elk isme een bepaalde eenzijdigheid.
Greijdanus heeft ons al geleerd, dat de ware pluriformiteit gevonden wordt binnen de plaatselijke kerk van Christus.
Daar treft men een verscheidenheid van gaven en meningen aan terwijl, als het goed is, dat alles is onderworpen aan de norm van het volle Woord van God. Daarop is men permanent aanspreekbaar!.
Die veelvormigheid heeft een functie in het kader van de verwachting van de volkomenheid van het koninkrijk waarin God zal zijn alles in allen.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief