Cogma, een stukje historie

2000-02-04
  • Jaargang 44
  • nummer 3
Uit verschillende reacties werd mij duidelijk dat er nogal wat vragen leven rond de opheffing van het onder ons zo bekende COGMA (Contact Orgaan Gereformeerde Militairen en Alleenstaanden).
Het lijkt mij (als oud secretaris-penningmeester) dan ook goed, nu -aan het eind van de rit- de loop van de dingen vanaf het begin voor u eens op een rijtje te zetten.

In oktober 1962 werd door de Gereformeerde Kerk vrijgemaakt te Glanerbrug het besluit genomen om de kerkleden die als militairen in West-Duitsland waren geplaatst -voor zover mogelijk- te bezoeken.
Glanerbrug werd toen landelijk als garnizoenskerk voor geheel West-Duitsland aangewezen.
De kerkstrijd ging echter ook niet aan Glanerbrug voorbij en zo werd ons het mandaat om in West-Duitsland te werken door de CCGG. (Contact Commissie Gereformeerde Garnizoenskerken) ontnomen.
Vlak na de zg. "breuk" in de zestiger jaren -die ook aan de toenmalige CCGG niet voorbij ging- werden de leden van deze commissie die tot een "buiten verband geplaatste kerk" behoorden, weggezonden.

Spoedig
Al spoedig werd de behoefte gevoeld om het contact met onze broeders en zusters in het buitenland voort te zetten.
Om hieraan tegemoet te komen werd begin 1970 onder leiding van de legerpredikant ds. J. Goudzwaard en de weggezonden CCGG-leden de broeders Bosch, Hummelen en Krol tot oprichting van een contact orgaan besloten. Dat orgaan zou later de naam COGMA krijgen. Na geruime tijd en met grote steun van de gezamenlijke "buiten verband-kerken" -later Ned. Geref. Kerken- dit werk te hebben gedaan, konden we tot onze grote vreugde in 1972 komen tot een zeer goede en nauwe samenwerking met de Christelijke Gereformeerde Kerken. Deze samenwerking kreeg gestalte via de CG-Commissie Militairen Buitenland (een initiatief van de CGK Kerken van Enschede Oost en West), gesteund door de CGK Deputaten Geestelijke Verzorging Militairen.
Zo trokken we bijna 25 jaar samen op.
Dankbaar voor wat we mochten doen. Na verloop van deze jaren achtten de CGK-Deputaten het noodzakelijk de genoemde Commisie Militairen Buitenland op te heffen en zelf de arbeid van deze commissie op zich te nemen. Het COGMA-bestuur betreurde deze gang van zaken maar had vanzelfsprekend in deze interne zaak geen stem. Helaas werden -na dit besluit van CGKDeputaten- de contacten wel steeds moeizamer en begon het "samen op weg zijn" steeds moeilijker te verlopen.

Duidelijk
Na niet al te lange tijd werd duidelijk dat de CGK Deputaten in gesprek wensten te gaan met de CCGG van de Gereformeerde Kerken Vrijgemaakt, zonder dat dit aan de bestaande band met COGMA iets zou veranderen.
Het COGMA-bestuur gaf te kennen blij te zijn met deze ontwikkeling.
Waarbij het aangaf zelf ook graag mee te willen doen en de resultaten van een dergelijk contact met spanning tegemoet te zien. Toen er na vrij lang wachten geen enkel officieel bericht meer van betreffende CGK Deputaten werd vernomen, maar wel bekend werd dat er een bespreking had plaatsgevonden met de CCGG, schreef het COGMA-bestuur d.d. 15 juni 1998 aan betreffende Deputaten: "Gaarne ontvangen wij van u bericht betreffende de onlangs gehouden vergadering aangaande de samenwerking met de CCGG en hun standpunt ten aanzien van een eventuele samenwerking met COGMA.
Zeer spoedig daarna d.d. 29 juni 1998 ontving het COGMA-bestuur van de voorzitter van genoemde CGK Deputaten de volgende mededeling:

Geachte Heer Frieling, In aansluiting aan uw schrijven d.d. 15 juni 1998 deel ik u namens CGK Deputaten GVM mede, dat er een gesprek heeft plaats gevonden tussen een afvaardiging van de CCGG en de Deputaten GVM. Er zijn plannen ontwikkeld om in de nabije toekomst gezamenlijke activiteiten te ontplooien.
Een eerste aanzet tot concrete invulling is gemaakt.
De uitvoering is afhankelijk van de positieve instemming van de achterban van het CCGG.
Ten aanzien van de relatie tussen het CCGG en het COGMA verwijzen wij u gaarne naar het CCGG zelf. Ik wens het COGMA veel wijsheid toe bij het uitzetten van de koers naar de toekomst.
Met broedergroet,
w.g. H. van den Heuvel

Concrete invulling
Dat de nieuwe samenwerking reeds concrete invulling heeft gekregen blijkt uit een advertentie in het Nederlands Dagblad d.d. 12 september 1998, waarin de CCGG samen met de Deputaten GVM oproept tot het bijwonen van een gezamenlijke familiedag in de Rehobothkerk te Ermelo. Hiermee was aan een bijna 25 jaar durende verbintenis, een voor het COGMA vrij schokkend einde gekomen. Nu de zaak echter zo ligt en er bovendien door de totaal veranderde situatie in de wereld grote wijzigingen in de omstandigheden van onze militairen zijn gekomen, waardoor bezoeken veelal niet meer mogelijk zijn, naar de mening van het COGMAbestuur, kunnen de plaatselijke thuiskerken het werk van COGMA gemakkelijk op zich nemen.
Omtrent deze zaak richtte het bestuur zich met een onderzoek tot de betreffende kerken. Op grond van de uitslag van dit onderzoek werd tot opheffing van het COGMA besloten. Zo waren dan zaterdag 27 november 1999 bestuursleden en enkele medewerkers van het COGMA samen met de broeders van de voormalige CGK Commissie Militairen Buitenland, die zo veel jaren met ons hebben opgetrokken, in een laatste reünie bijeen.
Dankbaar voor wat er in al die jaren onder de zegen van de HERE, onze Hemelse Vader, en met grote steun van de zusterkerken mocht worden gedaan, enigszins teleurgesteld over de weg die mensen meenden te moeten gaan.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief