Werken met hoofd en hart en handen

2000-02-04
  • Jaargang 44
  • nummer 3
Adé van de Belt-van der Weijden groeide op in Amsterdam. Pas toen ze 28 jaar was ging een grote wens van haar in vervulling: ze ging de verpleging in. Adé (lid van de Nederlands Gereformeerde Kerk van Hoogeveen) woont met haar gezin in Dedemsvaart.
Ze werkt daar alweer een groot aantal jaren in een verzorgingshuis. We hadden een gesprek over haar werk in de zorg voor oudere mensen.

Was je al jong van plan om de verpleging in te gaan?
Als kind wilde ik graag voor mensen zorgen, de verpleging in gaan. Ik kon mij eigenlijk geen ander beroep voorstellen dat bij mij paste. Door omstandigheden is het er echter pas op mijn 28ste van gekomen. Vanaf het eerste moment heb ik mij als een vis in het water gevoeld.

Welke opleiding heb je gevolgd?
Mijn opleiding tot verpleegkundige A heb ik gevolgd in het Zuiderziekenhuis in Rotterdam, een gemeenteziekenhuis dat tevens opleidingsziekenhuis was. Ik heb er veel geleerd. De opleiding was er toen vooral verpleegtechnisch gericht. Je was er de verlengde arm van de arts. Dat ontdekte ik later, toen ik in na mijn huwelijk in het ziekenhuis De Weezenlanden in Zwolle ging werken, waar meer patiëntgericht gewerkt werd. Het liefst werkte ik op de afdeling Interne Geneeskunde, waar meestal oudere mensen werden verpleegd.
Daar heb ik ook de meeste ervaring opgedaan en goed leren observeren.

Je hebt ook kinderen. Kon je dat combineren met werk in de verpleging?
Na de geboorte van onze oudste zoon ben ik met werken gestopt. Hoewel ik met moeite afstand deed van mijn werk, heb ik van deze beslissing nooit spijt gehad. Wij hebben drie kinderen gekregen binnen 3 1/2 jaar, een drukke, maar prachtige tijd. Zes jaar later heb ik mijn neus weer eens buiten de deur gestoken.

Wilde je weer in een ziekenhuis werken, of liever ergens anders?
Mijn voorkeur had de wijkverpleging. Daar was ik in het Zuiderziekenhuis al mee in aanraking gekomen wanneer er Patiënten werden ontslagen die nazorg nodig hadden. Vaak waren het ouderen die alleen woonden en waarvan het evenwicht zeer wankel was. Je hield soms je hart vast als je hoorde dat er geen familie was, alleen een buurvrouw die af en toe een oogje in het zeil hield. Voorzieningen als Tafeltje Dekje waren er toen nog niet. De wijkzuster kwam dan 1 of 2 x per week langs. Desondanks kwam het voor dat deze mensen onder geen beding naar een verzorgings- of verpleeghuis wilden. Nog vaker kwam het voor dat nergens plaats was en mensen maanden in het ziekenhuis bleven tot er ergens een plek vrij kwam.

Uiteindelijk kreeg je een baan in een verzorgingshuis
Mijn sollicitatie bij de wijkverpleging strandde omdat je daarvoor in het bezit moest zijn van een auto. In het plaatselijk verzorgingshuis werden toen verpleegkundigen gevraagd. Het was voor mij een gelegenheidskeus dus, maar achteraf een heel goede. Ik heb er eerst 8 jaar parttime als nachthoofd gewerkt, omdat dit het best te combineren was met schoolgaande kinderen.
Hoewel ik veel van het technisch handelen gaandeweg wat verleerd ben, heb ik nog altijd veel gemak van mijn verpleegkundige achtergrond.

Wat houdt je werk op dit moment in?
Ik ben waarnemend teamleider.
In deze functie werk je in de 'ochtendspits' mee in de zorg.
Verder heb je vooral een coachende en aansturende taak in het team, help je bij het opstellen van zorgplannen, leid je bewoners- of teambesprekingen en bewaak je de kwaliteit van de zorg. Ook verpleegkundige taken zoals wondverzorging en medicijnbeheer behoren tot mijn werk. Verder zijn er veel contacten met bijvoorbeeld huisartsen, diëtiste, fysiotherapeut en met de scholen waar onze stagiaires vandaan komen.
Ook is er vaak contact met de familie over zaken die een bewoner betreffen, achteruitgang, overleg of de familie kan bijspringen bij het geven van eten of bij grote onrust, over aanschaf van kleding en het meest intensief in een terminale fase. Verder gaat er veel tijd zitten in het aanvragen van hulpmiddelen, zoals rollators, aangepaste rolstoelen en tilliften.

Hoe moet ik me het huis waar je werkt voorstellen?
Het verzorgingshuis telt 92 plaatsen en 6 kamers voor kortdurende opnamen.
Ook zijn er 22 aanleunwoningen aangebouwd.
Binnen het huis is er een groepsverzorging waar 12 bewoners geplaatst kunnen worden.
Het huis levert bovendien dagelijks 80 maaltijden voor Tafeltje Dekje, beantwoordt de alarmering voor ouderen in het dorp, heeft 3x per week een dagopvang. Er wordt gewerkt aan het realiseren van een verpleegunit met 24 bedden. De meeste verzorgingshuizen, afhankelijk van de plaatselijke situatie, hebben dergelijke voorzieningen.
Er werken in totaal 86 personen, waaronder veel parttimers. Daarnaast verlenen 70 (!) vrijwilligers hun medewerking.

Kun je iets vertellen over de mensen die bij jou in het verzorgingshuis wonen?
Typerend voor ouderen is dat het tempo verlaagd is.
Ze hebben veel tijd nodig om zich aan te kleden, te eten, iets op te zoeken, te denken. Ook kunnen ze niet meerdere dingen tegelijk. Dat zie je bijvoorbeeld als je tijdens het wandelen een vraag stelt.
Ze stoppen dan vaak met lopen en het duurt het een poosje voor je antwoord krijgt. Natuurlijk blijf je de karaktertrekken herkennen. Je hebt geduldige en ongeduldige ouderen. Spraakzame en stille, denkers en doeners.
Dat verloochent zich niet.

Ze zeggen wel eens dat de ouderdom met gebreken komt. Zijn oudere mensen vaak ziek?
Ja, in die zin dat ze vaak meerdere kwalen tegelijk hebben. Ze hebben b.v. suikerziekte, zijn hartpatiënt en zijn slechtziend.
Of ze hebben reuma, een slecht werkende schildklier, parkinson en een slecht gehoor. Soms heb je dan medicijnen die nodig zijn voor de ene afwijking, maar die weer slecht zijn voor de andere kwaal.
In het werk moet je ook goed kunnen observeren, omdat mensen lang niet altijd vertellen waar ze last van hebben.
Een veel voorkomend probleem is de incontinentie.
Daar schamen veel mensen zich voor, maar het komt echt heel erg veel voor, misschien wel bij 80% van onze bewoners.
Vaak zijn mensen bang dat ze later dement worden.
Zijn er bij jou in het huis veel mensen die geestelijk sterk achteruit gaan? Er zijn inderdaad mensen die geestelijk slechter gaan functioneren.
Er is een overgangsgebied naar dementie, waarin de vergeetachtigheid en apraxie (handelingen vergeten, bijvoorbeeld niet meer weten hoe je je brood moet smeren) langzaam toenemen.
Met het bieden van structuur, begeleiding, veiligheid en een aangepaste omgeving kunnen deze ouderen vaak nog lang in het verzorgingshuis blijven.
Wanneer mensen echter gaan dwalen of voor overlast zorgen bij medebewoners is de grens bereikt. Vaak duurt het dan nog maanden tot er plaats is op een psychogeriatrische afdeling van een verpleeghuis. Zolang moeten wij toch plaats blijven bieden en worden deze bewoners zoveel mogelijk opgevangen in de groepsverzorging.
Ook zijn er bewoners met gedragsproblemen.
Ze liggen overhoop met personeel of medebewoners, zijn verbaal of daadwerkelijk agressief. Daarvoor moet soms hulp gezocht worden bij het RIAGG of bij een psycholoog.

Komt depressiviteit veel voor bij ouderen?
Ik heb de indruk van wel.
Veel ouderen verliezen hun gezondheid. Ze zijn snel vermoeid, worden afhankelijk. De beperking van het gezichtsvermogen maakt dat ze niet meer kunnen lezen, handwerken of t.v. kijken. Ze zijn bang om te vallen en durven niet meer alleen van hun kamer af te gaan.
Vooral slechthorendheid maakt mensen eenzaam.
Zelf lijkt me dat de meest isolerende beperking.
Mensen schamen zich voor hun geheugenverlies, gaan contacten daarom uit de weg en raken in een isolement. Daarbij hebben de meeste bewoners hun partner verloren.
Hebben ze hun partner nog wel, dan zijn er niet zelden relatieproblemen.
Het verlies van een kind, ook al is dit jaren geleden, geeft op deze leeftijd vaak veel verdriet.

Onverwerkt verdriet komt juist als je oud bent nog weer sterk naar boven?
Vooral in de periode dat ik in de nachtdienst zat heb ik heel wat verdriet van mensen aangehoord.
Onopgeloste conflicten, soms nog uit de jeugd, geven verbittering. Het idee dat mensen milder gestemd raken naarmate ze ouder worden berust niet op waarheid. De mensen gaan langzamerhand in een kleine wereld leven waarvan weinig impulsen uitgaan. Er is geen partner meer die relativeert. Kinderen wonen vaak ver weg en er komt niet veel bezoek.
Het is misschien een somber beeld dat ik schets.
Ouderen die nog in staat zijn thuis te wonen zijn er, denk ik, vaak beter aan toe, hebben de regie nog in handen.

Je schetst wel een erg somber beeld van oudere mensen. Als ik jou zo hoor kun je maar beter niet oud worden.
Ik praat nu vanuit mijn ervaringen in het verzorgingshuis.
Veruit de meeste oude mensen wonen nog gewoon thuis, in senioren- of aanleunwoningen of in een Woonzorgcomplex.
Er is daar ook professionele hulp mogelijk: ondersteuning bij de huishouding (alpha-hulp) of zelfs heel specialistische verpleegkundige zorg, zoals wondverzorging en sondevoeding. Pas als het thuis echt niet langer meer gaat verhuizen mensen naar een verzorgingshuis of verpleeghuis. Daar wonen dus meestal mensen die echt oud zijn en vaak ook alleenstaand.
Maar ook daar heb je zeker vrolijke momenten.
Zoals een 95-jarige vrouw die over haar actieve en vrolijk lachende buurman zegt: "Die is nog in de kracht van zijn leven!"

Wanneer kom je in aanmerking voor een verzorgings- of verpleeghuis?
Het Regionaal Indicatieorgaan bepaalt eerst de urgentie. Bij beginnende dementie is een verzorgingshuis vaak nog haalbaar.
Als iemand in een verdergevorderd stadium van dementie verkeert wordt plaatsing in een psychogeriatrisch verpleeghuis geadviseerd.
Helaas zijn er overal wachtlijsten. Toch wil de regering de capaciteit van verzorgingshuizen terugbrengen.
Ik denk dat je niet zonder die huizen kunt. Zelfstandig wonen is goed, maar het kan niet altijd.

Denkt de overheid dat er genoeg vrijwilligers zijn om een handje te helpen?
Vrijwilligers zijn er in onze omgeving nog wel genoeg, maar hoe zal dat straks zijn? Bij ons zijn het vooral vrouwen die geen betaald werk verrichten.
Het is een generatie die aan het uitsterven is.
Daarnaast zijn er gepensioneerde mannen die bijv. helpen bij het rondbrengen van de maaltijden.
Het wordt landelijk echter steeds moeilijker om vrijwilligers aan te trekken. Gelukkig zijn er plaatselijke kerken actief.
Ik denk dat de zorg voor ouderen in de toekomst weer een belangrijke diaconale taak van de kerken gaat worden.

Je hoort veel sombere berichten over de zorgsector.
Je moet er hard werken en er zijn te weinig handen aan het bed. Zou je jonge mensen niettemin adviseren om in de zorg te gaan werken?
Idealiseer het beroep niet, het is zwaar, vooral de wisselende diensten zijn dat, maar ook op de soms hoge werkdruk kun je vastlopen. En toch: het is en blijft een prachtig beroep van hoofd, hart en handen. Je wordt er mens van. Dat geeft meer bevrediging dan een hoog salaris.

Geniet je zelf van je werk met oudere mensen?
Ja, ik hou van mijn werk.
Ouderen hebben veel meegemaakt, zijn boeiend en hoeven geen facade meer op te houden. Ze schenken je veel vertrouwen.
Je staat vaak bij een sterfbed en wordt bepaald bij het unieke van elk mens. Wanneer mensen een hoge leeftijd bereikt hebben kun je er vrede mee hebben, ook al blijft er een gemis voor de naasten. Dat was in het ziekenhuis veel moeilijker.
Dat jonge mensen in de kracht van hun leven stierven, soms een gezin achterlatend, vond ik vreselijk.
Sommige situaties van toen staan nog in mijn geheugen gegrift.

Wordt de zorg voor ouderen bij jou gevoed door je professionaliteit, door je persoon of door je christelijk geloof?
Door alle drie. Mijn christelijk geloof is de bodem onder heel mijn bestaan Ik zou niet weten wat ik zonder moest. Het houdt me ook in mijn werk steeds weer een spiegel voor: Hoe zou je zelf bejegend willen worden? Het werk past ook bij mijn persoon. Toch kun je met professionele kennis in dit werk vaak meer voor iemand doen dan zonder die kennis. De zorg is ook echt een professie.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief