Kerk en school
2001-04-27
‘Wie leert onze predikanten stofzuigers verkopen?’ was de verzuchting van een afgevaardigde tijdens de derde zitting van de landelijke vergadering (LV) van de Nederlands Gereformeerde Kerken (NGK). Deze verzuchting kwam niet uit de lucht vallen. Het ging 7 april namelijk over de opleiding en vorming van (aanstaande) predikanten.- Jaargang 45
- nummer 9
De preses, Ds Bouma, herinnerde zich dat hij als beginnend predikant eens van iemand te horen kreeg, dat zijn preek best goed was, maar dat hij als vertegenwoordiger van huishoudelijke apparaten geen stofzuiger zou verkopen..
Het was aan de afgevaardigden om te bepalen waar en hoe een nieuwe generatie NGK-predikanten kan leren hoe dat wel moet.
Raad van Toezicht en Advies
Het spits werd afgebeten door de Raad van Toezicht en Advies Theologische Studiebegeleiding (RvTA-TSB).
De voorzitter, Ds K. Muller, gaf een toelichting bij het rapport. Naar zijn inschatting is de TSB nu kerkelijker dan ooit. De huidige studiebegeleiders zijn allen officieel door de kerken aangewezen. Zij hebben het werk ‘uitgebouwd en verfijnd’ en de RvTA heeft daar grote waardering voor. Waardering is er ook van de kant van de theologische faculteiten van Apeldoorn en Kampen (Broederweg), die deelname aan de TSB met studiepunten compenseren. Ondanks deze positieve ontwikkelingen is er voor de Raad reden tot ‘enige zorg’. Het aantal dominees in opleiding lijkt namelijk af te nemen. Van de dertig deelnemers aan de TSB is lang niet iedereen van plan predikant te worden in een van de NG-kerken. Bovendien stagneert de instroom: beneden het vierde studiejaar zijn er maar negen studenten, in de propaedeuse is er niet één. In de bespreking werd door de afgevaardigden doorgevraagd naar de mogelijke oorzaken hiervan. Ook vroeg men zich af waarom het ‘Apeldoorn-advies’ niet door iedereen wordt gevolgd. (Er studeren momenteel slechts zeven studenten in Apeldoorn). Ds J.Dekker, die namens de studiebegeleiders aanwezig was, wees erop dat de studentenpopulatie een ‘complex en gevarieerd geheel’ vormt. In Apeldoorn zijn er geen mogelijkheden om in deeltijd te studeren en daarom kiezen sommigen een andere opleiding’. Het aantal theologiestudenten loopt sowieso terug.
Bij voorkeur
Vroeger kon een student theologie na vier of vijf jaar studeren zijn kandidaatsexamen doen en predikant worden.
Doorstuderen voor het ‘doctoraal’ was niet verplicht. In navolging van andere kerken zijn de NGK er in 1998 toe overgegaan om het doctoraalexamen verplicht te stellen voor haar toekomstige predikanten.
Daardoor wordt de studieduur met anderhalf jaar verlengd. De LV van Doorn sprak uit studenten die aan het Nederlands Gereformeerd Seminarie (NGS) studeren ‘bij voorkeur’ een doctoraalstudie moeten volgen in Apeldoorn.
De twee woorden ‘bij voorkeur’ worden in de kerken verschillend uitgelegd. Sommigen laten het slaan op het volgen van een doctoraalstudie, anderen op de studielocatie, Apeldoorn dus. Ter vergadering wordt een en ander een stuk duidelijker.
Het NGS wijst erop dat het de eigen studenten op grond van dit besluit daadwerkelijk wil motiveren richting een doctoraalstudie. Het ‘bij voorkeur’ geeft wel wat ruimte voor studenten met een ‘late roeping’, die een gezin hebben en/of een andere academische studie hebben afgerond.
Ds Dekker wijst er namens de begeleiders op dat de TSB er ook zo mee omgaat. In principe moet een student die nu een attest wil krijgen voor zijn beroepbaarstelling een doctoraalstudie hebben voltooid. Maar in uitzonderingsgevallen wordt coulance betracht. Br. K.R.Veenhof wil dat uitzonderingsmogelijkheden worden vastgesteld, want te veel mondelinge overlevering werkt rechtsongelijkheid in de hand. De preses vindt het niet nodig dat de LV regels vastlegt. Het gaat immers om een overgangssituatie. Iedere student die sinds de LV van 1998 aan de studie is begonnen, weet dat hij verplicht is om de studie af te maken. De TSB-begeleiders betrachten weliswaar coulance bij ‘late roepingen’, maar elke afwijking van de norm van het doctoraal-examen moet goed beargumenteerd worden.
Stofzuigers verkopen
Ds Dekker weet niet of de huidige studenten door de TSB ook leren stofzuigers te verkopen. Wel is er sinds de besluiten van Doorn meer aandacht voor andere dan theologische vaardigheden. Op het jaarlijkse TSB-weekend wordt ook extra aandacht besteed aan het ontwikkelen van communicatieve vaardigheden. Het volgende agendapunt sluit hier naadloos bij aan. Ds J.Kiers doet verslag van het onderzoek dat hij en zijn collega ds F.Gerkema hebben gedaan met betrekking tot de voortgaande vorming van predikanten. Ze hebben de afgevaardigden van tevoren een aantal aanbevelingen gedaan. Volgens ds Kiers ben je er met een opleiding theologie nog niet, het begint dan pas. Hij pleit ervoor dat er een klimaat ontstaat waarin vorming en begeleiding van predikanten normaal is. Het is belangrijk dat kerkenraad en predikant samen nadenken over een vorm van voortgaande vorming. Kerkenraden moeten ervoor zorgen dat beginnende predikanten een goed toegeruste mentor toegewezen krijgen. Pastorale supervisie door een deskundige ‘supervisor’ is voor elke predikant een goed middel tot persoonlijke vorming. De vergadering neemt de aanbevelingen na een kleine wijziging unaniem over.
Een nieuwe ‘kanselbijbel’?
Naast aandacht voor de ‘dienst des Woords’ is er ook ruimte voor het verslag van de waarnemers bij de Raad voor Contact en Overleg betreffende de Bijbel (RCOB), Ds A.M.van Leeuwen en Ds K.Holwerda. De RCOB is momenteel bezig met de voorbereiding van de ontvangst van de Nieuwe Bijbelvertaling (NBV) in de Nederlandse kerken. Er is van verschillende kanten nogal wat kritiek gekomen op deze vertaling. Deze kritiek wordt door de vertalers verwerkt, maar volgens Holwerda is de vertaling ‘nog steeds niet zorgvuldig genoeg’ en mist zij daarom de nodige ‘spankracht’. Naar verwachting is de NBV in 2004 klaar. De vergadering geeft daarom de waarnemers de opdracht om de volgende LV van advies te dienen over het gebruik ervan. Ds H. de Jong hoopt dat de NBV niet ingevoerd wordt, omdat er daarmee ‘veel schriftidioom verloren gaat’. Als ‘kanselbijbel’ zal de NBV niet geschikt zijn. Een aantal kerken in de regio Harderwijk is bezorgd over het onlangs genomen besluit, dat er in de NBV voor de namen van God ‘HEER’ en ‘Heer’ gebruikt zal worden. Ds J.J.van Es –‘mijn naam begint met een stomme e’- legt uit, dat er voor veel NGK-leden uit de oude spelling van de naam van God (HERE en Here) een stuk eerbied spreekt. Een motie waarmee de kerken uitspreken dat zij bezorgd zijn over deze nieuwe schrijfwijze, wordt door slechts twee afgevaardigden gesteund.
Een heet hangijzer
De middagvergadering wordt gevuld met de bespreking van het rapport van de Commissie Opleiding Predikanten (COP). Deze commissie had van de LV van 1998 de opdracht gekregen welke mogelijkheden er zijn om als NGK een eigen basisopleiding te verzorgen voor aanstaande predikanten.
De krachten van het NGS en de TSB zouden daarin gebundeld moeten worden. De COP kwam al in een vroeg stadium tot de conclusie dat een volledige eigen basisopleiding niet wenselijk is: de studenten werken dan in een academisch isolement en krijgen geen studiefinanciering. Van de kerken zou het bovendien een aanzienlijke investeringen vergen.
Daarom heeft de commissie nagedacht over een alternatief: een eigen opleidings- en begeleidingsinstituut in combinatie met een inschrijving aan de Theologische Universiteit Apeldoorn (TUA). Deze instelling is bereid constructief mee te denken over een bijzondere vorm van inschrijving voor NG-studenten. Het bestuur van het NGS heeft echter te kennen gegeven aan de COP dat het hieraan niet kan meewerken. ‘Het zou betekenen een werk opgeven dat Here kennelijk heeft willen zegenen’. Volgens br. Veenhof, die namens de commissie het woord voerde, wordt zo ‘een eigen menselijk instelling met een beroep op Gods zegen buiten de discussie geplaatst’.
Het NGS moet het ‘waarmaken’ dat het ten dienste van de kerken wil staan door mee te gaan in de weg die de kerken besluiten te gaan. Vanuit de regio’s Schiedam en Harderwijk wordt duidelijk gemaakt dat niet alle kerken overtuigd zijn van nut en noodzaak van het voorgestelde alternatief.
Worden de problemen (versnippering) daardoor echt opgelost? Is de huidige situatie met een goed samenspel van TSB, NGS en TUA niet voldoende? Is het werken aan een eigen basisopleiding wel echt nodig? Krijgt de wetenschappelijke theologie niet een te grote plaats? Andere regio’s maken duidelijk dat zij het alternatief van de commissie van harte steunen. Ds De Jong vraagt aandacht voor het aantrekkelijke van de huidige situatie. De TSB kan dienen als ‘vangnet’ voor studenten die nog niet zeker weten of zij in het ambt willen staan.
Werkwijze
Naast de inhoudelijke bezwaren tegen het voorstel, was de vergadering het niet zonder meer eens met de werkwijze van de commissie. De COP heeft door het onderzoeken van een alternatief de opdracht die zij in 1998 meegekregen had erg ruim geïnterpreteerd. Niet iedereen was het daar mee eens. Op voorstel van het moderamen wordt deze verruiming alsnog door de zittende vergadering goedgekeurd. De commissie krijgt van de voorzitter het verzoek mee naar huis om opnieuw in gesprek te gaan met het bestuur van het NGS. Het laatste woord over de opleiding is nog niet gesproken.
Bij het verschijnen van dit nummer van ‘Opbouw’ heeft de LV de vierde zitting al achter de rug. De vijfde zitting is gepland op 19 mei a.s.