Kansen om dichter bij God te komen

2009-12-04
  • Jaargang 53
  • nummer 24
Een moeder van rond de vijftig vertelde in één van de gespreksgroepen dat nog maar twee van haar vijf kinderen iets met het geloof hebben. Ze was niet de enige ouder van twintigers en dertigers, die tijdens het minisymposium van Opbouw vrijmoedig sprak over verdriet en verlegenheid rond geloofsverlies en kerkverlating in het gezin.

Bij de jaarlijkse statistieken van het ‘blauwe boekje’ kun je soms nog denken dat het bij ons in de NGK wel meevalt. Maar als je gewoon eens inzoomt op een doorsnee NGK-gemeente, zoals Ad de Boer deed in de special ‘Weg van God?’, dan merk je wel dat je je in het kerkelijke niet te rijk moet rekenen. Kijk maar eens goed naar de eigen gemeente, dan zie je soms in één, twee generaties het evangelie in een hele familietak uitdoven. Die werkelijkheid kwam in de persoonlijke verhalen tijdens het minisymposium schrijnend dichtbij.

Geen ‘afval’
Maar de hoogbejaarde crack, de orthopedagoog Wim ter Horst, was niet naar het Opbouw-minisymposium gekomen om te somberen. In een zogenaamde ‘Pecha Kucha’ - een Japanse uitvinding van een lezing in 6 minuten en 40 seconden – zette hij een paar waardevolle lijnen uit: ‘We zijn vanmiddag bijeen om geloof, hoop en liefde te beoefenen met het oog op de toekomst – met nadruk op dat laatste.’ Ter Horst wilde voorzichtig zijn met termen als geloofsverlies en zeker met ontrouw of afval: ‘Zo moet je jongeren die andere wegen gaan niet typeren. We kunnen niet andermans boek lezen, we weten vaak niet wat er in het hart om gaat. Daar komt bij dat zulke jongeren vaak helemaal nog geen positieve keus voor God en kerk gemaakt hebben en dat betekent dat ze dus ook niet ontrouw of afvallig kunnen zijn.’
De orthopedagoog waarschuwde tegen elke vorm van ‘prostitutieliefde’, die zomaar kan insluipen in de ouderlijke liefde: ‘Hou vast: je kind blijft je kind, ook als het andere wegen gaat. Wie op zo'n moment de relatie verbreekt doet aan betaalde liefde. In de trant van: Ik houd alleen van je als je doet wat ik wil. Nee, zoek juist als ouders de kleine vrede en durf de minste te zijn.’

Wij ‘maken’ het niet
Ziekenhuispredikante Margriet van der Kooi schetste de leefwereld van jongeren als die van een ‘search-generatie’: ‘Er is ontzettend veel te kiezen en jongeren hebben daar een megaklus aan. Ze leven, als het gaat om geloof en kerk, vaak als enkeling tussen leeftijdgenoten voor wie dat van huis uit volkomen vreemd is.’
Gezin en gemeente zijn dus heel belangrijk. Van der Kooi: ‘Ga als gemeente met de kinderen ook echt om als onze kinderen. Om ze te bemoedigen en goede woorden te spreken, om ze te zegenen.’
Ze signaleerde dat er binnen de gemeente veel verlegenheid is om met elkaar in gesprek te gaan (en te blijven) als kinderen andere wegen gaan: ‘Veel ouders ervaren dat als erg confronterend en weten soms niet meer wat ze zelf geloven.’ Van der Kooi wees ook op de kansen die daarin liggen: ‘Als de dingen anders gaan dan je had gedacht, is dat vaak ook een kans om dichter bij God te komen. Om zo het ene nodige te vinden. Belangrijk is de vraag: Hoe worden mijn teleurstellingen weer een weg naar God?’
Zelf moeder van een aantal jongvolwassenen gaf ze aan dat de rol van ouders zijn grenzen heeft. ‘Kinderen zijn geschenk, geen eigendom.’ Ze verwees naar Henry Nouwen, die kinderen typeerde als de belangrijkste gasten, die je als mens in je huis mag ontvangen. ‘Wij máken het dus niet in de opvoeding’ en die gedachte sloot naadloos aan bij een eerdere kruidige uitspraak van Ter Horst: ‘kinderen zijn geen appeltaart’.

Laat me los
Herman Schaeffer (NGK predikant in Heerenveen) kwam als laatste in de aanloop naar de groepsgesprekken. Hij vertelde over zijn eigen omweg in geloof. Opgroeiend in een predikantsgezin, voelde hij zich als tiener meer en meer een buitenstaander in geloof. Op zijn 17e kapte hij met zijn dubbelleven, biechtte zijn ongeloof op en deed een klemmend appèl op zijn ouders om hem los te laten – ‘als die God van jullie waarin ik niet geloof werkelijk zo machtig is zal hij me wel vastgrijpen. Dat hoeven jullie niet te doen’. Herman Schaeffer werd gegrepen door God en hij ervoer dat als een wonder: ‘Het was power-encounter tussen het hart van God en het mijne.’
Wat de geloofsopvoeding betreft kwam Schaeffer met het beeld van het altaar van Elia. Het vuur moet van God komen, maar breng als ouders - anders dan Elia - maar zoveel mogelijk ‘brandbaar materiaal’ aan rond het altaar.

Schaamlap
In de vijf gespreksgroepen rond evenveel stellingen kwamen meer vragen dan antwoorden naar boven. Een jeugdouderling noemde zijn stress naar God, toen hij vanwege een burnout zijn jongerenwerk moest stoppen – ‘waarom hebt U me de kracht niet gegeven, waarom hebt U me geroepen tot deze taak?’ Ook de teleurstelling in de kerk bleef niet ongenoemd. Menigeen had het moeilijk met het kerkelijke klimaat van schaamte en zwijgen rond de pijn van geloofsverlating. En maakt de ouderwetsigheid in diensten de kerk niet tot een onaantrekkelijke plaats voor jongeren om tot geloof te komen? Waarom moet een jeugddienst dan toch weer zo plechtig begonnen worden met het standaard ‘onze hulp’?
In een andere groep noemde iemand de focus op het missionaire een schaamlap voor de kerkverlating. En het ‘lege testament’ kwam voorbij - wat geloven ouders zelf van wat ze doorgeven aan hun kinderen?
Maar er werd ook verteld over hartelijke contacten tussen oud en jong binnen de gemeente. En over jongeren, die interkerkelijk samenwerken met andere christenjongeren.

Te laat?
In een slotronde voelde Ad de Boer het panel - met Henk Algra, Herman Schaeffer, Margriet van der Kooi en André Maliepaard - aan de tand. De laatstgenoemde waarschuwde voor de dubbele agenda: ‘Probeer nabij te komen in het leven van jongeren namens God. Voer open gesprekken, dus niet met in je achterhoofd de leidende gedachte, dat je ze weer in de gemeente wilt zien te krijgen’. ‘Al mag dat best een diep verlangen zijn’, voegde Margriet van der Kooi toe.
Henk Algra signaleerde met het oog op de twintigers en dertigers dat we waarschijnlijk te laat zijn met het gesprek rond geloofsverlies en kerkverlating: ‘Je moet met jonge kinderen het geloofsgesprek beginnen en dan hopen dat je in latere jaren ook in gesprek met ze blijft. Het gaat om ruimte. Ook in het pastoraat. Richting ouders: wat heb je nodig en wat hebben je kinderen nodig?’
En Schaeffer gaf aan dat het gesprek in de gemeente vaak zo moeilijk is omdat er zoveel ‘doen alsof’ in de gemeente is – de gemeente lijkt soms vol te zitten met ‘oudste zonen’. Terwijl het geloofsgesprek vraagt om aan openheid, eerlijkheid en echtheid.

Opstap naar meer
Dat laatste maakte het symposium tot een opstap naar meer. Meer gesprek en gebed in de gemeente, juist ook als het gaat om het zelf doorleven en doorgeven van het evangelie aan je kinderen en kleinkinderen. Met aandacht voor de pijn en het gemis die geen enkele gemeente voorbij gaan, maar ook toerusting met het oog op de kinderen van de gemeente die in deze eeuw geboren worden.

Het themanummer ‘Weg van God?’ is te bestellen bij de Opbouw-administratie.
Wim ter Horst en Margriet van der Kooi schreven het boek ‘Als kinderen andere wegen gaan’.

Freddy Gerkema is predikant in de NGK Amersfoort-Noord en redacteur van Opbouw.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief