Advent in kleuren en symbolen
2009-12-04
De rook van de uitgewaaide kaars kringelt onrustig opzij en door de werveling van de lucht zijn enkele bladzijden van het op tafel liggende boek opgewaaid. Aan alles is te merken dat de engel een fractie eerder is neergestreken. Maar Maria, verdiept in wat zij leest, heeft hem zelfs nog niet aan horen komen. Dan zegt de engel: 'Gegroet Maria'.- Jaargang 53
- nummer 24
Een van de beroemdste annunciaties (aankondiging van de geboorte van Jezus) is het middenpaneel van het Mérode-altaar van de hand van Robert Campin. Het schilderij is rijk aan inhoud, wat zichtbaar wordt in tal van attributen, die op het schilderij niet ‘zomaar’ zijn afgebeeld, maar een boodschappelijke, symbolische kant hebben. Het is een praktijk die in die tijd algemeen gangbaar was bij de weergave van Bijbelse taferelen. Daarvan wil ik in dit artikel graag iets laten zien.
Maagdelijke geboorte Om te beginnen zijn er van meer dan één kant toespelingen op Maria’s maagdelijkheid. Als eerste is dat de vaas met lelies, een toespeling op Hooglied 2:1 (‘Ik ben een lelie van Saron, een wilde lelie in het dal’). Ook de hagelwitte handdoek op het rek wijst op Maria’s reinheid. Verder zijn de onderste luiken van het venster dicht, een variatie op de 'hortus conclusus’, de gesloten tuin: ‘Zusje, bruid een besloten hof ben jij, een gesloten tuin, een verzegelde bron’ (Hooglied 4:12).
Door het linkervenster komt een minuscule Jezus-figuur aangevlogen - zijn kruis al in de hand. Toch is het glas ongebroken, zoals binnenvallend licht de structuur van het glas ongerept laat. Jezus die hier de wereld binnenkomt is dan ook degene van wie Johannes de Doper getuigde: ‘Het ware licht dat ieder mens verlicht en naar de wereld kwam’ (Johannes 1:9). Het ongerept blijven van het glas symboliseert opnieuw Maria’s maagdelijke moederschap.
Hier ben ik
Zo’n minuscule afbeelding van Jezus wordt en werd vaak gezien als een ketters element. Maar met deze kunstzinnige verbeelding is volgens mij niets mis. Campin heeft de Jezus-figuur afgebeeld in een snelle glijvlucht op weg naar Maria’s schoot. Daarbij zal Jezus het op tafel openliggende boek passeren (vermoedelijk een bijbel). Dit boek ligt zelf weer op een gedeeltelijk ontrolde boekrol - een zinspeling op Psalm 40:7-9 (‘Offers en gaven verlangt u niet, brand- en reinigingsoffers vraagt u niet. Nee, u hebt mijn oren voor u geopend en nu kan ik zeggen: Hier ben ik, over mij is in de boekrol geschreven. Uw wil te doen, mijn God, verlang ik; diep in mij koester ik uw wet’). Deze oudtestamentische tekst heeft een christelijke meerwaarde, want hij wordt geciteerd in Hebreeën 10:5-7 (‘Daarom zegt Christus bij zijn komst in de wereld: offers en gaven hebt u niet verlangd, maar u hebt mij een lichaam gegeven; brand- en reinigingsoffers behaagden u niet. Toen heb ik gezegd: Hier ben ik, want dit staat in de boekrol over mij geschreven: Ik ben gekomen, God, om uw wil te doen').
Campin betrekt hier dus Davids woorden op Christus en dit al direct bij zijn conceptie. De zinsnede 'maar u hebt mij een lichaam gegeven', die in Psalm 40 ontbreekt, wordt in de afbeelding met de Jezus-figuur weergegeven.
Vader, Zoon en Geest
In veel annunciaties is behalve een afbeelding van Jezus in conceptie, ook de figuur van God de Vader zichtbaar – vaak afgebeeld als een oude man. En tussen de Vader en de Zoon is een duif te zien, symbool van de Heilige Geest. Dat duidt op de Drie-eenheid. Zoals bijvoorbeeld op het annunciatie-paneel van het 'Middelrijns altaar' in het Museum Catharijneconvent te Utrecht (afbeelding 2).
Vergeleken daarmee valt op dat op het paneel van Campin (afbeelding 1) God de Vader en de Heilige Geest niet direct zichtbaar zijn voorgesteld, omdat ze zich links van het glasraam bevinden. Toch zijn ze als symbool wel aanwezig. God de Vader is te zien op het uiteinde van het rek met de handdoeken. En ook de Heilige Geest ontbreekt niet. Op de kan, waarin de lelies staan, is uiterst links een duif te zien, al is het nauwelijks zichtbaar. Let op de snavel!
Beter kun je de duif zien op een variant van het Mérodealtaar, dat wel toegeschreven aan Campins leerling Jacques Daret (afbeelding 3, waarover straks nog iets meer). We zien daar dezelfde kan, maar iets gedraaid, waardoor de duif beter zichtbaar is.
Uitverkoren
Ook de waterketel, die op Campins afbeelding in de nis hangt, duidt waarschijnlijk op Maria’s moederschap. Zij was God de Vader een uitverkoren instrument om zijn Zoon in de wereld te zenden (vergelijk met Handelingen 9:15, waar Paulus - in de Statenvertaling - wordt getypeerd als een uitverkoren vat).
Op de gordel van de engel bevinden zich edelstenen en ook een aantal hakenkruisen. Het hakenkruis is een zeer oud symbool voor geluk en voorspoed. Wij mogen er dan minder aangename gedachten bij hebben, in Campins tijd was dat zeker niet nodig. Het geeft slechts aan dat Maria een begenadigde vrouw is. Want de engel Gabriël spreekt tot Maria de overbekende woorden: 'Gegroet Maria, je bent begenadigd, de Heer is met je' (Lucas 1:28). De mond van de engel is gericht op Maria’s rechteroor en men spreekt daarom wel van de 'conceptie via het oor'.
Jonge vrouw
Maria is, haar ogen neergeslagen, verdiept in haar lectuur. Wát zou ze lezen? Zij kan de tekst wel zien maar wij natuurlijk niet, omdat we tegen de rug van de bijbel aankijken.Toch kunnen we wel een idee hebben - gelet op het onderwerp van het schilderij: de conceptie van Christus bij de maagd Maria. Zou ze niet Jesaja 7:14 kunnen lezen: ‘Daarom zal de Heer zelf u een teken geven: de jonge vrouw is zwanger, zij zal spoedig een zoon baren en hem Immanuël noemen’.
Ook deze tekst wordt in het Nieuwe Testament aangehaald en wel in Jozefs eerste droom in Matteüs 1:23 (‘De maagd zal zwanger zijn en een zoon baren en men zal hem de naam Immanuël geven, wat in onze taal betekent: God met ons').
De boodschap van Jesaja aan koning Achaz is blijkbaar direct voor Maria bestemd. Gabriël zal immers zo tegen haar zeggen: 'De Heer is met je'.
Minder symboliek Niet iedere kunstenaar benutte de beeldtaal zo sterk en sprekend als Campin. Zo is op de variant van het Mérode-altaar (afbeelding 3) veel van de symboliek verloren gegaan.
Gabriël is hier door een geopende deur binnengekomen. De twee glasruiten en het minuscule Jezus-figuur met kruis ontbreken. Het wordt niet duidelijk waarom op de tafel nog een opengeslagen bijbel ligt - niet op een boekrol, maar op een doek.
In deze versie heeft Maria Gabriëls komst al opgemerkt en ze houdt de rechterhand op haar hart. Vermoedelijk is hier het moment voorgesteld dat Maria antwoord krijgt van de engel, die tegen haar zegt: ‘De Heilige Geest zal over je komen en de kracht van de Allerhoogste zal je als een schaduw bedekken...’ (Lucas 1:35). Daarvoor pleit de duidelijke aanwezigheid van de duif op de kan.
Een verwijzing naar de Drie-eenheid, zoals in de weergave van Campin, ontbreekt.
Maar omdat Maria hier ten opzichte van Campins schildering een kwartslag is gedraaid, kun je wel iets van de tekst zien, die Maria aan het lezen is. Ook al is die tekst voor ons helaas niet leesbaar, het is wel waarschijnlijk dat het ook hier om Jesaja 7:14 gaat (‘De jonge vrouw is zwanger, zij zal spoedig een zoon baren en hem Immanuël noemen.’
Zoon van David Tenslotte gaan we nog weer even terug naar Campin (afbeelding 1). De eenvoudige bank achter Maria is in de vier hoeken op de leuning versierd met liggende leeuwen. Dat verwijst naar Genesis 49:8─10 en symboliseert de stam Juda: ‘Juda, jou zullen je broers bejubelen, voor jou buigt de vijand de nek, voor jou zullen mijn zonen zich buigen. Sterk als een jonge leeuw ben jij, je verovert je prooi, mijn zoon, en keert naar je leger terug. Juda gaat liggen als een leeuw, vol majesteit vlijt hij zich neer - wie zou hem durven wekken? In Juda’s handen zal de scepter blijven, tussen zijn voeten de heersersstaf, totdat hij komt die er recht op heeft, die alle volken zullen dienen.’
De laatste vier regels wijzen, via het koningshuis van David, vooruit naar Jezus Christus, Davids grote Zoon, waarvan de komst in het vlees op ons paneel wordt afgebeeld. Gabriël zegt: 'Hij zal een groot man worden en Zoon van de Allerhoogste worden genoemd en God, de Heer, zal hem de troon van zijn vader David geven’ (Lucas 1:32). En in Openbaring 5:5 zegt één van de oudsten tegen Johannes: ‘Wees niet verdrietig. Want de leeuw uit de stam Juda, de telg van David, heeft de overwinning behaald en daarom mag hij de boekrol met de zeven zegels openen.’
Freek Kuijper kerkt in de NGK van Zeist en heeft zich decennia lang verdiept in de schilderkunst van de 15e tot en met 17e eeuw.