De kerk als netwerk
2009-12-04
Dat is iets nieuws. Sinds Abraham Kuyper waren we vertrouwd met het onderscheid tussen de kerk als instituut en als organisme, maar nu lijkt daar de kerk als netwerk bij te komen. Want geloof ‘gebeurt’ vandaag - natuurlijk, nog steeds ook binnen de kerk als instituut, in de zondagse samenkomsten; maar meer en meer verschuift, met name onder jongeren, het accent naar informelere ontmoetingen, de netwerken, een groep, een kring, en niet in de laatste plaats ook de gezamenlijke maaltijd. En heeft dat ook niet iets heel bijbels (Handelingen 2:46)?- Jaargang 53
- nummer 24
In De Reformatie van 14 november schrijft ds. J.H. Kuiper over veranderingen in het karakter van de kerk: de kerk van vandaag is niet meer die van gisteren. Hij verkent daarbij ook het terrein van de netwerkkerk:
In de samenleving draait het steeds meer om netwerken; die ontwikkeling is ook merkbaar in de kerk. Niet in de centrale boodschap, maar wel in de manier waarop er in de kerk met elkaar wordt omgegaan en de manier waarop er tegen de kerkenraad aangekeken wordt. De kerkenraad is niet langer het verzamelpunt van alle lijnen die in de gemeente aanwezig zijn, maar hooguit nog een spin in het web. Er gebeurt van alles binnen de gemeente, maar niet aan alles hoeft het goedkeuringszegel van de kerkenraad te hangen. Dat hoefde vroeger ook niet, maar toen leek het wel eens of er een kerkenraadsvinger in elke pap moest zitten.
Dat heeft goede kanten: er is meer ruimte voor gedeelde verantwoordelijkheid. Pastoraat is niet langer exclusief een taak voor wie ouderling is, maar ook een taak van de gemeente. Ik ben mijn zusters hoeder en zij de mijne. Je merkt het aan wat er leeft op het gebied van miniwijken, kleine groepen (dat is niet hetzelfde) en de geleidelijke overgang van de klassieke bijbelstudieverenigingen naar andere manieren om met elkaar te luisteren naar Gods stem in zijn Woord.
Op het eerste gezicht lijkt dit gewoon een verandering op organisatorisch vlak. Toch is er ook sprake van een accentverschuiving van de boodschap naar het proces. Dat proces wordt onderdeel van de boodschap. Die is niet alleen meer het evangelie van Jezus Christus, maar ook het feit dat mijn zuster in de wijk mij die komt brengen.
Dit heeft te maken met een heel andere tendens binnen het kerkelijk leven. Het oude gebouw van gereformeerde leer en kerkrecht staat nog overeind, al lijkt het hier en daar behoorlijk uitgewoond. Binnen dat gebouw vinden ook de gesprekken over kerkelijke eenheid met anderen plaats, maar daarnaast groeit een tentenkamp van mensen die van harte de Heer Jezus liefhebben, maar zich binnen dit klassieke gebouw niet meer thuis voelen. De gemeente van Christus is dan overal waar christenen elkaar ontmoeten en elkaar herkennen. Er groeit een grote verscheidenheid aan manieren om dat met elkaar te beleven. Eén ervan lijkt dan uitgesloten: het geregelde kerkelijke leven zoals we dat tot nu toe kenden. Wie een beetje op internet surft en zoekt naar vloeibare kerk, emerging church en dergelijke, vindt genoeg ‘hits’.
Dit raakt ons allemaal. Ook deze benadering heeft zijn plaats binnen het veelkleurige palet van de huidige gereformeerde kerken. Het is moeilijk om dit verschijnsel te duiden binnen het instituut van de kerk dat nu eenmaal organisatie en regel kent, maar we kunnen er niet omheen dat het er is. Opvallend in het ‘vloeibare kerkbegrip’ is het sterke accent op het proces. Ik kwam zelfs een verwijzing tegen naar een website van ongetwijfeld lieve christenen, waar echter met geen woord over de inhoud van het geloof gesproken werd.
Zo kan de situatie ontstaan dat richting ‘verontrusten’ geruststellende woorden worden gesproken: het oude gebouw staat intussen nog steeds, terwijl daarnaast of daarin mensen met heel andere dingen bezig zijn. De hedendaagse cultuur speelt hierin zeker een rol. Hoe ga je daarmee om? Het is naar mijn overtuiging belangrijk om deze ontwikkeling te volgen en ons te realiseren wat dit idee van netwerkgemeenschappen betekent voor de organisatie van de kerk.
Laat ik daar nog iets aan toevoegen; Kuiper noemt het niet, maar zou de overal waar te nemen afname van belangstelling voor de middagdiensten niet ook te maken hebben met deze ontwikkelingen? Zeker, afnemend kerkbezoek kán voortkomen uit laksheid, of uit een langzaam maar zeker verpieterend geloof; maar zo is het lang niet altijd. Ik kom heel wat overtuigd gelovige mensen tegen, meestal in de jongere leeftijdsgroepen, die hun geloof intensief beleven, maar dat eerder doen in de kleine kring, met z’n dialogische karakter, dan in de (al dan niet massale) gemeentelijke samenkomst, met z’n meer monologische karakter. De conclusie die Kuiper trekt, in aansluiting aan het hierboven geciteerde, is zonder twijfel terecht: ‘Tijd om vragen te stellen aan onszelf over de kerk’.
Drs. Menko Biewenga is predikant van de NGK Enschede.