Bijbel vertalen in Overschie
2001-05-11
It’s raining cats and dogs = het regent katten en honden. Dat lijkt in het Nederlands nergens naar. ‘Het regent pijpenstelen’, zeggen wij dan. Is dat dan een onjuiste vertaling, omdat er niet letterlijk is weergegeven wat er staat? Of zijn die pijpenstelen juist goed, omdat wij voor die stevige regenval nu eenmaal een andere vergelijking bezigen dan de Engelsen?- Jaargang 45
- nummer 10
We weten het al vanaf de middelbare school: vertalen is een ingewikkeld werk. Vertaal je te vrij, dan krijg je te horen dat je niet letterlijk hebt vertaald, volg je precies de tekst, dan zegt de docent weer dat het geen goed Nederlands is….
Letterlijk, of…
Met het voorbeeld van die katten en honden gaf Jan Baronner (werkzaam bij het Nederlands Bijbelgenootschap en lid van de Nederlands Gereformeerde Kerk van Oegstgeest) aan dat vertalen lastig is. Het is kiezen: wil je precies vertalen wat er staat óf wil je je tekst in hedendaags Nederlands? Het liefst allebei, maar vaak lukt dat niet….
Daarnaast doet zich bij het vertalen nóg een complicatie voor: is er sprake van letterlijk en figuurlijk taalgebruik?
‘Ik zie je zitten’ kun je op twee manieren opvatten. Ik kijk naar jou óf jij lijkt mij geschikt. Als je helemaal niet weet in welke context die zin wordt uitgesproken: welke opvatting past dan bij de tekst?
Lees je Bijbel
Baronner was te gast bij de Nederlands Gereformeerde Kerk van Rotterdam Overschie. In deze gemeente wordt op projectmatige wijze aandacht besteed aan het thema ‘Lees je bijbel’.
Dat thema komt doordeweeks terug in persoonlijke bijbelstudie en op de studiekringen. Op zondag 11 maart was de aandacht speciaal gericht op het werk van het Nederlands Bijbelgenootschap en werd aandacht besteed aan de Nieuwe Bijbelvertaling (NBV). Ds. Erik Mouissie leidde het thema in.
Oorspronkelijk en passend
Er zijn heel oude bronnen van bijbelse teksten bekend. Maar wat is nu de meest oorspronkelijke, meest betrouwbare tekst? De Statenvertaling loste dat probleem op door een vertaling te kiezen en vervolgens in de kanttekeningen andere mogelijkheden ‘aan te bieden’. In Rotterdam werd de vraag gesteld of je dan niet ook in de NBV met kanttekeningen zou kunnen werken. Inderdaad overweegt het Nederlands Bijbelgenootschap de mogelijkheden van een NBV-studie-editie, maar op dit moment ligt de prioriteit bij de standaard-editie.
Behalve die betrouwbaarheid is er nog een ander probleem: hoe krijg je die tekst passend in de cultuur? Een voorbeeld van zo’n vertaalprobleem deed zich voor in Birma. In de Bijbel lezen we de vraag van Jezus: ‘Zou een vader zijn zoon een slang geven?’ Ja, natuurlijk, graag! zeggen de inwoners van Birma, want een slang geldt daar als lekkernij. Daarmee verdwijnt de betekenis van de tekst. Je zult dus iets anders moeten doen (er is in Birma gekozen voor: schorpioen).
Koppels van twee
Het vertalen van de bijbelboeken gebeurt ‘in koppels van twee’. Een Neerlandicus én iemand die de grondtekst kent (Hebreeuws, Aramees of Grieks) gaan samen met een bijbelboek aan de slag. Men noemt deze vertaalmethode: brontekstgetrouw én doeltaalgericht. Dus je houdt je aan de grondtekst, maar je vertaalt soms anders omdat het beeld in de gekozen taal onduidelijk is geworden (zie dat voorbeeld uit Birma). Als de tekst klaar wordt deze ‘intern getoetst’ bij het Bijbelgenootschap. Vervolgens wordt de tekst voorgelegd aan de 60 supervisoren (onze kerken leveren ook een supervisor: Ds. J.H. Veefkind uit Amersfoort), deze leveren vervolgens commentaar. Uiteindelijk is de voorlopige tekst klaar voor publicatie. Zo hebben wij nu een aantal bijbelgedeelten in huis en we mogen er commentaar op leveren. Het betreft dus nog steeds voorlopige teksten. Een discussie was bijvoorbeeld de vraag of er moet worden gesproken van de Heer, of van de Here. Vanuit feministische kring waren er ernstige bezwaren tegen het gebruik van ‘Heer’.
Een sabbatsreis
Jan Baronner zette de aanwezigen stevig aan het werk. In Handelingen 1 : 12 staat ‘een sabbatsreis daarvandaan’.
Hoe ver is dat dan? Allerlei mogelijkheden kwamen ter sprake: 300 stadiën, 250 meter, 20 minuten lopen (het juiste antwoord is: 880 meter). Omdat de meesten van ons van huis uit met de kerk zijn opgegroeid kennen we het woord wel, maar hoe groot is eigenlijk die afstand: hebben we daar wel eens over nagedacht?
‘Hoe zou u dat nu vertalen?’ vroeg Baronner aan de kerkgangers in de Bethelkerk. Er bleken meerdere voorkeuren. Als je brontekstgetrouw vertaalt laat je dat woord tóch staan.
Een probleem is wel dat het woord sabbatsreis bijna niemand meer wat zegt. Groot Nieuws heeft vertaald met: ‘op nog geen kilometer afstand’, de NBV vertaalde met ‘op geringe loopafstand’. Op die vertaling kwam veel kritiek. Het is wel echt Nederlands, maar je raakt dan wel iets belangrijks kwijt: waarom was die afstand nu juist op de Sabbat zo belangrijk? Dus dan moet de predikant weer in zijn preek uitleggen waarom die afstand belangrijk was, de sabbat….. enzovoorts. Kortom: vertalen is kiezen!
Begrijpelijk Nederlands
We kijken wel eens vreemd op? Alwéér een nieuwe vertaling? De Statenvertaling ging honderden jaren mee, en nu zijn we binnen een halve eeuw alwéér aan een nieuwe vertaling toe….. Waar is dat nu allemaal voor nodig? Ter relativering merkte Baronner op dat het ook de nodige tijd heeft gekost voordat de Statenvertaling werd geaccepteerd.
Er was ook kritiek op deze vertaling. In de loop der jaren zijn er ook andere vertalingen geweest, vooral in de 20e eeuw. Bekend werden vooral de Leidse vertaling (1912) en de Willibrord (1975).
Wie uit de NBV leest zal het opvallen dat de verschillende bijbelboeken zo’n verschillende stijl kennen. Dat klopt, aldus Baronner, het is typerend voor de NBV. In de NBG werd geprobeerd om de hele Bijbel in dezelfde stijl te vertalen, bij de NBV wordt juist geprobeerd om ieder bijbelboek zijn eigen stijl te laten houden. Het reisverslag van Handelingen is heel anders geschreven dan het boek Prediker.
Vertaalregels
De tekst van Prediker is nogal ingrijpend gewijzigd: ‘lucht en leegte’. ‘Een gewaagde keuze’, aldus Baronner. Vraag is: bestaat er voor zo’n vertaling draagvlak binnen de kerken? Overigens: ook op de naam ‘Prediker’ kwam kritiek en wel vanuit de Joodse traditie.
Men vindt Prediker een Nieuwtestamentisch woord. Maar als zowel mensen met een Joodse achtergrond als rooms-katholieke mensen als protestanten ‘van allerlei snit’ die Bijbel gaan vertalen, daar kom je dan toch nooit uit, zo vroeg iemand zich af. Volgens Jan Baronner gaat het vertalen aan de theologie vooraf. Het gaat om teksten die vertaald moeten worden. Dat gebeurt door mensen met een heel verschillende achtergrond: mannen en vrouwen, jong en oud, orthodox-gereformeerd en zelfs buitenkerkelijk, Vlaams en Nederlands.
Om een voorbeeld te noemen: bij een vertaalproject ten behoeve van de zending bleek dat een rooms-katholieke vertaler, een evangelische vertaler en een vrijgemaakt-gereformeerde vertaler het prima eens konden worden over de teksten. De discussies over de teksten blijken overal hetzelfde, de verschillen zitten in de concrete uitleg, de exegese zoals je die ook op zondag tijdens de kerkdiensten hoort.
Kinderen
De kerkgangers konden vervolgens ook aan de slag met de vertaling van een tekstgedeelte uit Lucas 15. De tekst stond weergegeven in de oorspronkelijke Griekse woorden + daaronder de letterlijke vertaling. Hoe maak je hier nu een goede vertaling van: ‘hij/zij/het is gevonden en zij begonnen blijzijn’ (het lijkt mij ook een boeiende oefening voor tijdens de catechisatie!). Er werd hard gewerkt om een passende vertaling te maken.
Sommige mensen ‘spiekten’ ondertussen in hun eigen bijbel. Boeiend was de manier waarop de kinderen met deze activiteit aan de slag gingen.
Omdat de fotograaf ondertussen een paar plaatjes schoot was de reactie van één van de kinderen: ‘Kom ik nu vóór op Opbouw?’ Nu we het toch over kinderen hebben: één van de jongste aanwezigen wilde weten of er ook een ‘vertaalgroep’ is voor kinderbijbels. Inderdaad besteedt het Nederlands Bijbelgenootschap ook aandacht aan kinderbijbels. Voorbeelden zijn de Kijk- en de Startbijbel. Bij het schrijven voor zo’n kinderbijbel zijn mensen betrokken die de grondteksten kennen én mensen die veel ervaring hebben met kinderen, zo beantwoordde Baronner deze jeugdige vragensteller.
Nederlands Bijbelgenootschap
Tijdens de themadienst werd ook aandacht besteed aan het werk van het Nederlands Bijbelgenootschap. Er zijn 6000 verschillende talen, maar er zijn nog maar 370 bijbelvertalingen gereed.
Voor China worden momenteel 4 miljoen Bijbels per jaar gedrukt, maar dat betekent dat alle Chinezen pas over 250 jaar bereikt zullen zijn….. Het werk is dus nog lang niet af.
De bijbelgenootschappen werken overigens ook steeds meer samen met een organisatie als Wycliffe. Deze organisatie houdt zich vooral bezig met de talen die door relatief weinig mensen gesproken worden. De bijbelgenootschappen geven vooral bijbels uit (drukken, distributie enzovoorts). Een tip voor in de boekhandel: als er op de zijkant van de nieuwe bijbel die u koopt eerst NBG staat en daarna KBS hebt u de ‘protestantse’ versie te pakken, als er op de zijkant eerst KBS staat en daarna NBG hebt u de ‘katholieke’ versie in handen (dus met de ‘deutero-canonieke’ boeken).
De bedoeling is dat de gezamenlijke kerken één vertaling krijgen, maar in de rooms-katholieke versie blijven de apocriefe boeken staan.
Wordt vervolgd
Daarmee was een leerzame middag bijna ten einde. In Rotterdam gaat men verder. Over het thema van deze avond wordt door de week verder gesproken. Aan alle gemeenteleden werd de basisstudie van John Stott over de Bijbel uitgereikt (uitgave: Internationale Bijbelbond). Wat in Rotterdam gebeurt lijkt mij een boeiend project dat navolging verdient.