Psalmen een pleister op de wond
2001-05-11
Bij het project van de NBV moet je niet alleen denken aan het selecte gezelschap van vertalers. Je hebt ook de kring van mensen, die over de schouders van deze noeste werkers meelezen. Menigeen is vanaf het begin op die wijze betrokken geweest bij de NBV. Opbouw vroeg vijf van deze directe omstanders naar hun kijk op de gestaag vorderende mammoetklus. Dit is wat zij er van vinden.- Jaargang 45
- nummer 10
Waar praat ik over?
Over 9 (en een beetje) van de 66 bijbelboeken, de apocriefen niet meegerekend. Meer dan driekwart moet nog vertaald/uitgegeven worden. Mijn indruk kan dus alleen maar heel voorlopig zijn.
Wat valt me op?
De vertaling van het oude testament ligt beter in het gehoor dan die van het nieuwe. Door de bank genomen scoort bij mij het oude een punt hoger dan het nieuwe: een 8 tegenover een 7. Als ik de nog niet gepubliceerde boeken meereken, kom ik voor het nieuwe testament niet verder dan een 6.
Wat vind ik positief?
Uitschieters naar boven zijn Ester, Psalmen, Openbaring, en Deuteronomium (hiermee ga ik buiten mijn boekje, lees: buiten de twee boekjes Werk in uitvoering).
De weergave van de heilige vierletternaam door HEER is, gezien het zeer gemêleerde vertaalgezelschap, het hoogst haalbare. Ik ben daar niet ontevreden mee, het staat ieder vrij om het meer persoonlijke HERE te lezen. Tussen twee haakjes: in het nieuwe testament heb ik geen probleem met de vertaling 'Heer', wèl met de combinatie 'Heer Jezus' (Mk 16:19 Hd 1:21 1K 1:2 Op 22:20) – Here Jezus leest beter en voelt warmer.
Wat vind ik negatief?
Als uitglijders naar beneden noem ik Prediker en Handelingen.
Waarschijnlijk zijn veel lezers het niet met me eens, maar over Prediker heb ik hard aan de bel getrokken: 'Is er dan geen enkele Gabriël Smit, taalgevoelige timmerman, die deze en vele andere mankementen maken kan?' Maar, nog eens, de tot nu toe vertaalde psalmen zijn een pleister op de wond! Bij het lezen van Handelingen begin ik aan een twee-bronnen-theorie te geloven, met zoet èn bitter water. Dit moet, mijn broeders en zusters(!), niet zo zijn.
Wat beveel ik aan?
• Aan de lezers: neem en lees. En sluis uw op- en aanmerkingen door naar de vertalers – nu het nog kan (NBG, Postbus 620, 2003 RP Haarlem).
• Aan mijn fellow-supervisoren: pas op je woorden. Mijn buurman, niet bijbel- wel krantenlezer, sprak mij aan over ons gekrakeel inzake de Naam. Bij werk- en naamwoord beschikt het Hebreeuws over mannelijke èn vrouwelijke opties. Toch wordt in de omgeving van God altijd de mannelijke vorm gebruikt. En ook als Hij vader wordt genoemd, is dat in een context van moederlijke mildheid (Dt 32, Ps 89, Js 63vv). Passend op je woorden pas je op het woord!
• Aan de vertalers: wat ik u naar aanleiding van Efeziërs 1 schreef: 'het indruk wekkende, de gloed, de verwondering is er uit, zie het is alles steriel geworden'. Het meest karakteristieke van het boek dat 'boeken' (biblia) heet, is dat het niet conform de mens is (Gl 1:11). Laat ons His Masters Voice horen: dat is de grootste dienst die u de komende generatie kunt bewijzen.
Drs J.H. Veefkind is emeritus-predikant van de Nederlands Gereformeerde Kerken, woont te Amersfoort en is dichter.