NBV Prediker geen ijdelheid

2001-05-11
  • Jaargang 45
  • nummer 10
‘O nee? Heeft dat niets met de beautycase te maken?’ De studente aan de Wittenberg was oprecht verbaasd. ‘Dat heb ik nou altijd gedacht.’ IJdelheid der ijdelheden, heeft er eeuwenlang gestaan. Lucht en leegte vertaalt de Nieuwe Bijbelvertaling. Hoe komen ze daar nou aan, aan zo'n vertaling?
Deze vondst waarmee het boek Prediker wordt geopend lijkt me heel geschikt om de NBV van Prediker te typeren. Een vondst is het. Vergeleken met ijdelheid der ijdelheden is lucht en leegte toegankelijker én letterlijker en bovendien zeker net zo fraai.

1. Toegankelijk, maar niet versimpeld.
Lucht en leegte is veel toegankelijker dan ijdelheid der ijdelheden. Ook voor wie wel weet dat ijdelheid niets met ijdeltuiterij te maken heeft is het niet zo makkelijk aan te geven wat het dan wél betekent. Lucht en leegte geeft in elk geval meer handvatten. Maar gelukkig is de NBV niet in de valkuil getrapt om de tekst plat te slaan door alles uit te leggen. (Zoals Het Boek wel doet, die begint met: Naar mijn mening is niets waardevol, alles is vruchteloos.) Dit lijkt me kenmerkend voor de NBV: Helder, maar niet simplistisch en bovendien niet bang voor minder gebruikelijk idioom en wat plechtige woorden. (Zie bijvoorbeeld ook 5:17: goed en weldadig, spijs en drank, luttel aantal levensdagen)

2. Zorgvuldig, maar niet slaafs.
In de toelichting bij de vertaling wordt uitgelegd dat het woord in de brontekst (hèvèl) letterlijk '(v)luchtigheid' of 'lucht' betekent en dat het daarom niet nodig is het met een abstract woord als 'ijdelheid' te vertalen. Bovendien wemelt het eerste hoofdstuk van Prediker van de beelden uit de natuur. De beeldspraak 'lucht' kan dus blijven staan.
Maar als je de Hebreeuwse grammaticale constructie ook letterlijk overneemt krijg je 'lucht van luchten' en dat is natuurlijk niks. Vandaar de toevoeging van het verwante en allitererende woord leegte. Lucht en leegte. Toegankelijk, zorgvuldig en zeer fraai.

3. Fraai
De NBV van Prediker is een mooie vertaling geworden. Er is veel aandacht voor de vorm, voor schoonheid, voor goedlopende zinnen, voor poëzie met soepel metrum. De grens tussen poëzie en proza is vloeiend, net zoals in de brontekst. Een vertaling waarmee je voor de dag kunt komen, taalkundig zeer verantwoord (voor zover ik dat kan beoordelen). Misschien zal de schoonheid niet voor alle bijbellezers van belang zijn. Als ik kijk hoe populair Het Boek is geworden, kiezen veel lezers vooral voor duidelijkheid.
En wie zal het ze kwalijk nemen als ze met kinderen of tieners aan tafel zitten of gewoon genoeg hebben van het gepuzzel om de vertaling uit 1951 te volgen? Maar toch, de bijbel is het waard door de beste wetenschappers te worden bestudeerd en naar beste taalkundige weten te worden vertaald.
Vroom nattevingerwerk is niet goed genoeg. En wat voor kritiek er ook op de NBV mag zijn, niet dat het nattevingerwerk is. Uit vele zinsneden spreken ampele overwegingen, of je het nu eens bent met de beslissing of niet. Ik wil nu een aantal vertaalbeslissingen onder de loep nemen, om een indruk te geven van de keuzes die zijn gemaakt.

Wie zal ooit weten
Eerst een positief voorbeeld: Prediker 3:18-22

18. Ik zei tegen mezelf dat God de mensen heeft bevoorrecht: ze beseffen dat ze als de dieren zijn.
19. Niet meer dan de dieren zijn ze, want de mensen en de dieren treft hetzelfde lot. Zoals een dier sterft, zo sterft ook een mens; ze delen in dezelfde adem. Dat is hun beider lot. Een mens is niet beter af dan een dier, want alles is maar leegte.
20. Alles gaat naar dezelfde plaats, alles is uit stof ontstaan en alles keert tot stof terug.
21. Wie zal ooit weten of de adem van een mens naar boven opstijgt en die van een dier afdaalt, neerwaarts naar de aarde?
22. Daarom, zo heb ik vastgesteld, is het maar het beste voor een mens dat hij vreugde put uit alles wat hij onderneemt. Dat is wat hem is toebedeeld, want wie zal hem van iets laten genieten na zijn dood?

Kritiek is er gekomen op vers 21: Wie zal ooit weten ofDe oudere vertalingen (NBG en SVV) hebben: Wie bemerkt dat…. Dat maakt nogal wat uit: hoever gaat Prediker in zijn uitspreken van de realiteit van de dood?
Als je zegt: wie bemerkt dat de adem der mensenkinderen opstijgt? ga je ervanuit dát die adem opstijgt, alleen: je kunt het niet zien. Maar als je zegt wie zal ooit weten of die adem opstijgt trek je niet de waarneming, maar de zaak zelf in twijfel: is er eigenlijk wel verschil in het sterven van mens en dier? Het gaat in dit geval om meer dan een vertaalkwestie. Dit is een van de zeldzame gevallen waarin de NBV het nodig heeft gevonden de Hebreeuwse tekst te wijzigen. Mij lijkt die wijziging terecht en het doet me deugd dat de NBV de moed heeft gehad te kiezen voor de taalkundig meest waarschijnlijke optie.

Gedenk daarom je schepper
Moeite heb ik met de NBV van 12:6.
Gedenk daarom je schepper, voordat het zilverkoord wordt weggenomen, de gouden lamp gebroken, de waterkruik in stukken valt, het scheprad bij de put wordt stukgebroken.

Ter vergelijking de NBG '51: voordat het zilveren koord losgemaakt en de gouden lamp verbroken wordt; voordat de kruik bij de bron verbrijzeld en het scheprad in de put verbroken wordt.
Het staat in een poëtisch gedeelte over het ouder worden en sterven van de mens en ik ben er blij mee dat de NBV in de lay-out ook laat zien dat het om poëzie gaat. Gedenk je Schepper, zegt Prediker, want je jeugd en jonge jaren zijn snel voorbij. Mijn moeite ontstaat als Gedenk daarom je schepper in de NBV herhaald wordt in vers 6.
Inhoudelijk wordt er weliswaar niets toegevoegd, omdat het gedenk daarom je schepper al impliciet in het voordat zat, en vertaalkundig is deze toevoeging ook wel te verdedigen, maar mij lijkt het een versimpeling die niet nodig is, een betutteling van de lezer, die blijkbaar geacht wordt dit zelf niet te kunnen bedenken. Jammer vind ik ook dat bij de bron is weggevallen. De reden die hiervoor door de medewerkers van de NBV wordt gegeven is dat anders de herhaling te overladen wordt en het ritme minder aantrekkelijk. Hier wordt de letterlijkheid dus geofferd aan de schoonheid. Dat gaat mij te ver. Ik probeer m'n leerlingen op de Wittenberg attent te maken op deze vorm van herhaling, als Hebreeuws poëziemiddel en zo gaat dat minder lukken. En bovendien vind ik dat er ruimte moet blijven voor dominees die een prachtig diepzinnige inhoud zien in dat 'bij de bron'.

Eigenlijk staat er
Het ergste voorbeeld van ontrouw aan de brontekst vind ik in Prediker 3:5:

Er is een tijd om te ontvlammen en een tijd om te verkillen, een tijd om te omhelzen en een tijd om af te weren.
Opnieuw ter vergelijking de vertaling uit 1951: een tijd om stenen weg te werpen en een tijd om stenen bijeen te zamelen, een tijd om te omhelzen en een tijd om zich van omhelzen te onthouden.

De eerste helft van dit vers is niet erg duidelijk. Waarom zou iemand stenen weg willen werpen en later weer bijeen willen zamelen? De NBV heeft afgesproken alléén onduidelijk te willen zijn als de oorspronkelijke tekst onduidelijk bedoeld is. Dat is hier waarschijnlijk niet het geval, omdat de overige verzen van dit gedeelte wel duidelijk zijn. Daarom hebben de vertalers gezocht naar een verklaring en die gevonden in een rabbijnse uitleg die 'stenen wegwerpen' opvat als beeld voor de geslachtsdaad. Vandaar: ontvlammen en verkillen. Deze keuze lijkt mij een blijk van trouw aan de principes van de NBV, maar tegelijk een blijk van ontrouw aan de tekst en onderschatting van de lezer. En bovendien: volstrekt speculatief. Ik wil zo weinig mogelijk – zeker van de kansel af – het betweterige 'eigenlijk staat er' zeggen. Maar door dit soort transacties word ik daar wel toe gedwongen.

De adem van het leven
Wel weer heel mooi en letterlijk genoeg vind ik 12:7:

Wanneer het stof terugkeert naar de aarde, weer wordt zoals het was, wanneer de adem van het leven weer naar God gaat, die het leven heeft gegeven. De adem van het leven.

Roeach kan vertaald worden met geest of adem of wind. De SVV en NBG variëren tussen wind, geest en adem. De NBV tussen wind en adem. Zelfs in 7:9 en 8:8 is voor adem gekozen, waar SVV en NBG geest en wind hebben. De keuze in 12:7 voor de adem van het leven en het leven lijkt me heel adequaat en het klinkt gewoon heel fraai en dat was ook de bedoeling van de vertalers.

Een duidelijke verbetering
Kortom, de NBV van Prediker is volgens mij een betrouwbare en goed leesbare vertaling. Een duidelijke verbetering ten opzichte van bestaande vertalingen: veel toegankelijker dan SVV en NBG '51, veel betrouwbaarder dan Het Boek en minder versimpeld dan Groot Nieuws en Het Boek. De NBV van Prediker bevat behoorlijk wat vondsten, soms heel mooi en treffend, soms erg gewild.
Wat meer terughoudendheid bij het verwerken van deze vondsten zou de vertaling zelfs nog beter kunnen maken.
Ik verwacht dat velen dan, net als ik de afgelopen maanden al heb gedaan, met vrucht en zegen gebruik zullen maken van deze vertaling in prediking, pastoraat en onderwijs.

1) Voor de kenners: MT heeft pronomen hi en het (overbodige) artikel há (met kamets), ipv het vraagpartikel ha (met patach). Zie voor de constructie ook Prediker 2:19. Met dank aan ds. Henk de Jong, die me wees op zijn artikel in de Opbouw van 22-11-1963.

Drs A. Langbroek-Knoeff is theologe, lid van de Nederlands Gereformeerde Kerk te Apeldoorn en werkzaam als pastoraal werkster in de Nederlands Gereformeerde Kerk te Oegstgeest.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief