De vertaling van de eeuw(wisseling)
2001-05-11
Dertig jaar geleden is het al weer, dat ik in de meimaand de HBS examens frans, duits en engels moest zien door te komen. Bij het schriftelijk onderdeel kreeg je dan een tekst voor je neus in een anderlandse taal (zoals één van mijn dochtertjes het steevast zegt) met de opdracht om het over te zetten in fatsoenlijk Nederlands.- Jaargang 45
- nummer 10
| NBV (1 Corinthe 1:4-9) (4) Ik dank mijn God voor u, omdat hij u in Christus Jezus zijn genade heeft geschonken. (5,6) Door hem bent u in elk opzicht rijk geworden. Alles wat u zegt en al uw kennis bewijst dat het getuigenis over Christus diep bij u geworteld is, (7) en hierdoor ontbreekt het u, terwijl u wacht op de komst van onze Heer Jezus Christus, aan geen enkele gave van de Geest. (8) Hij is het ook die u tot het einde toe de vaste zekerheid geeft dat u geen blaam zal treffen op de dag van onze Heer Jezus Christus. (9) God, door wie u geroepen bent om één te zijn met zijn Zoon Jezus Christus, onze Heer, is trouw. |
| NBG (1 Corinthe 1:4-9) (4) Ik dank mijn God telkens weer om u. Ik dank hem voor de goedheid van God die u gegeven is in Christus Jezus. (5) Want door uw verbondenheid met hem bent u in elk opzicht bevoorrecht, in spreken en in kennis. (6) Zo stevig heeft het getuigenis over Christus zich in u verankerd, (7) dat geen enkele genadegave u ontbreekt, terwijl u vol verwachting uitziet naar het moment dat onze Heer Jezus Christus zich zal openbaren. (8) En God zal u staande houden tot het einde toe, zodat u vrij bent van schuld op de dag van onze Heer Jezus Christus. (9) God is getrouw, door wie gij zijt geroepen tot gemeenschap met zijn Zoon Jezus Christus, onze Here. |
Het lukte allemaal, maar ik kon toen nog niet vermoeden, dat ik drie decennia later ‘vertalen’ zou typeren als een heel boeiend proces. Want zo kijk ik er inmiddels wel tegenaan met de examens ver achter me en lezend in deel 1 en 2 van ‘Werk in uitvoering’.1)
Globaal en in detail
Toch is dat middelbare schoolwerk een peulenschilletje vergeleken met het vertalen van de bijbel. Dan krijg je te maken met een boek in drie verschillende talen (hebreeuws, aramees en grieks), 20 tot 30 eeuwen geleden geschreven, met zeer gevarieerde teksten en meer van zulke complicerende factoren (Werk in uitvoering, I, p,215).
Een heel leger van theologen en taalkundigen werd daarom zo’n tien jaar geleden betrokken bij een interconfessioneel opgezet vertaalproject om zo te komen tot een Nieuwe Bijbel Vertaling. De eerste proeve van een tiental bijbelboeken is inmiddels uitgebracht (zie ook het artikel ‘NBV onderweg’ elders in dit themanummer) en de NBV is zondermeer een veel leesbaarder vertaling dan die van het NBG en daarin vergelijkbaar met Groot Nieuws en vooral de Willibrordvertaling. Een extra plus vergeleken met die laatste twee is, dat het stijleigene van de verschillende bijbelboeken in de NBV beter tot zijn recht komt.
De taal, die hedendaags is zonder modieus te worden, is niet langer een drempel om bij de bijbelse inhoud te komen en dat is een groot pluspunt. Zo is ook de reactie van de proeflezers, die voor dit nummer van Opbouw gevraagd zijn. De mijne is niet anders zolang het gaat om een vrij globale lezing (van grotere eenheden). Mijn enthousiasme neemt af als ik de details van de tekst (vanuit de grondtalen) probeer te volgen. De NBV is in al zijn soepelheid zo vrij geworden, dat je nauwelijks meer idee krijgt van het specifieke woordgebruik in de brontekst (het hebreeuws/aramees van het OT en het Grieks van het NT). Daar kan ik ook wel wat van laten zien. Ik koos een vrij willekeurig fragment (1 Corinthe 1:4-9) uit de opening van één van Paulus’ brieven. U vindt het ergens op deze pagina terug in de vertalingen van NBG en NBV. Ik moet dus te controleren zijn als ik een paar van die details belicht.
Het ene woord is het andere niet
Over vers 4-6 zou zeker meer te zeggen zijn,2) maar ik beperk me tot vers 5, dat in de NBV als volgt vertaald is: ‘Alles wat u zegt en al uw kennis bewijst, dat het getuigenis over Christus diep bij u geworteld is’. Het gaat me om de wending ‘diep wortelen’, die in de NBG-vertaling met ‘bevestigen’ is weergegeven. Op zich een mooie vondst, die de bedoelde werkelijkheid van de tekst ook goed weergeeft. En toch? Deze stap van ‘bevestigd’ naar ‘diep geworteld’ betekent in de eerste plaats wel een wisseling van beeld.
Het beeld van de rechtszaal (getuigen/ bevestigen) wordt immers ingeruild tegen een beeld, dat uit het plantenrijk afkomstig is (wortelen) en als je zo’n verandering in beeldgebruik bij het vertalen kunt vermijden is dat verreweg het beste. Een groter bezwaar lijkt me vervolgens, dat je met het werkwoord ‘wortelen’ in een ander (en in het NT bestaand!) taalveld terecht komt. Pikant genoeg komen de werkwoorden ‘wortelen’ en ‘bevestigen’ zelfs een keer samen in één tekst voor (Colossenzen 2:7). Ik hoef nauwelijks te zeggen, dat ik wel een beetje benieuwd ben naar de vertaling van dát vers. Tenslotte pleit m.i. tegen de vertaling, dat je bij het werkwoord ‘wortelen’ meer denkt aan een (groei) proces - en niet meer dan dat - terwijl ‘bevestigen’ de aandacht vraagt voor degene, die in die bevestiging zijn hand heeft gehad, in dit geval God. Zeker ook, omdat je in het NT bij de hier gebruikte passieve vorm heel vaak mag denken aan God als bewerker (b.v. Mattheüs 5:1-12vertroost worden, d.w.z. God zal vertroosten).
Zo klinkt hier m.i. bij ‘bevestigd zijn’ iets door van ‘God heeft bevestigd’. Bovendien past dat in de context ook heel goed, want in vers 8 wordt hetzelfde werkwoord gebruikt voor een bevestiging van Gods kant (zie NBG). Maar met de vertaling ‘wortelen’ verlies je in vers 6 deze notie, die je in het oorspronkelijk Grieks mag veronderstellen.
Van het één komt het ander
Een vers verder wacht de lezer een volgende interessante verwikkeling. Ik zit dan bij de zin ‘en hierdoor ontbreekt het u, terwijl u wacht op de komst 3) van onze Heer Jezus Christus, aan geen enkele gave van de Geest. Hij is het ook die u tot het einde de vaste zekerheid geeft ...’. (NBV).
Vergeleken met de NBG-vertaling (en het griekse origineel) heeft de NBV de zin enigszins omgebouwd, waardoor vers 7 besluit met de zinswending ‘ontbreekt het u .... aan geen enkele gave van de Geest’. Als je dán in de NBV doorleest in vers 8 heeft het er alles van weg, dat de Geest ‘tot het einde de vaste zekerheid geeft’. Maar dat is in de brontekst zeker niet de bedoeling. In het grieks (en NBG) is ‘onze Heer Jezus Christus’ de laatstgenoemde in vers 7, zodat er grammaticaal veel voor te zeggen is om het daaropvolgende ‘Hij’ van vers 8 terug te laten slaan op onze Heer. Of is het toch God, die bevestigt? Ook dat zou kunnen vanuit het totaal van deze perikoop en het eerdere ‘bevestigen’ van vers 6 (NBG). Maar hoe die keuze ook uitvalt, met ‘Hij’ wordt zeker niet de Geest bedoeld! Sterker nog, in het grieks komt het woord ‘Geest’ niet eens voor! Het is een nadere invulling door de NBV van het ene griekse woord, dat er wél staat: ‘charisma’. Dat wordt in de NBV invullend weergegeven met ‘gave van de Geest’. Los van dit misverstand geloof ik trouwens toch niet dat het woord ‘charisma’ in het Nieuwe Testament zo moet worden ingevuld en vertaald. In het griekse ‘charisma’ zit het woord ‘charis’ (genade) ingebakken en daarmee wordt de genade van God bedoeld, met alle geschenken die dat van zijn kant losmaakt.
Daar is ook wel eens de Geest in geding, maar lang niet altijd.4) Het plechtiger ‘genadegave’ (NBG) is daarom als vertaling misschien iets minder doorzichtig, maar zakelijk juister.
Terug naar de brontekst
Dat zijn dus een tweetal kwesties, met voor wie daar niet genoeg aan had nog wat kruimels in noot 2 en 3. Het zijn voornamelijk details, maar in deel 2 van ‘Werk in uitvoering’ en nog uitgebreider in de brochure ‘Tegen het licht gehouden’ (NBG, KBS) kunt u lezen, dat er juist op de details van de vertaling relatief veel kritiek is gekomen.
Ik sluit me daar dus bij aan. Best mogelijk, dat ik een stuk positiever zou worden, wanneer me meer zicht zou worden geboden op de argumentatie achter zo’n vertaling. Maar in ‘Werk in uitvoering’ vind je slechts een enkel voorbeeld van zo’n verantwoording.
Ik hoop dat het t.z.t. allemaal nog eens in extenso op een cdrom verschijnt. Sowieso zou het van mij een vertaling met voetnoten mogen worden, waarin enige indruk van het woordgebruik in de grondtekst zou worden gegeven.
Maar ik geloof ook nog wel dat dat laatste te bereiken is binnen de gekozen vertaalaanpak. Dat daarbinnen ruimte is om zo te werken, dat meer gerekend wordt met de oorspronkelijke terminologie en minder snel wordt overgestoken van het ene taalveld naar het andere, zoals in 1 Corinthe 1: van ‘bevestigen’ naar ‘wortelen’, van ‘openbaring’ naar ‘komst’ (zie noot 3) en van ‘genadegave’ naar ‘gave van de Geest’. En wanneer dan ook nog eens, zonder noemenswaardige schade, de zinsconstructie verwant kan blijven aan het origineel - waarom niet?
Want iedereen die wel eens een bijbelkring bezocht heeft, weet dat bij een geconcentreerd gesprek over de bijbeltekst, geregeld de vraag opkomt: wat voor woord zou er eigenlijk oorspronkelijk staan? Een vraag, waaruit het verlangen spreekt om de bijbel ook in zijn details te leren kennen in het besef, dat zulke inzichten je geloof kunnen verrijken. Op zo’n vraag kon je bij de NBG-vertaling vaak nog wel zeggen, dat het betreffende woord een vrij directe vertaling was van het griekse of hebreeuwse origineel. Het was ook niet moeilijk om een paar andere plaatsen noemen, waar hetzelfde woord gebruikt werd. Zoiets was zelfs voor iemand met alleen het NBG op schoot vaak nog wel te volgen, maar met de NBV zal dat een stuk moeilijker, zo niet onmogelijk zijn.
Mode en markt
Wordt die vraag op een huidige bijbelkring nog wel zo vaak gesteld, zegt u misschien? Inderdaad is de aanpak op veel bijbelkringen de laatste vijftien jaar veranderd.5) Met meer openheid voor wat het bijbelgedeelte ons hier en nu te zeggen heeft en minder aandacht voor de details van de bijbeltekst zelf - bijvoorbeeld aan de hand van een boek als van Pop, Bijbelse woorden en hun geheim. Niet voor niets zijn vertalingen als Groot Nieuws en Willibrord en een weergave als die van Het Boek ook in onze kerken populair geworden. Bij de eerste twee sluit de NBV moeiteloos aan. Maar daarin heeft deze nieuwste vertaling wel degelijk een modieuze trek. Niet in de taal, zoals in de toelichting van ‘Werk in uitvoering’ ook wordt benadrukt, maar wel in de aanpak. Terwijl met het NBG een andersoortige vertaling zal gaan wegvallen, waar je al studerend in de details verder kon komen, zal die ontstane leemte niet door de NBV worden gevuld. Gewoon, omdat deze vertaling te veel zit in de lijn van Groot Nieuws en vooral de Willibrord vertaling. Maar daarmee laat men wel een gat in de markt liggen. Geen economisch gat, want de NBV heeft genoeg kwaliteit om goed verkocht te worden, maar in meer geestelijke zin wel. Voor enige woordstudie zul je meer dan ooit de grondtekst moeten induiken. Alleen - en dat past ook in het plaatje - in dezelfde jaren waarin het plan voor de NBV geboren werd, is aan de universiteiten meer en meer ruimte gekomen om als theoloog af te studeren zonder de talen van de grondtekst van de bijbel (enigszins) te kennen. De verwantschap tussen deze ontwikkeling in de theologie en de vertaalaanpak van de NBV en toch ook onze eigen omgang met de bijbel is niet toevallig. Dat zat (en zit) gewoon in de lucht. Maar verbazen zou het me niet als een volgende generatie - die gewoon weer meer wil weten (!) - de NBV op de stapel legt van Groot Nieuws en Willibrord en de vertaling zal missen, waar je écht verder mee komt. Waarmee de vertaling van de eeuw in feite tot een vertaling van de eeuwwisseling is geworden.
Noten:
1. Van ‘Werk in uitvoering’ zijn inmiddels twee deeluitgaven. Boeiend en over het algemeen goed leesbaar is de toelichting en de verantwoording van de vertaling.
Daarmee krijg je echt een kijkje in de keuken van het vertaalwerk! Zeer aanbevolen.
2. Alleraardigst is het eerste verschil. In de NBV lees je ‘mijn God’, terwijl in de NBG dat ‘mijn’ ontbreekt. Het is een typische handschriften-kwestie. De grote meerderheid van de handschriften heeft ‘mijn God’ en ook de statenvertalers hielden die variant voor de juiste. Ook voor het weglaten van dat woordje ‘mijn’ zijn wel argumenten, die dus voor het NBG het zwaarst wogen.
Zakelijk is er natuurlijk weinig verschil. Andere punten bij vers 4 zijn of ‘altijd’ niet treffender kan worden weergegeven met ‘keer op keer’ of ‘steeds weer’ (Willibrord) en verder zie ik de noodzaak niet om deze passieve zin (zie NBG) actief te vertalen.
Wat vers 5 betreft, snap ik niet goed waarom daar met ‘door hem’ wordt vertaald, terwijl in vers 4 hetzelfde griekse voorzetsel wel met ‘in Christus Jezus’ wordt weergegeven. Verder is het eerste zinsdeel van vers 5 in de NBV op zichzelf komen te staan, terwijl in het tweede gedeelte van dit vers het ‘in elk opzicht’ wordt uitgelegd. De dubbele punt van de NBG-vertaling is me dus liever dan de ene punt van de NBV. Een ander kwestie is dat de NBV ‘in elk woord’ weergeeft met ‘alles wat u zegt’. De vraag is of de strekking dan niet te algemeen wordt, gelet ook op het griekse ‘logos’, dat hier in de grondtekst wordt gebruikt en verderop in de brief een belangrijke rol speelt (1:18, ‘woord van het kruis’ - NBV: boodschap over het kruis; 12:8, ‘woord van wijsheid’ en ‘een woord van kennis’ - NBV: ‘verkondigen van wijsheid’ en ‘het overdragen van kennis’). Juist ook vanwege de combinatie van ‘woord’ en ‘kennis’ zou ik hier toegespitster willen denken aan de gaven (waarop Paulus later in de brief terug zal komen).
3. In vers 7 wordt ‘de openbaring van onze Heer Jezus Christus’ (NBG) vertaald met ‘de komst ...’. Ook hier stapt de NBV over naar een ander (en bestaand!) taalveld. Want in het grieks wordt ‘de komst’ weergegeven met het bekende woord ‘paroesia’. In vers 8 wordt in het grieks opnieuw het woord ‘bevestigen’ gebruikt (net als in vers 6) - in de NBV weergegeven met het licht psychologiserende ‘vaste zekerheid geven’.
4. Zie de commentaren, maar ook b.v. Gordon Fee, Gods Empowering Presence, p. 32-35 (over charisma) en p.84-90 (over 1 Corinthe 1:4-7).
5. Zie een instructief artikel van A.v.d.Dussen, Meditatief bijbellezen; in Opbouw (41e jrg. nr. 2, 1997).