Tenslotte: mee met de NBV?

2001-05-11
  • Jaargang 45
  • nummer 10
Na het lezen van de artikelen in deze special blijven twee dingen haken. Aan de ene kant is er een duidelijke behoefte aan een nieuwe eigentijdse bijbelvertaling. Wie bijvoorbeeld met jongeren of met zogenaamd ‘nieuwgelovigen’ de vertaling van 1951 leest, heeft heel wat uit te leggen. Woorden en zinsconstructies landen niet en worden als ouderwets ervaren. De taal vormt een in sta-in-de-weg voor een goed en direct verstaan van Gods stem. De Nieuwe Bijbel Vertaling probeert met behulp van het vertaalprincipe ‘doeltaalgericht’ de drempel van de taalbarrière te slechten. Dit lijkt vrij goed te werken. De doorsnee lezer ervaart immers de vertaalproeven van de NBV als toegankelijk en goed leesbaar.
Deze vertaling zal vast door velen een warm onthaal krijgen en aan de eettafel, in de binnenkamer, op de jeugdclub of tijdens de catechisatie met plezier worden gelezen.
Wordt aan de andere kant de Nieuwe Bijbel Vertaling op het vertaalprincipe ‘brontekstgetrouw’ beoordeeld, dan is de uitkomst minder positief.
Menigeen vindt, dat te veel van de oorspronkelijke tekst in de vertaling verloren is gegaan. Om die reden is het nog maar de vraag of de Nieuwe Bijbel Vertaling in de toekomst als kanselbijbel in onze kerken zal kunnen worden verwelkomd. De Landelijke Vergadering van Amersfoort vroeg onlangs de vertegenwoordigers in het RCOB (Raad voor Contact en Overleg betreffende de Bijbel) - te weten de predikanten K. Holwerda en A.M. van Leeuwen - om de Landelijke Vergadering van 2004 te dienen met overwegingen omtrent het gebruik van de Nieuwe Bijbelvertaling in de kerkdienst. Het blijft dus spannend.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief