Zending tussen kerk en kerkverband (3)

2000-02-18
  • Jaargang 44
  • nummer 4
Hoort zending tot die zaken die we binnen het kerkverband samen doen?
En als dat zo is, is het dan zinnig een landelijke commissie voor zendingszaken in te stellen? Als die commissie er komt, wat zou ze dan voor taakomschrijving meekrijgen van de landelijke vergadering? Ik maak wat opmerkingen als eerste en daarom ook voorlopige beantwoording van deze vragen. Daarbij laat ik me inspireren door wat de vrijgemaakte synode van Leusden over zending en hulpverlening besloten heeft, en waarvan ik in het vorige artikel een indruk gaf. Bij zending is het op het thuisfront van belang de juiste organisatorische structuren aan te brengen.
De aanvaardbaarheid van die structuren wordt bepaald door organisatiedeskundige normen, waaraan afgemeten kan worden of ze in de praktijk ook werkelijk dienstbaar zijn aan het gestelde doel.
Maar kerkordelijk zal het erom gaan de juiste balans te vinden tussen de verantwoordelijkheid van de plaatselijke kerk voor zendingswerk en de betrokkenheid van het kerkverband erbij.

Bij alle winst die we kunnen doen met de besluiten van Leusden, moeten we wel bedenken dat wij in een ander kerkelijk klimaat leven dan de vrijgemaakten.
Het meeste zendingswerk wordt daar kerkelijk georganiseerd of op plaatselijk of op kerkverbandelijk vlak. Dat is bij ons, vermoed ik, niet het geval. Er is bij ons kerkelijk zendingswerk, maar er is ook veel wat met een ongelukkige term geloofszending wordt genoemd.
Er is veel particulier initiatief, dat door een gemeente wordt gesteund.
Er zijn legio comités die allerlei barmhartigheidswerk in Oost-Europa behartigen, gesteund door plaatselijke kerken.
Maar ik vermoed dat er maar weinig officiële structuren zijn, waarbinnen al dat verschillende werk plaats vindt. Het is bij ons allemaal wat minder goed georganiseerd, structureel wat minder hecht doortimmerd, wat minder weldoordacht. Dat is niet zo erg, zolang we ons daar maar niet op voorstaan, alsof dat pas echt bijbels-evangelisch is.
Dat is niet alleen niet waar, het breekt ons in de praktijk ook op, zoals ik uit ervaring weet.

Zending: landelijke betrokkenheid
Als volk van God in deze wereld hebben ook onze kerken een gemeenschappelijke zendingsroeping.
Ik zou niet weten hoe deze stelling ontkend kan worden. Ik heb het altijd merkwaardig gevonden dat onze kerken, in bredere vergaderingen bijeen, over van alles en nog wat delibereren, maar aan de wezenlijkste taak van de kerk, de zending, voorbijgaan.
Het kan alleen verstaan worden tegen de achtergrond van een onvolledige visie op wat een kerkverband is. Ik ga er nu verder aan voorbij; het zou een hele reeks artikelen vragen van iemand die meer ter zake kundig is dan ik, om deze materie grondig om te spitten. We zijn eraan toe om opnieuw dit onderwerp in discussie te nemen zonder gehinderd te worden door het polemische klimaat van de 60er jaren.
Handhaven we het aloude uitgangspunt dat plaatselijke kerken verantwoordelijk zijn voor concrete zendingsprojecten, van welke aard dan ook, we zullen veel meer aandacht dienen te geven aan de landelijke betrokkenheid van onze kerken bij zulke plaatselijke projecten en initiatieven. Die betrokkenheid komt allereerst uit in een fundamentele bezinning op de vraag hoe wij als kerken van Christus onze zendingstaak in het nieuwe millennium vorm denken te kunnen geven. Uit die bezinning kan een algemeen beleidsdocument groeien, waarin doeleinden en middelen worden beschreven, nadat ook de huidige situatie is geanalyseerd en ons zendingspotentiaal in kaart is gebracht. Binnen een algemeen aanvaard beleidsplan kan dan gezocht worden naar welke plaats elk project en initiatief in het geheel kan innemen. Krachten kunnen gebundeld worden; het langs elkaar heen werken kan voorkomen worden; doelgerichter kunnen de verschillende dingen worden opgezet en begeleid. Een gemeenschappelijke visie werkt stimulerend en houdt de vaart in het zendingswerk ook op de lange termijn.
Een landelijk overlegpunt kan ook een landelijk aanspreekpunt worden. Het wordt het adres waar men terechtkan voor informatie over zendingsactiviteiten van onze kerken; de public relations zou ook best gemeenschappelijk opgezet kunnen worden: waarom geen gemeenschappelijk zendingsblad, waarin letterlijk iedereen een plaatsje krijgt? Maar dit kan uitgroeien tot een coördinatiepunt: al die verschillende activiteiten ontmoeten elkaar hier, zodat verspilling van energie, geld en personeel voorkomen kan worden.
Kruisbestuiving kan door middel van ontmoetingsdagen en studieconferenties worden bereikt.
Tenslotte zou van hieruit ook expertise opgebouwd en beschikbaar kunnen worden gesteld aan plaatselijk zendingswerk, dat op dit punt vaak problemen kent. Ook het onderhouden van contacten met jonge kerken zou via zo'n landelijke commissie geregeld kunnen worden.
Dr Christien Breman pleitte al jaren geleden voor een soort zendingshuis; dat was toen, gezien het kerkelijke klimaat, te vroeg. Maar iets dergelijks zou nu in overweging genomen kunnen worden, waarbij we rekening houden met de beperkte financiële draagkracht van onze kerken.

Zending: plaatselijke verantwoordelijkheid
Wie toch wat schrikt van al dat organisatorische van bovenaf, wil ik verzekeren dat dit helemaal niet in mindering hoeft te komen op de plaatselijke verantwoordelijkheid voor zendingswerk. Dat zou kerkordelijk zelfs wel vastgelegd kunnen worden in een nieuw artikel in ons Akkoord van kerkelijk samenleven, dat de zending regelt. De vrijgemaakte regeling om zo mogelijk via het kerkverband zendingswerk te behartigen, vind ik in ons kerkelijk klimaat minder geschikt, al heb ik er principieel geen bezwaar tegen. Maar er kan juist een stimulans uitgaan van een kerkverbandelijke concentratie - dus geen centralisatie - om zendingswerk aan te pakken maar dan weldoordacht en weloverwogen, theoretisch en praktisch. Ik denk overigens dat heel wat zendingsinitiatieven onder ons helemaal geen kerkelijke basis hebben.
Soms wordt een gemeente wel gevraagd om een bepaald plan te steunen, dat door particulieren is opgezet; maar er is verder weinig of geen inspraak in beleidsontwikkeling en besluitvorming, of inhoudelijk overleg over doel, wegen en middelen van het project; laat staan dat er een theologische toetsing plaats vindt van het werk waarvoor in de erediensten gebeden wordt.
Alsof voorbede los verkregen kan worden! Maar ook zulke niet direct kerkelijk gebonden initiatieven kunnen, indien men dat wil, via het landelijk overleg betrokken worden in het proces van samenwerken voor zending.
De moeite van overweging waard vind ik de vrijgemaakte opzet om de diakenen te betrekken bij het barmhartigheidsbetoon in de zending.
Ondergronds werkt ook onder ons dat Kuyperiaanse model van de kerk als instituut en als organisme.
Barmhartigheidswerk op zendingsvelden is ook bij ons per definitie geen zaak van diakenen; dat wordt door particuliere verenigingen behartigd.
Daar moeten we toch eens van af! De taak van de kerk wordt door deze kijk onbijbels vergeestelijkt.
In Derde Wereldlanden begrijpt men van deze tweedeling niet zo veel. En terecht niet! Het werk van deze barmhartigheidsverenigingen en dat van diakenen zou geïntegreerd dienen te worden op plaatselijk vlak. Diaconale samenwerking over gemeentegrenzen heen is natuurlijk heel goed voorstelbaar, nu er een landelijke commissie voor diaconale zaken ingesteld is. Wat is het beleid van deze commissie wat barmhartigheidswerk op het zendingsveld aangaat?
Daar ben ik wel wat benieuwd naar.
De bedoeling van landelijke concentratie kan niet zijn om werk van plaatselijke kerken of particuliere organisaties over te nemen. Daar ligt het hart van de zendingsonderneming; beleid wordt daar gemaakt en besluiten genomen. Maar de bedoeling van landelijke concentratie is juist om dat werk te stimuleren, te begeleiden en waar mogelijk te coördineren.
Uiteraard, zonder hartelijke samenwerking tussen plaatselijke kerken en een landelijke commissie voor zendingszaken komt er niets van de grond.
Of de contacten met jonge kerken via plaatselijke kerken moet lopen, of dat die contacten beter onderhouden kunnen worden via het kerkverband, is voor mij geen open vraag. Hier liggen allerlei voetangels en klemmen, waar ik maar aan voorbij ga. Maar het zou zeker een punt voor studie kunnen zijn van een landelijke commissie voor zendingszaken in overleg met de landelijke commissie die de contacten met andere, ook buitenlandse kerken onderhoudt.

Gang van zaken
Om op de komende landelijke vergadering van onze kerken deze zaak op de agenda te krijgen, zal een plaatselijke kerk een voorstel moeten formuleren, dat wellicht door de regio ondersteund kan worden. Het kan dan aan een landwijde discussie worden onderworpen, voordat het op de landelijke vergadering kan worden besproken en afgehandeld.
Daar hoop ik natuurlijk wel op. Of het er van komt? Maar zending is ons aller inspanning meer dan waard.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief