Kamer 21

2000-02-18
  • Jaargang 44
  • nummer 4
Bent u mijn dokter? Daar weet ik niets van.
Ja komt u toch maar binnen.
Het is hier wat rommelig want ik moet de hele dag breien. Zodoende kom ik aan andere dingen niet toe. Nee, in mijn eentje ga ik de deur niet meer uit. Er is iets met de weg, die hebben ze veranderd.
Als ik buiten loop herken ik niets meer, zelfs mijn huis kan ik dan niet terugvinden.
Weet u misschien hoe dat komt?
Welke dag het vandaag is?
Even op de krant kijken.
Als er geen krant in de bus zit, is het zondag. Dan halen ze me op voor de kerk. Waarom komt u eigenlijk, ik ben toch niet ziek? Natuurlijk weet ik nog veel van vroeger...
Moet u dat weten? Nou, als u er op stáát.

Ik ben geboren om te helpen.
Moeder had dat al gauw door: 'Jopie let wel op de kleintjes, Jopie kan al afwassen, Jopie helpt moeder met de was.' Dat heb ik altijd graag gedaan, helpen. Wassen, schrobben, poetsen, boenen.
Leren, dat was niks voor mij. Geef mij maar een sopdoek. Na de huishoudschool kwam ik bij moeder thuis. Die kon mij best gebruiken want ze had een zwakke gezondheid.
Ik kom uit een groot gezin. En ik wist al heel gauw dat ik niet zou trouwen.
Dat hadden ze me op school duidelijk gemaakt. Ze scholden me altijd uit.
Jopie met d'r schele ogen en d'r platte kop. En dan moet je een paar van die mooie en pientere zussen naast je hebben, die altijd jongens achter zich aankregen.
Ik heb mijn best gedaan nooit jaloers op ze te zijn. Naar mij zou geen man kijken, ik wilde het niet eens. Dat heb ik mezelf goed ingeprent, want ik wilde niet teleurgesteld worden. Ik heb dus mijn hele leven gedaan waarvoor ik in de wieg ben gelegd. Niks bijzonders dus.
Wat gek dat ik dit aan u vertel! Ik praat nooit over mezelf, want dat interesseert geen mens. O, u wel? Waarom als ik vragen mag? U moet me maar niet zo aankijken.
Daar kan ik niet goed tegen.
Wat zegt u? Belangrijk?
Ik? En daarom wilt u mij meenemen naar een feest. Weet u zeker dat u mij moet hebben en niet Bertha van kamer 28 of Gertrud van hiernaast?

Moet ik dat aantrekken?
Dat is veel te mooi voor mij. Nee, ik wil niet in de spiegel kijken. Daar ben ik nooit vrolijker van geworden.
Vergeeft u me, ik wil niet ondankbaar klinken.
Ik zal met u meegaan.
Nou begin ik nog te huilen ook. Wie bent u toch?
Mijn dokter?

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief