Kamer 72
2000-03-17
Ik moet u eerder hebben gezien. U was toch ook bij de begrafenis van mijn man? Precies weet ik het niet meer, het is al weer een half jaar geleden.- Jaargang 44
- nummer 6
Maar ik heb een goed geheugen voor gezichten.
U bent zeker nog niet zo lang geleden in onze gemeente binnengekomen.
Dat u me nu juist komt opzoeken en mij naar mijn man vraagt.
Ziek van heimwee naar hem ben ik soms.
Ik wil u wel iets over mijn man vertellen, zeker.
Kijk, deze foto, die is van twee jaar geleden. We waren toen vijftig jaar getrouwd en onze kinderen hadden ons een buitenlands reisje aan geboden.
Naar het Beierse Woud.
Prachtig! Wat hebben we genoten. Daarna begon mijn man te sukkelen met zijn gezondheid. Een kleindochter van ons haalde voor opa uit de bibliotheek fotoboeken van telkens een ander land. Hij had de smaak van het reizen te pakken gekregen, snapt U? Hij reisde per boek van het ene land naar het andere.
Op onze laatste avond zat hij in Scandinavië.
Opeens zei hij tegen me: Antje, ik heb altijd gedacht, wat hebben wij toch veel gemist door zo weinig van die prachtige wereld te kunnen zien.
Maar als er in de bijbel staat, dat we op een vernieuwde aarde zullen wonen als Jezus terugkomt, mag ik dan geloven dat we straks alles zullen zien en ontdekken wat we nu gemist hebben?
Ik was ontroerd toen hij dat zei, en ik dacht opeens: 't is alles vast veel geweldiger dan wij ons kunnen voorstellen.
Werkelijk, ik kreeg er zin in, en we fantaseerden samen hoe het zou kunnen zijn, die teruggekeerde paradijselijke wereld van het scheppingsverhaal.
Hier in het bejaardenhuis mochten we ons oude tweepersoonsbed niet houden. We schaften twee seniorenbedden aan, die aan de huiseisen voldeden. De mensen die die regels maken, hebben er zeker niet aan gedacht dat je als oude mensen in bed nog wel eens tegen mekaar wilt aankruipen.
Als we ons oude bed nog hadden gehad, dan had ik eerder gemerkt dat er met Jelle iets niet goed was, die nacht. Toen ik wakker werd van die ontstellende stilte naast me, was hij al dood. In mijn paniek heb ik onmiddellijk de zusterpost gebeld. Ze hebben hem van me weggehaald. Zo van de ene op de andere dag was ik alleen. Weet u wat dat betekent als je elkaar meer dan een halve eeuw met lijf en ziel bent toegedaan?
Ik denk nu zo dikwijls aan ons laatste gesprek. Waar is Jelle nu? In de hemel, bij God? Waar is de hemel, waar is God? Is het allemaal waar, dat, wat wij ons hele leven geloofd en beleden hebben? Ik twijfel nu soms zo aan al die dingen. Dan pak ik de bijbel en lees al die bekende gedeelten, ik kan ze wel dromen. En ik bid: 'Here hou me vast. U bent er toch wel?'
Moet u een oud mens niet vermanen om zulke woorden? Nee? U begrijpt het. U kent mij al zo lang, U weet precies hoe ik in mekaar zit? Wie bent u dan? U..u bent toch niet..
Bènt U het?