Collectieve Schuldbelijdenis en Nieuw Begin
2000-03-17
Terug van weggeweest: de collectieve schuldbelijdenis voor historische schuld. De Japanse premier biedt excuus aan voor het leed dat door hen in Indonesië aan de Nederlanders is aangedaan. De paus heeft aangekondigd in het heilig jaar 2000 schuld te belijden over het leed dat de Rooms-katholieke kerk mensen heeft aangedaan.- Jaargang 44
- nummer 6
Andere voorbeelden zijn nog: evangelische christen die een verzoeningskruistocht houden door Kleinazië, schuldbelijdend over de rol van de kerk in de kruistochten, een groep christenen die aan het eind van de eeuw een millenniumgebed organiseert om de zonden van de christelijke kerk te belijden, enalweer iets langer geleden - de gereformeerde kerken die bij monde van hun synode schuld belijden voor hun rol tijdens de vrijmaking.
Wat opvalt is dat er veel christenen hier eerder met vragen op reageren dan met dankbaarheid en blijdschap. Er worden vragen gesteld als: kun je schuld belijden voor wat je niet persoonlijk hebt gedaan? Wat stelt een collectieve schuldbelijdenis voor, is het wel echt gemeend? Is het niet erg goedkoop, schieten de slachtoffers en hun nabestaanden er wat mee op?
Moet er geen genoegdoening komen?
Ook al zijn schuldbelijdenis en verzoening kernwoorden uit het evangelie, toch weten we blijkbaar niet goed wat we ermee aanmoeten.
In dit artikel een paar overwegingen die misschien wat verder kunnen helpen.
Oorzaak?
Wat zou de oorzaak kunnen zijn van onze verlegenheid?
Ik denk voor een belangrijk deel: een te eenzijdig denken over schuld en verzoening.
Even kort: we denken daar van huis uit m.i. te religieus en te individualistisch over. Te religieus, omdat we vanuit onze traditie de neiging hebben om schuld en verzoening exclusief te reserveren voor de verhouding van de (enkele) mens tot God, waarbij het offer van Jezus aan het kruis een belangrijke rol speelt.
Maar zo vergeten we dat schuld en verzoening allereerst dingen zijn die heel concreet een rol spelen in relaties. En wel in relaties tussen ménsen (en zó ook in je relatie met God). Te individualistisch omdat we vergeten hoe schuld niet alleen tussen mensen, maar ook tussen groepen en naties kan bestaan. En daarmee is tegelijk ook een uitbreiding in de tijd gegeven.
Ook als de direct betrokkenen al lang zijn overleden, blijft de schuld die het voorgeslacht heeft gemaakt tóch een rol spelen in de relatie tussen volken.
Voorbeeld
Een voorbeeld van hoe dat werkt herinner ik mij uit een artikel dat ds. Wim Rietkerk ooit eens in Opbouw heeft gepubliceerd.
Stel je voor: je gaat als blanke westerling wonen en werken in een zwart land in Afrika dat ooit door de Europeanen is gekoloniseerd. Je probeert daar een relatie op te bouwen met de zwarte bewoners. Maar je merkt, dat het zo gemakkelijk niet gaat. Er is een reserve.
Dat lijkt gek, maar is bij nader inzien helemaal niet zo wonderlijk. Want voor de Afrikanen ben jij als westerling meer dan een individu. Voor hen ben jij op dat moment de vertegenwoordiger van een ras, een natie, die hun land, hun voorouders heeft onderdrukt en die wellicht nog steeds misbruik maakt van zijn economische macht. Met andere woorden, je bent als westerling beladen met de schuld van je volk, je voorgeslacht. Niet als persoonlijk verantwoordelijke (jou treft persoonlijk geen enkele blaam), maar als deelnemer en lidmaat.
En deze schuld bemoeilijkt de concrete relatie tussen jou en je zwarte omgeving. Zo is het ook volstrekt duidelijk dat vanwege deze historische schuld de diplomatieke contacten tussen jouw regering en die van het zwarte land stroef zullen verlopen.
De vraag is nu: valt er iets te doen om ervoor te zorgen dat die historische schuld niet meer de verhoudingen verstoort? Ja.
Net zo goed als je dat bij persoonlijke schuld kunt doen, is het ook bij collectieve schuld mogelijk je met elkaar te verzoenen.
En dat begint met het collectief belijden van schuld.
Een collectieve schuldbelijdenis dus.
Dat moet gedaan worden door mensen die kunnen gelden als vertegenwoordiger van het volk.
Maar hoe rijm je dat nu met je persoonlijke betrokkenheid? Moet je die opzij zetten?
Nee. Hoe je tegelijk recht kunt doen aan je persoonlijke betrokkenheid én aan de collectieve schuld, lees ik in Nehemia 9 en 10.
Distantie en nieuw begin
In Nehemia 9 lezen we dat de Israëlieten bijeenkomen om hun zonden en hun ongerechtigheden en die van hun vaderen te belijden (Nehemia 9:2).
Ook die van hun vaderen, want ze voelen zich verbonden met het voorgeslacht.
Zij – die nog leven – weten zich de representanten van hun voorgeslacht.
Als het ware namens hen belijden ze schuld. Maar – en dat vind ik opmerkelijk – tegelijk scheppen ze een afstand tussen zichzelf en hun voorgeslacht.
Onbekommerd spreken ze over hun vaderen in de derde persoon. Het gaat om wat zij hebben gedaan. Het gaat erom hoe zij ongehoorzaam zijn geweest. Zo wordt recht gedaan aan de persoonlijke verantwoordelijkheid.
Het mooie is, dat deze distantie niét een middel is om zich te excuseren en de schuld van zich af te schuiven. Nee, dit zich distantiëren van de vaderen heeft de bedoeling om het van nu af aan zélf anders te doen. Dat blijkt uit het volgende hoofdstuk, Nehemia 10, waar we lezen dat het volk zich plechtig en officieel verplicht om Gods wet te houden (concreet: zuivere huwelijken, het houden van de sabbat en het geven van de tienden). De schuldbelijdenis is dus een ‘zich afkeren’ van de zonden van de vaderen met de bedoeling om zich toe te wenden naar een andere manier leven. De collectieve schuldbelijdenis van Nehemia 9 is dus gericht op het nieuwe begin van Nehemia 10.
Toepassing.
Vanuit bovenstaande zijn er misschien wat opmerkingen te maken over het fenomeen van de collectieve schuldbelijdenissen.
Ik doe dat puntsgewijs.
1. Om tot een goede waardering en ontvangst te komen van collectieve schuldbelijdenissen moeten we het verschil tussen een persoonlijke schuldbelijdenis en een collectieve schuldbelijdenis goed in het oog houden. Er gaat iets mis als je een collectieve schuldbelijdenis gaat meten met de maat van een persoonlijke schuldbelijdenis.
Zo is het bijvoorbeeld in het geval van een collectieve schuldbelijdenis van volstrekt ondergeschikt belang welke gevoelens de uitspreker van de belijdenis heeft en zelfs in hoeverre hij het echt meent. Het is hoogstens van belang dat een groeps-schuldbelijdenis voldoende draagvlak heeft. Maar zelfs daarbij kun je je nog voorstellen, dat bijvoorbeeld een regering het volk vooruit is en besluit een draagvlak te creëren.
2. Schieten de slachtoffers en hun nabestaanden er wat mee op? Nee. En dat is ook niet de eerste bedoeling. De eerste bedoeling van een collectieve schuldbelijdenis is om op een nieuwe basis als groep/volk met elkaar om te gaan. Waarbij we elkaar niet meer vast willen pinnen op de rol die we in het verleden jegens elkaar speelden. Wil je proberen elkaar als mensen open te ontmoeten en niet meer als ‘de jap’ of ‘de mof’ of als verderfelijke kolonialisten en imperialisten?
Of als ‘synodocraat’ of ‘schilderiaanse onruststoker’ of als ‘kerkist’ of ‘indepentist’.
Collectieve schuldbelijdenis haalt oordelende stereotiepen omver en maakt bij een goede respons van de ander de relatie open.
3. Eisen van genoegdoening van de kant van de directe slachtoffers zijn m.i. maar beperkt ter zake. De slachtoffers en hun nabestaanden zijn niet de direct betrokkenen bij collectieve schuldbelijdenissen van historische schuld. Die zijn immers vaak al overleden.
Het is een zaak tussen twee groepen. Wel betekent het voor de slachtoffers of hun nabestaanden dat er officiële erkenning gegeven wordt aan hun leed. Eventuele genoegdoeningen kunnen (zoals nu vanuit de joodse gemeenschap wordt bepleit) m.i. hoogstens symbolisch zijn. Een teken. En verder zal het geschonden rechtsgevoel het moeten hebben van Hem aan wie we de wraak en de vergelding moeten laten en van het geheimenis van de vergeving.
En daarmee is de betekenis van het christelijk geloof in deze zaken aangegeven.
Slot
Kortom: laten we collectieve schuldbelijdenissen inzake historische schuld nemen voor wat ze waard zijn. Niet meer en niet minder. Beoordeel ze niet met de criteria van een persoonlijke schuldbelijdenis, maar zie ze in hun eigen betekenis: de wens en de wil van twee groepen om de relatie op een nieuwe basis voort te zetten.
Ze mogen ook beoordeeld worden op de mate waarin ze daarin uitmonden.
Zoals Nehemia 10 volgt op Nehemia 9.
Daarom ben ik in principe blij met deze collectieve schuldbelijdenissen. Ze lossen niet alles op. Ze heffen niet alle verstoringen in de relatie op. En al helemaal bedekken ze de schuld niet en maken ze het leed niet meer goed.
Maar ze zeggen wel iets.
Namelijk dat een gemeenschap zich los wil maken van de zonden van de vaderen en een nieuw begin wil maken. De ‘alternatieve kruistocht’ van evangelische christenen kan zo opgevat worden als proclamatie ten overstaan van de nabestaanden: wij willen niet meer het evangelie verbreiden met geweld (in welke vorm dan ook). En aan het begin van het nieuwe millennium spreken we ten overstaan van God uit: "God, wij willen niet meer mensonwaardige praktijken als de slavernij er op na houden, een kerk verdelen door strijd over theologische leerstellingen…. etc."
Er wordt soms wel eens geklaagd over het individualisme van deze tijd, waardoor we ons niet meer verbonden voelen met ons voorgeslacht.
Maar ik denk wel eens: laten we ons maar eens wat meer distantiëren van de zonden van onze vaderen.
We vergoelijken hun fouten te veel. Daarom keren we onvoldoende om. Of is het andersom: dat we hun fouten teveel vergoelijken, omdat we ons eigenlijk niet willen bekeren?