Een ontluisterde prins
2001-05-25
Soms hoor of lees je dingen waarvan je denkt: ‘Dat had ik liever niet geweten.’ Zo is het mij vergaan bij het lezen van het boek dat Jan van der Vegt schreef over het leven van Adriaan Roland Holst. Er is een tijd geweest dat Roland Holst voor mij een van de allergrootsten in onze letterkunde was. Eén keer heb ik hem ontmoet in zijn leuke huis aan de Nesdijk in Bergen. Ik had al eens een paar keer met hem gecorrespondeerd, vooral over zijn gedicht De Ploeger en toen ik de prachtige houtsnede van Fokko Mees ergens had opgeduikeld, ben ik hem die gaan brengen. Het was een heel plezierig contact en ook daarna heb ik hem nog wel eens geschreven dan kreeg ik steevast antwoord. Later heb ik een paar keer bij eindexamens Clara Eggink als gecommitteerde ontmoet.- Jaargang 45
- nummer 11
Zij woonde weer bij haar ex-man Jacques Bloem in Kalenberg en Roland Holst kwam af en toe daar logeren.
Zij beloofde me eens te zullen uitnodigen voor een bezoek, maar er is niets van gekomen: eerst werd Holst ziek en daarna Bloem. De laatste keer dat ik Holst en Clara Eggink heb gezien, was bij de begrafenis van Bloem.
Jaren lang is Adriaan Roland Holst voor mij echt de prins van onze letterkunde geweest. Van zijn gedichten begreep ik lang niet alles, maar als ik ze las, kwam ik steevast diep onder de indruk. Nog erger: zelfs al begreep ik er geen snars van, dan nog onderging ik die poëzie als iets van een zo hoge orde dat een eenvoudige jongen als ik alleen maar vol respect naar die bezwerende taalmuziek kon luisteren. Toen ik, om met het doopformulier te spreken, enigszins tot mijn verstand was gekomen, nam die klakkeloze bewondering wel af, maar toch… helemaal genezen ben ik nooit.
Schoonmoeder
En nu is er dit boek. Er staan dingen in die me interesseren. Waar komt die vreemde dubbele naam vandaan? Antwoord: in 1784 gaf de predikant Gillis Holst aan zijn derde kind niet alleen de eigen familienaam mee, maar ook die van zijn schoonmoeder, Johanna Barendina Roolant, zodat díe familienaam voor uitsterven werd behoed. En dan het romantische verhaal over zijn zwakke gezondheid. Gewoonlijk lees je dat de algemene verwachting was dat Adriaan jong zou sterven en dat zijn vader hem daarom een jaargeld heeft toegekend en een huis voor hem in Bergen heeft laten zetten. Dat beeld wordt nu wel wat bijgesteld. Over zijn studie in Engeland worden we ook uitvoerig geïnformeerd. Vast staat: hij bracht er vrijwel niets van terecht, hij was gemakzuchtig en lui en dat had tot gevolg dat hij na betrekkelijk korte tijd de Oxfordse universiteit moest verlaten. In de administratie werd op zijn kaart de opmerking geplaatst: geen verlies.
Ook bij andere gelegenheden leren we die onaangename karaktertrekken kennen.
Zo liet hij zijn oom, bij wie hij een poos logeerde, voor alle werk in huis opdraaien en stak hij nooit een hand uit om te helpen.
En dat gaat zo maar door in het boek. De ene vrouw na de andere verschijnt ten tonele en met vrijwel allemaal heeft hij het bed gedeeld. Het moeten er ruim over de honderd zijn geweest. En trouw was een begrip dat hij bij voorbaat uitsloot. Eerlijkheidshalve moet ik erbij zeggen: die vrouwen wísten dat. Of hij nooit gewetensproblemen heeft gehad? Ik citeer nu,los van deze biografie, uit het gedicht Het Onweer:
En hij, die uitzag, huivert, en naar binnen
keert hij zich,
waar zijn stille dode neerligt,
en wacht er de uitspraak en het openend weerlicht,
en smacht dat de voltrekking moog beginnen
over zijn schuld: hij die aan zijner dromen
duistere vervoering haar aanhanklijk leven
ontredderd in vereenzaming gedreven prijsgaf, hij roept dat de vergelding kome …
In het praktische leven heeft Roland Holst zich in zijn talloze sexuele relaties weinig aan moreel besef gelegen laten liggen. Tot op zijn oude dag was hij erop uit vrouwen te veroveren, zelfs al waren die meer dan vijftig jaar jonger.
Jan van der Vegt noemt heel veel van die vrouwen bij naam. En er zijn heel bekende namen bij, zelfs degene die ik hierboven heb genoemd: Clara Eggink. Moet dat nou echt allemaal in zo’n boek staan? Wat is de waarde daarvan? Draagt het ook maar íets bij tot een beter begrip van zijn gedichten? Ik ben geneigd te zeggen: Nee, had ons dat liever bespaard.
Levenseinde
Een jaar geleden heb ik in Opbouw iets verteld over de biografie van Anton van Duinkerken. Ik heb toen een stukje overgenomen waarin beschreven wordt hoe hij zijn levenseinde tegemoet ging: als een diepgelovig, ouderwets katholiek mens, vol vertrouwen op God. Wat steekt het einde van Roland Holst daar schril bij af. Opnieuw neem ik iets over: Zijn vriend Lo de Ruiter kwam in de laatste maanden haast elke dag en las hem dan voor. Ze spraken over God, van wie Roland Holst zich niets kon voorstellen, zeker niet wat hij ironisch ‘die baard boven de wolken’ noemde.Ze hadden het over het hiernamaals waar hij in had geloofd als een voortzetting van een hiervoormaals, maar waarvan hij, nu zijn mythe uitgedoofd was, evenmin meer een beeld had. De spiegel waardoor wij volgens Paulus in 1 Corinthe 13 in een duistere rede zien, hield hem bezig, omdat hij zijn leven lang in een spiegelbeeld het geheim van zijn bestaan had gezocht.De Ruiter moest dat hoofdstuk voorlezen en stukken uit Job, Prediker en Spreuken, alles in de oude Statenvertaling…. In de nacht van 5 op 6 augustus 1976 kwam het einde : Truus de Wolff Peereboom waakte bij hem. Meer dan ooit was zij nu voor hem de zorgende moeder. Vroeg in de ochtend keek hij haar aan, hij trok even met zijn schouders en toen was het voorbij. Ze zag op haar polshorloge dat het kwart over vijf was
Droevig
Het boek heeft me droevig gestemd. Ik heb veel negatieve kanten leren kennen van een mens die ik hoog achtte. Tegelijk heb ik soms een intens medelijden gevoeld, met name als ik las over de depressies en angsten waaronder hij zo vaak gebukt ging. En hoe weinig waarde heeft uiteindelijk de zelf geschapen mythische wereld gehad die in zijn gedichten en verhalen tot ons komt. Maar toch … toch… toch heeft Adriaan Roland Holst ons ook werk nagelaten dat altijd de aandacht waard zal blijven. Een gedicht als De Ploeger zal tot in lengte van jaren in allerlei bloemlezingen zijn naam bewaard doen blijven.
A. Roland Holst, biografie, werd geschreven door Jan van der Vegt, telt 735 bladzijden en is uitgegeven door De Prom in Baarn.